Waar is de baas

Het is nog maar een jaar of twintig geleden. Als de journalist, of de politicus, de diplomaat, op reis ging, nam hij zijn Hermes Baby mee. Dat was het draagbaarste schrijfmachientje, loodzwaar vergeleken bij de ultra lichtgewicht laptops van nu, maar er kwam geen elektriciteit aan te pas, het kon niet kapot, en als je er een vel papier in draaide, stond er niet plotseling een I love you boodschap die het ding onklaar maakte. Wat op het papier verscheen, werd uitsluitend bepaald door het talent van de gebruiker. Dat is zo gebleven. Uit wat in krant en boek te lezen staat, valt niet af te leiden met welk gereedschap het is opgeschreven. Het gereedschap zelf is veranderd tot in het onherkenbare.

De verbreiding van internet, e-mail, het complex van de nieuwe communicatie, en de gelijktijdige voortdurende ontwikkeling van het gereedschap, de hardware en de software, doen een ouderwets conflict op nieuw terrein herleven: dat tussen de orde en de vrijheid. Het wordt, niet voor de eerste keer, maar in zijn eenvoud mooi gedemonstreerd in de reacties op het I love you virus, door een Filippijnse student een paar weken geleden de wereld in gestuurd. Binnen een etmaal had het zijn verwoestende ronde om de aardbol gemaakt. Was dat met lichamelijk geweld gegaan, dan had hij de verontwaardiging van de wereld gewekt. In dit geval zijn de reacties gemengd. Wie, om eens een voorbeeld te noemen, aan een boek bezig was, en de volgende dag de laatste van vierhonderd bladzijden zou voltooien, heeft na het openen van het attachment een levenswerk onder zijn ogen zien vernietigen. Zo iemand zal de Filippijnse knutselaar kunnen vermoorden. Aan de andere kant was er in brede kring van niet getroffenen een zich verkneukelen. Eenvoudige student legt wereldcommunicatie stil. Dat had dit kereltje hem toch maar gelapt! Het deed me in de verte denken aan de klammheimliche Freude waarmee een jaar of dertig geleden niet de eerste de beste intellectuelen reageerden op de dood van Hans Joachim Schleyer, voorzitter van de Duitse werkgevers, ontvoerd en vermoord door de RAF.

Waar komt deze stiekeme sympathie vandaan? Het wereldwijde web, het systeem met zijn gebruikers, is een geheel dat zich voordoet als de nieuwe wereldmacht in opmars. Dientengevolge straalt het arrogantie uit. Arrogantie daagt uit tot verzet, en geslaagd verzet wekt leedvermaak. Daar is met kennis van zaken een bananenschil neergelegd, en de nieuwe macht is, met de wereld als getuige, uitgegleden. Dat is komisch, in het bijzonder voor degenen die niet het slachtoffer zijn geworden, noch zich de gevolgen kunnen voorstellen. De opmars van de nieuwe macht ontbeert zichtbaarheid. Als er ongelukken gebeuren, komen geen schokkende beelden op de televisie. De verbeeldingskracht van het publiek schiet tekort om zich de wanhoop te kunnen voorstellen van iemand wiens archief door het virus in een onherstelbare chaos is veranderd. Het is tekenend dat de dader, of de verdachte zelf, zich geen voorstelling kon maken van wat hij had aangericht.

Toen duidelijk werd dat de wereldwijde communicatie geen liefhebberij van hobbyisten met een nieuw soort `bakkie' voor zendamateurs was, maar een werkelijke omwenteling, herleefde een utopistisch anarchisme. Kropotkin werd digitaal. Eindelijk was het woord volkomen vrij geworden, kon zich zonder politieke censuur of kapitalistische belemmeringen over de wereld verspreiden. Dat is waar. Wie zucht onder een dictatuur maar een computer heeft, een telefoon en de noodzakelijke sofware, heeft in beginsel toegang tot alles wat de rest van de wereld op het openbare web heeft gezet. De rest van de wereld is op zijn beurt vrij het web te gebruiken voor alles wat hij kwijt wil. Vaak is dat niet veel bijzonders, soms ronduit smeerlapperij, en ook wel eens misdadig, zoals nu op de Filippijnen weer is aangetoond. Het web is vrij jachtterrein voor dieven van copyrights; een luilekkerland voor plagiators. Individuele vrijheid hoort niet tot de cultuur, zei Freud. Het had hem plezier gedaan, dit op een zo moderne manier bewezen te zien.

Een andere kant van de zaak is dat het groeiend publiek van computergebruikers zich al jaren laat ringeloren door steeds minder producenten. Microsoft is er, beter dan welke politieke dictator dan ook, in geslaagd, een machtsmonopolie te vestigen om daarmee de miljoenen in een systeem van trucs en handigheidjes te dwingen. En niet alleen dit, maar zijn afnemers ook nog wijs te maken dat ze daarmee de sleutel tot de poort van de wereldparadijzen der communicatie op zak hadden. Het heeft zijn voordelen voor de algemene verstaanbaarheid. Het nadeel is dat de wereld de barok van Microsoft moet volgen. Misschien is het een zegen dat het monopolie van Bill Gates wordt aangetast, maar dan geen onverdeelde.

In een opmerkelijke column in de New York Times roept Thomas L.Friedman, profeet van de nieuwe tijd (lees zijn The Lexus and the Olive Tree) de wereld op om na de dageraad van de internationale anarchie zich weer eens te gaan verdiepen in het vraagstuk van de orde. Zeker. Maar hoe? Vergelijk computer en web met andere uitvindingen die de mensen verder hebben geholpen, niet altijd in de goede richting: de particuliere auto en de televisie. De auto, onweerstaanbaar gereedschap, heeft de lichamelijke vrijheid vergroot, het landschap vervormd, stadskernen verwoest en is instrument geweest bij de voortijdige dood van ettelijke honderdduizenden. Maar zonder de auto en de omvangrijke wetgeving die de bestuurder moet beteugelen, gaat het niet meer. De televisie laat weten wat er overal gebeurt, is de zielloze handlanger in de bevordering van demagogie, platheid en gelijkschakeling en het middel waarmee megaconglomeraten culturele wereldrijken stichten. Maar zonder televisie is het leven ondenkbaar.

Voor de bestuurder van een auto gelden de verkeersregels. De producenten van televisieprogramma's zijn onderworpen aan de minimale eisen van de wet en een vage moraal. Denken de utopisten van het web, de anarchie en de e-commerce dat op het web anders zal gaan? `No One's in Charge!' roept Freedman. Dat kan niet zo doorgaan. Hij heeft gelijk. Na de utopie komt het doemdenken, en dan komen de nieuwe reglementen. Maar eerst nog een paar virussen, erger dan I love you.

    • H.J.A. Hofland