VN-troepen zijn straks machteloos in Zuid-Libanon

Israel maakt zich op om 7 juli haar troepenmacht uit Zuid-Libanon terug te trekken. Het is niet iets om verheugd naar uit te zien, meent J. Schaberg. Zelfs een sterke VN-troepenmacht zal daar geen vrede kunnen afdwingen. Nederland kan daar maar beter buiten blijven.

Israel trekt haar 1500 militairen uit Zuid-Libanon terug, zo heeft premier Barak de secretaris-generaal van de VN op 17 april meegedeeld. In de aanloop naar 7 juli loopt de spanning tussen Israel en Libanon en Syrië op. De problemen daar zijn geenszins opgelost, ook niet na de Israelische terugtrekking.

Zo zal de definiëring van de grens tussen Israel en Libanon een twistpunt worden. Enkele tientallen meters verschil kunnen voor het Israelische leger grote tactische voor- of nadelen betekenen. Veel belangrijker is echter dat de terugtrekking het bestaande evenwicht zal verstoren en de wanorde zal aanjagen. Die Israelische bezetting werd als een bedreiging gezien, en dat was de rechtvaardiging voor de aanwezigheid van Hezbollah in Libanon. Hezbollah kwam in 1982 als een kleine fundamentalistisch Islamitische beweging overwaaien uit Iran, waarmee het nu nog sterke banden heeft. Ze ontwikkelde zich tot een sterke terroristisch militaire organisatie met een harde kern van circa 3000 man.

Als Israel zich terugtrekt valt de rechtvaardiging voor de aanwezigheid van Hezbollah in Libanon in feite weg. Libanon wordt sinds tien jaar politiek, militair en economisch onder controle gehouden door Syrië, dat sterk afhankelijk is van Libanon waar het een troepenmacht van 35.000 man heeft. Syrië heeft Hezbollah gebruikt in haar strijd tegen Israel en gaf de organisatie grote steun, niet in de laatste plaats in financiële zin. Er kunnen, als Israel zich terugtrekt, ook vraagtekens worden gesteld bij die prominente Syrische aanwezigheid.

Zal Syrië na de Israelische terugtocht de handen aftrekken van Hezbollah? Waarschijnlijk niet eerder dan wanneer het, in het kader van een brede vredesregeling, de Golan-hoogvlakte terug heeft. Als Syrië na het terugtrekken van de Israelische troepen Hezbollah blijft steunen en de Hezbollah zet zijn aanvallen op Israël voort, zal Israel gedwongen worden zijn vergeldingsacties ook tegen Syrische doelen te richten. Dat zal dan de opmaat voor een veel bredere oorlog worden. Sommige analisten veronderstellen dat dit de opzet van de terugtochtoperatie van Israel is. Het zou Israel een rechtvaardiging verschaffen om Syrië, dat militair veel zwakker is dan Israel, een flinke klap te kunnen uitdelen en zo een gunstige vredesregeling, onder meer over de Golan, te kunnen afdwingen.

Maar ook als Syrië de handen aftrekt van Hezbollah, zal deze machtsfactor binnen Libanon niet zijn uitgeschakeld. Het is ondenkbaar dat Hezbollah de strijd tegen de staat Israel opgeeft. Het Libanese leger is te zwak om na het vertrek van de Israeli's Zuid-Libanon onder controle te nemen. Hezbollah zal daar het gezag trachten over te nemen. Naast Hezbollah zijn er verschillende andere religieus en politiek gekleurde kleinere militante organisaties waarvan weinig goeds is te verwachten. Een ander groot gevaar zijn de circa 360.000 Palestijnen in de vluchtelingenkampen in Libanon. Een groot deel van hen verblijft daar al sinds 1948. Ze worden gebruikt als drukmiddel om de Palestijnse zaak in de belangstelling te houden en hun lot is uitzichtloos. Ze beschikken over veel wapens en dat biedt slechte perspectieven.

Een groep die zeker reden heeft zich ernstig zorgen te maken, zijn de militairen van het niet officiële Zuid-Libanese Leger en hun familie. Het is een hulpleger dat veiligheid verschaft en hand- en spandiensten verricht voor de Israelische bezettingsmacht. Het ontstond ruim 20 jaar geleden en bestaat uit circa 2700 mannen uit de verschillende Libanese bevolkingsgroepen. Ze worden door de Libanese regering als verraders gezien. De regering heeft gezegd ze te zullen straffen, vooral de officieren. Hezbollah is veel radicaler en als ze in hun handen komen, wacht hen slechts de dood. Israel wil ze wel opnemen, maar overlegt ook met Frankrijk dat een aantal asiel wil verlenen. Op haar beurt heeft Hezbollah gedreigd landen die aan deze militairen asiel verlenen, hard te zullen treffen.

Een VN-macht moet toezicht gaan houden op de terugtrekking van de Israelische troepen, is het uitgangspunt. Maar de kans dat internationaal iets goeds uit de bus komt is klein. Het mandaat is het eerste struikelblok, ook Libanon moet dat goedkeuren. De huidige, sinds 1978 daar aanwezige VN-macht UNIFIL van 4500 militairen is daar volledig ongeschikt voor. De westerse belangstelling was gering en de bataljons worden thans geleverd door Ierland, Finland, Nepal, Ghana en de Fiji-eilanden. De afgelopen 22 jaar is vele malen gebleken dat de conflicterende parijen zich niets gelegen laten liggen aan de licht bewapende UNIFIL-troepen. Nederland maakte van 1979 tot 1985 deel uit van UNIFIL, maar trok zich terug omdat voortzetting geen nut had. Nog veel meer dan toen geldt nu, dat in de verwarde situatie slechts een zeer sterke troepenmacht met een ruim mandaat kans op enig succes heeft.

De tijd voor een sterke VN-macht dringt. Hoewel men deze problemen lang heeft zien aankomen, is niets tot stand gebracht. Er wordt gedacht de huidige UNIFIL een nieuw mandaat te geven en met 2500 militairen uit te breiden. Maar dat is te weinig, en de kern van UNIFIL is na 22 jaar schipperen niet geloofwaardig meer. Israel zou graag zien dat Frankrijk een belangrijke rol gaat spelen, gezien de historische invloed van dit land in de regio, maar definitieve toezeggingen zijn er nog niet. Amerika zal zich dezer dagen haar militaire interventie in 1983 herinneren: het kostte op één dag in Beiroet het leven van 241 Amerikaanse mariniers.

Gevreesd moet worden dat VN wederom een fiasco tegemoet gaat. Terecht was premier Kok terughoudend betreffende vragen over een eventuele Nederlandse deelname. Dat kan Nederland maar beter aan zich voorbij laten gaan.

J.Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.

    • J. Schaberg