Politiek debat is gebaat bij `derde woensdag'

Mark Kranenburg is niet blij met `woensdag gehaktdag', getuige zijn column `Politici als accountants' (NRC Handeslblad, 11 mei). Nu de Tweede Kamer heeft besloten elke derde woensdag in mei het kabinet de nieren te proeven over de resultaten van het gevoerde beleid, vreest Kranenburg dat de Haagse politici zich definitief bekeren tot het boekhoudersschap: visie maakt definitief plaats voor gemillimeter over uitvoering van beleid. Bovendien zal deze bedrijfsmatige flirt met `resultaatgericht beleid' volgens Kranenburg leiden tot een verkeerde dynamiek waarin onder invloed van politieke dagkoersen niet zozeer de zaak als wel het politieke lot van bewindslieden centraal zal staan.

Ik deel zijn stellingname niet. Zonder overspannen verwachtingen te koesteren, biedt het nieuwe begrotings- en verantwoordingsproces (officieel `Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording' (VBTB) geheten) juist nieuwe kansen voor politiek debat. Centraal staat namelijk de verplichting om bij wijze van spreken van elke gulden aan te geven welk maatschappelijk effect wordt beoogd en of dat al dan niet bereikt wordt. De kans is groot dat parlementaire debatten over de begroting op deze wijze juist weer gepolitiseerd worden, want voorzien van interessante beleidsinformatie, die nu niet of slechts gefragmenteerd op tafel komt.

Bovendien versterkt `woensdag gehaktdag' de positie van het parlement en maatschappelijke organisaties, want verantwoording over besteed geld wordt regel in plaats van uitzondering. De nieuwe jaarlijkse verantwoordingsprocedure heeft in die zin het karakter van een permanente WOB-procedure. Of politici, met name van de coalitiepartijen, op elk moment trek hebben in dergelijke debatten en de beschikbare informatie politiek willen benutten, is een vraag die weinig met het bestaansrecht van de verantwoordingsprocedure van doen heeft.

Ook Kranenburg's vrees voor grenzeloos politiek opportunisme deel ik niet. Waar de verantwoordingsprocedure de uitvoerende macht de duimschroeven aanzet, zal zij ook leden van de Tweede Kamer verplichten tot nauwkeurighandelen. De ruimte voor een beetje opportunistisch koppensnellen op grond van wat vage aantijgingen over verwijtbaar slecht beleid, wordt er met VBTB bepaald niet groter op. Waar de politici dat zelf vergeten, zal de journalistiek hen daar krachtig aan herinneren.

Ten aanzien van de mate waarin departementen erin slagen zich adequaat te verantwoorden, is realiteitszin geboden. De eerste departementale jaarverslagen verraden de nodige verlegenheid met de nieuwe verantwoordingsplicht. Behalve onwenningheid speelt hier het feit dat de overheid cq. de collectieve sector een complexe meervoudige organisatie is, die bovendien met enige regelmaat contradictoire doelen nastreeft. Een nieuwe verantwoordingsprocedure verandert hier weinig aan, maar kan wel de gevoeligheid voor het unieke karakter van de overheid versterken. Dat is geen overbodige luxe in een tijd waarin het heilloze concept van de bedrijfsmatige overheid nogal populair is en hele provincies weet te ontregelen.

De nieuwe verantwoordingsprocedure is ook geen exponent van dat bedrijfsmatige denken, maar juist een welkome correctie daarop. Daarin schuilt misschien wel de grootste winst. Waar in bedrijfsmatige overheidsconcepten (interne) procedures en verantwoordingsprocessen als onnodig en inefficiënt worden afgedaan, versterkt de verantwoordingsprocedure juist de positie van overheidsdienaren die intern eenvoudige doch lastige vragen stellen over de besteding van gelden. Bovendien geeft VBTB reden tot een kritischer houding ten aanzien van vele verzelfstandigings- en privatiseringsoperaties, omdat – de Algemene Rekenkamer heeft er veelvuldig op gewezen – vitale verantwoordingsinformatie niet beschikbaar is, of de spenderende minister niet kan ingrijpen. De soms ongrijpbare wirwar van Nederlandse `quango's' wordt zo een halt toegeroepen. De plicht tot publieke verantwoording zal tevens een stevige rem zetten op de neiging van bureaucratieën zich naar binnen te keren en interne verhoudingen in de plaats van de maatschappelijke werkelijkheid te zetten. Zo bezien kan VBTB winst opleveren voor de legitimiteit van het overheidsingrijpen, doordat telkens zichtbaar wordt gemaakt wat met dure belastingguldens wordt uitgespookt.

Wie zich verdiept in de financiering van de Nederlandse gezondheidszorg, zou wensen dat de nieuwe verantwoordingprocedure gisteren al was ingevoerd. Het debat over de wachtlijsten loopt vaak vast in een jungle van financieringsarrangementen, zeggenschapsverhoudingen en projectgewijs toegevoegde gelden, waarvan maar niet duidelijk wil worden wie daar in de zorg werkelijk beter van wordt of wie waarop aanspreekbaar is. Deze onduidelijkheid is de bijl aan de wortel van een goed gefinancierde collectieve sector.

Kees Vendrik is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de fractie van GroenLinks.