Ledematen en bloed laten onbewogen

De Amerikaanse actrice Connie Nielsen draagt als Lucilla, de zuster van keizer Commodus in Gladiator, een ongeveer tweeduizend jaar oude Romeinse zegelring om haar vinger. Het is het enige echte in deze Amerikaanse superproductie, een spektakel van Ridley Scott dat zich ongeveer zo lang geleden afspeelt in Rome en een paar van zijn provincies. De ring hielp Nielsen zich in het verleden in te leven. De historische sensatie waar Huizinga over schreef kan alleen een boodschapper uit het verleden als zo'n ring bieden. Maar een kostuumfilm is een goede tweede, met als bonus dat het dingen laat zien die je je niet zelf tot in detail kunt voorstellen. Ridley Scott is een regisseur die het maken van zo'n historische illusie wel is toevertrouwd. In Blade Runner (1982), zijn beroemdste film, filmde hij een futuristisch Los Angeles dat klassiek is geworden.

Gladiator begint met een gevecht, een slag tussen Romeinen en Germanen in een bos ergens aan de noordgrens van het rijk. Het is door Scott gefilmd als de D-day-scènes in Spielbergs Saving Private Ryan. Het is interessant om te zien hoe een groep Romeinse soldaten zichzelf en elkaar beschermen door zich als in een slakkenhuis achter hun schilden te verschansen.

In de rest van de film lijkt het of Scott liever dan het Romeinse rijk de films die daar in de jaren vijftig in Amerika over werden gemaakt, wil doen herleven. Ben Hur, Spartacus en andere spektakelstukken uit het `sword and sandal'-genre werden bedacht als concurrentie voor de televisie. Het idee blijkt nog steeds te werken. Gladiator is in Amerika een groot succes.

De film is gebaseerd op The Fall of The Roman Empire uit 1964. Maximus, een onkreukbare generaal neemt het op tegen Commodus, een corrupte keizer. Hun strijdtoneel is het Colosseum, waar Maximus als gladiator terecht is gekomen, en Commodus vanaf het balkon toekijkt. Bloed, ledematen, grommende tijgers, trappelende paarden en open wonden worden door Scott al het bij het genre passende respect betuigd. Maar de regisseur is niet in staat je partij te laten kiezen. Gladiator laat zo onbewogen als een sportwedstrijd tussen twee teams die al gedegradeerd zijn; zelfs om het mooiste doelpunt wordt nauwelijks gejuicht. De plot is tam, mist venijn, humor en erotiek. Russell Crowe, die Maximus speelt, is een goed acteur, maar mist het charisma om de menigte in het Colosseum en de zaal te bespelen. Joaquin Phoenix verleidt evenmin als zijn tegenpool.

Een verschil met de oude voorbeelden is dat Scott behalve over talloze figuranten en gigantische sets ook nog eens de beschikking had over met de computer gemaakte effecten. Zo kan hij voor de scènes in het Colosseum niet alleen over een publiek van 2000 figuranten beschikken, de computer maakte er nog eens 33.000 bij. Soms zijn de beelden wat al te duidelijk onecht: de gladde opnames van Rome in vogelvlucht verstoren elke historische illusie. Dat ook acteur Oliver Reed als de baas van de gladiatoren af en toe door de computer is geanimeerd, is weer niet te merken. Reed overleed op de set aan een hartaanval.

Gladiator is een film van het hypocriete soort dat afkeurt waarin het excelleert. De parallellen die Scott trekt met de Amerikaanse sport-, amusements- en politieke industrie hebben niet zoveel om het lijf dat je van satire zou kunnen spreken. Brood en spelen zijn van alle tijden. Zeuren om goed brood en betere spelen ook.

Gladiator. Regie: Ridley Scott. Met: Russell Crowe, Joaquin Phoenix, Connie Nielsen, Oliver Reed, Richard Harris, Derek Jacobi, Djimon Hounsou. In: 73 theaters.

    • Bianca Stigter