`Ik denk wel dat de klap nog komt'

De dakloos geworden Amalia Bendriss en Servet Tuluk hebben wisselende ervaringen met hulpverleners. Deel 2 van een serie.

Gisteren heeft ze weer de hele dag - tevergeefs - bij de Diekmanhal rondgehangen, in afwachting van een woning. Maar Amalia Bendriss klaagt niet. Natuurlijk ben ik wel eens geïrriteerd, zo zegt ze, ,,maar die mensen doen allemaal zo hun best! Ik vind het onterecht dat sommige mensen in de hal zo gestresst tegen de hulpverleners doen.''

De achttienjarige Bendriss is zeer te spreken over de hulpverlening tot dusverre. In de hal lopen allerhande hulpverleners rond, zowel professionele van het Rode Kruis als vrijwilligers. Die zijn, zo ziet Bendriss, op zoek naar mensen die het even niet meer zien zitten. ,,Ik ben zelf wel zeven keer aangesproken. Ze willen gewoon even weten hoe het met je gaat, of je ergens over wilt praten.''

Met de mensen van het traumateam, die ook in de hal aanwezig waren, heeft ze niet gepraat - Bendriss heeft geen trauma. Ze voelt zich goed, afgezien van een lichte hoofdpijn. En ze heeft de afgelopen nachten `redelijk' geslapen. ,,Toch denk ik dat de klap nog wel komt. Het is nog niet bezonken.''

Er is soep, er is drinken, er zijn broodjes. Buiten lopen nog mensen van de kerk waarvan Bendriss lid is, die als ,,praatpaal'' klaar staan. Maar waar ze voor kwam - een woning - is er nog altijd niet. Gistermiddag om half vier ging ze terug naar haar opvangadres. ,,Ze zouden me bellen als er een woning was. Dat zal dan ook wel gebeuren.''

Toch waren er nog wel opmerkelijke gebeurtenissen: bij een bank kon ze geld ophalen en bij een telecombedrijf een gratis mobiele telefoon. Wat haar gisteren nog wel opviel: dat de meeste hulpverleners Nederlanders zijn. ,,Er lopen nauwelijks Turken of andere allochtonen rond. En dat terwijl er behoorlijk wat Turkse en Marokkaanse slachtoffers zijn.''

    • André Ritsema