Hoge ambtenaren verlaten rijksdienst

De komende tien jaar zal een fors aantal topambtenaren de rijksdienst verlaten. Dat is het gevolg van de leeftijdsopbouw van het ambtelijk apparaat. Tweederde van de Algemene Bestuursdienst (ABD) is ouder dan vijftig jaar. Het gaat daarbij om de groep bestbetaalde rijksambtenaren in de salarisschalen 17, 18 of 19.

Dat blijkt uit het jaarverslag over 1999 van deze dienst, die in 1995 werd opgericht en wordt gevormd door deze topambtenaren.

Per 1 januari 2000 zijn ook de ambtenaren van schaal 16 ingestroomd. Doel van deze bestuursdienst was indertijd de kwaliteit, integriteit en professionaliteit van de rijksdienst te waarborgen.

De afgelopen vijf jaar is daarom bijzondere aandacht besteed aan het topmanagement. Uitgangspunt daarbij was dat de persoonlijke en professionele ontwikkeling van toppambtenaren een hoog rendement oplevert voor de kwaliteit bij de rijksdienst.

Om die reden werd in 1995 de ABD als zelfstandigde dienst ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die dienst bevordert de `mobiliteit' van topambtenaren, zodat zij niet op een bepaalde plaats vastroesten, maar op een andere positie opnieuw geïnspireerd raken en zodoende anderen kunnen inspireren. Verder helpt de ABD bij de individuele ontwikkeling van de topambtenaar en adviseert de dienst over diens loopbaan. Maar vooral kijkt de ABD `dwars door departementen heen' om te zien of een bepaalde ambtenaar het op een andere plek goed zou doen. Volgens directeur Benita Plesch, directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst ,,lijkt dat steeds beter te lukken''.

De leeftijdsopbouw van de top van het ambtelijk apparaat baart niettemin zorgen. ,,Op sommige departementen leidt dit tot zorg over de opvolging en de continuïteit met betrekking tot de aanwezigheid van kennis en ervaring binnen het departement, wanneer in korte tijd een groot deel van de departementale top wordt vervangen'', aldus mevrouw Plesch in een toelichting. Zij wijst er op dat het aantal benoemingen waarvoor de ABD is bedoeld vorig jaar aanzienlijk groter was dan in de jaren daarvoor. Er treedt dus een grotere mobiliteit op onder de topambtenaren. Door de regelmatige verandering van functie kan verkokering worden tegengegaan.

Niet alleen is er een verhoogde mobiliteit binnen de departementen, maar vooral ook tussen de departementen. De ,,vijver waarin kan worden gevist'' wordt daardoor wel een stuk kleiner, aldus mevrouw Plesch. ,,Meer dan de helft van de ABD-leden is minder dan drie jaar geleden aangetreden in de huidige functie. Dat is de minimale termijn die over het algemeen voor mobiliteit wordt aangehouden.''

Het zoeken naar potentiële topambtenaren die nu nog in schaal 16 zitten, biedt geen oplossing voor de dreigende uitstroom. ,,Een inventarisatie leert dat deze groep een vergelijkbaar leeftijdsbeeld vertoont, wat betekent dat ook hier een forse uitstroom kan worden verwacht in het komende decennium'', aldus Plesch.

Het is volgens haar van belang om nu al de aandacht te richten op ambtenaren in de schalen 14 en 15, omdat zij binnen afzienbare tijd een belangrijk deel van de instroom in het `ABD-gebied' vormen. Het is vooral van belang deze jonge ambtenaren te wijzen op een gunstig carrièreperspectief.