`Geen plaats voor vragen over twijfel'

De adjunct-directeur van Milieudefensie over theorieën waarmee leerlingen na het examen de wereld te lijf kunnen.

Het is een heel ordentelijk eindexamen maatschappijleer. De vragen gaan over een drietal belangrijke thema's: het verschil tussen culturen, de analyse van verkiezingsuitslagen en de jeugdcriminaliteit.

In dit eindexamen hoort er bij iedere vraag een antwoord. In het examen lijken we te leven in een overzichtelijke samenleving.

Maar is onze maatschappij wel zo ordentelijk? Kun je kennis van en inzicht in de maatschappij op dezelfde manier toetsen als Duits of wiskunde?

Het `goede' antwoord bij het eindexamen maatschappijleer blijkt vaak een weergave van een theorie of de interpretatie van een definitie. Voor ieder probleem een verklaring. Het impliciete beeld dat het examen oproept van onze maatschappij is statisch, alsof we het allemaal onder controle hebben. Er zijn verklaringen, definities en theorieën waarmee we direct na ons eindexamen de wereld te lijf kunnen.

Maar hebben we nu echt zoveel in onze greep? Snappen we echt wat er om ons heen gebeurd? Is alles wat het lijkt?

De vuurwerkramp in Enschede laat zeer pijnlijk zien dat er achter de ene werkelijkheid (`Nederland regelt z'n vergunningen goed. We zijn een veilig land. Alles is openbaar. We zijn Italië of Rusland niet.') een heel andere werkelijkheid schuilgaat. Een werkelijkheid van niet-geïnformeerde burgers én brandweerlui, van halve munitieopslagplaatsen in woonwijken en volstrekt duistere procedures van vergunningverlening waar de politiek ook nog eens de controle over kwijt is.

Een eindexamen maatschappijleer zou wat mij betreft niet alleen moeten vragen naar de basiskennis, maar net zo goed naar dubbele bodems, naar wat eerst voor waar werd gehouden maar later een leugen bleek te zijn. Het zou de mechanismen rondom beeldvorming moeten verkennen.

Een enkele keer wordt in de hele trits vragen de eindexamenkandidaat gevraagd naar een eigen mening (`Ben jij voor of tegenstander van de opkomstplicht bij verkiezingen?'). Natuurlijk is het goed dat eigen meningsvorming wordt gestimuleerd. Maar ook dat is maar het halve werk. Want net zo belangrijk als het kunnen formuleren van je mening, is het kunnen formuleren van je twijfel of onzekerheden. Maar een vraag naar `twijfel' ben ik nergens tegengekomen.

Ik heb in 1978 eindexamen gedaan. Maatschappijleer zat al wel in het lespakket, maar er werd geen eindexamen over afgenomen. Daarvoor was het vak nog te nieuw. Maar misschien had het nooit een eindexamenvak moeten worden. Want dan moet er op iedere vraag een eenduidig antwoord zijn.