`Gaat ons hetzelfde overkomen als Enschede?'

De vuurwerkindustrie dreigt kleinere steden boven het hoofd te groeien. In Dronten staan gevaarlijke bedrijven pal naast elkaar.

De nieuwe vergunning voor het bedrijf Broekhoff om vuurwerk op te slaan en te verwerken, is rond, heeft wethouder H. Haverkort-Cortvriendt (VVD) net verteld. Ondernemer D. Sluijmer, buurman van Broekhoff op het kleine industrieterrein in Dronten, kan het amper geloven. Hij had in februari bezwaar aangetekend tegen verlenging van de vergunning, omdat hij zich zorgen maakt over de veiligheidsvoorzieningen bij zijn buurman, de vuurwerkimporteur. En nu hoort hij van een ander, zonder door de gemeente te zijn gehoord, dat zijn bezwaar is afgewezen. De vergunning is verstrekt.

Typerend voor de ,,amateuristische wijze'' waarop de gemeente Dronten omgaat met het almaar groeiende vuurwerkopslagbedrijf, zegt Sluijmer. Broekhoff is met een opslagcapaciteit van 1.800 ton de grootste in Nederland.

,,Zo'n belangrijk thema kan de gemeente na Enschede niet afdoen met een persbericht dat alles in orde is bij Broekhoff'', zegt raadslid J. van den Berg (D66). Hij heeft schriftelijke vragen gesteld. Hij wil dat milieuvergunningen voor zulke bedrijven op een ,,hoger niveau worden getild dan het college van B en W. De beslissingen waren tot nu toe gemandateerd, maar ik wil als raadslid elke stap volgen.'' GroenLinks steunt hem.

Oud-raadslid C. Goedkoop uit Dronten schrijft vandaag in de Zwolse Courant: ,,Na de ramp in Enschede blijf ik met vragen zitten over de situatie in Dronten. Waar wordt het schitterende vuurwerk voorbereid waar we soms van mogen genieten? De woon- en werkbebouwing in Dronten-West nadert Broekhoff steeds meer. Is dat verantwoord? Hoe scherp zijn de veiligheidscontroles hier? Wie let daar op? Vragen die mij verontrusten. Of gaan we ervan uit dat bij ons zo'n ramp niet kan gebeuren?''

Inmiddels heeft minister Pronk (VROM) gezegd dat vuurwerkopslagplaatsen en -inrichtingen eigenlijk niet in de bebouwde omgeving thuishoren.

Op negentig meter afstand van de bunker van Broekhoff staat het verf- en oplossingsmiddelenbedrijf Pearl Paint. (In Enschede werd nog schade aangericht na de explosies daar over een afstand van 250 meter). En daarnaast staat weer een vetsmelterij. ,,Een zeer brandgevaarlijkere combinatie van bedrijven'', zegt D66'er Van den Berg. ,,Als daar iets in de brand gaat, krijg je een kettingreactie.''

Dat zulke bedrijven dicht bij elkaar staan ,,maakt niet zoveel uit'', zegt wethouder Haverkort-Cortvriendt. Elk bedrijf houdt zich volgens haar, net als Broekhoff, aan de voorschriften van hun milieuvergunningen. Daardoor is de combinatie ook niet extra riskant. En die vergunningen, onderstreept haar belangrijkste adviseur brandweercommandant J. de Boer, verstrekt de gemeente alleen als het advies van het Bureau Adviseur Milieuvergunningen Landmacht in Den Haag is ingewonnen. Dat is dan ook de enige plek in Nederland, op de vuurwerkexploitanten zelf na, waar kennis is verzameld over de veilige opslag van grote hoeveelheden vuurwerk.

Maar de majoor die leiding gaf aan dit paar man sterke bureau is eind 1999 `uit zijn functie ontheven', omdat hij behalve gemeenten tegen betaling ook winkeliers en importeurs zou hebben `geadviseerd' over vuurwerkopslag. `Je kon via hem regelen dat een vergunning sneller werd verstrekt' heet dat in de branche.

De zorgen van ondernemer Sluijmer ontstonden in 1997 toen de brandmelder afging in de bunker van Broekhoff. Een vorkheftruck had enkele rotjes geraakt, die knalden, legt Broekhoff nu uit. Maar de brandweerwagen moest over het terrein van Sluijmer om de bunker te bereiken. Sluijmer laat twee brieven zien die hij hierover aan het college van B en W heeft geschreven. Hij heeft er nooit antwoord op ontvangen. ,,Via Sluijmers terrein was nu eenmaal de kortste route'', zegt brandweercommandant De Boer.

Verder rijden de vorkheftrucks in drukke tijden ,,af en aan met stapels vuurwerk over de openbare weg tussen de twee bunkers'', zegt Sluijmer.

Directeur G. Broekhoff kan weinig met de ophef over vuurwerkopslagplaatsen. Allemaal onwetendheid, onderstreept hij. Zijn omzet haalt hij maar voor tien procent uit beroepsvuurwerk. Dat zijn ingewikkelde vuurwerkconstructies die op de werkplaats worden samengesteld en alleen door professionals worden afgestoken tijdens evenementen en huldigingen. De rest van de bergen vuurwerk die hij laat zien, is het ,,ongevaarlijk consumentenvuurwerk''. Broekhoff wil, net als de gemeente Dronten, het onderzoek in Enschede afwachten om te horen wat daar mis ging. Bovendien is de gemeente volgens hem juist strenger dan elders. Hij heeft bijvoorbeeld een kostbare sprinkler moeten installeren in elke opslagbunker, die automatisch water sproeit als er iets verkeerd gaat. ,,Dat is officieel niet verplicht.'' Een inval bij Broekhoff in 1995 leverde 250.000 kilo illegaal vuurwerk op. Broekhoff bestrijdt dit.

Officieel is weinig verplicht, want gemeenten mogen zelf weten of zij een vergunning verstrekken of niet. Het advies van de landmacht moeten ze inwinnen, maar het is niet bindend. De Federatie Vuurwerkhandel Nederland, die de ongeveer 12 grootste importeurs vertegenwoordigt, pleit ,,al jaren'' voor een bindend advies aan gemeenten, zegt voorzitter G.Oudendag. ,,Gemeenten kunnen afwijken van het advies, niet gehinderd door kennis van zaken.'' Oudendag wil structureel overleg met de overheid om de veiligheid van consumenten te verbeteren. Toch ergert ook hij zich aan de onwetendheid: ,,Een winkel met 200 kilo vuurwerk gaat heus niet de lucht in.'' Alleen een verkeerde opslag van beroepsvuurwerk is riskant.

Broekhoff wil zich heus wel vestigen in de polder op drie kilometer afstand van de bebouwde kom, zegt hij. ,,Geef me maar land en een schadeloosstelling.'' Ook wethouder Haverkort-Cortvriendt sluit niet uit dat het onderzoek in Enschede tot aanpassingen van de voorschriften voor vergunningen zal leiden. Voorlopig hebben gemeente en Broekhoff afgesproken dat ongeruste Drontenaren binnenkort een open dag van de vuurwerkopslag kunnen bezoeken.

    • Frederiek Weeda