Een samenraapsel van beelden

De filosofe Martha Nussbaum jogt voor haar boekenkast op een Stairmaster. Het filmpje wordt begeleid door het eerste pianoconcert van Beethoven. We staan in een verduisterd zaaltje van het Stedelijk Museum, halverwege de tentoonstelling Van de Schoonheid en de Troost. Het bordje op de muur geeft niet meer duiding prijs dan een citaat van de Amerikaanse filosofe: `Hardlopen is ontspannend en zet aan tot bespiegeling'. Tsja. Is dit schoonheid? Geeft dit troost? Misschien voor Nussbaum maar niet voor de bezoekers, waarvan een groot deel niet eens zal weten wie die vrouw is die zich in het zweet werkt.

De tentoonstelling Van de Schoonheid en de Troost ontleent zijn bestaansrecht vooral aan de gelijknamige televisieserie van Wim Kayzer, de afgelopen weken door de VPRO vertoond. De zesentwintig deelnemers werd gevraagd om hun idee over schoonheid en troost te `materialiseren' voor het museum. Het gevolg is een samenraapsel van voorwerpen, kunstwerken, foto's en muziek, soms verrassend en mooi, in te veel gevallen echter onbetekenend wanneer je de bijbehorende aflevering van de serie niet kent.

Toch wordt in de tentoonstelling slechts in één geval een fragment uit de serie getoond, daar waar het echt niet anders kan: bij de reproductie van Chardins De lezende filosoof. Steiner vertelt wel heel mooi over de betekenis van het schilderij, waarop `ceremoniële manier van lezen' gestalte krijgt, maar het blijft een reproductie. In andere gevallen wordt begeleidend beeldmateriaal hevig gemist, zoals bij de foto van de moeder van psychologe Elizabeth Loftus: zonder kennis van het dramatische verhaal dat erbij hoort zie je niets anders dan een vaag zwartwit-portret.

Gemakzucht kan enkele van de deelnemers verweten worden: dirigent Vladimir Ashkenzy koos voor een foto van zichzelf en zijn vrouw, zittend op de keukenvloer, en daarnaast hangt een gedicht van Heine. Natuurkundige Freeman Dyson nam genoegen met een foto van zijn kinderen en kleinkinderen op de trap in zijn huis. Een ander bezwaar is dat het begeleidende citaat van de betreffende deelnemer vaak ronkt van de grote woorden, een kwaaltje waar ook de televisieserie aan leed. De Nigeriaanse schrijver Wole Soyinka koos een mooi lied van Billie Holiday, I'll be seeing you, begeleid door beelden van wolkenluchten en zonsopgangen. Het citaat luidt: `Dit lied gaat over de vergankelijkheid, en haar paradox in de hardnekkigheid van het geheugen'. Zonder enige context heeft zo'n uitspraak weinig betekenis. Mooier is de `mengeling van zachtheid en symmetrie' die Richard Rorty in De nachtpauwoog van Van Gogh meent te zien.

Het onderhand knagende verlangen naar een beetje schoonheid en troost wordt beloond bij de keuze van de schrijfster Dubravka Ugresic: het Brandend dagboek van de verstokte roker Milos Bobic, getekend op de witte vlakjes van luciferdoosjes. Als je net de op enorm formaat uitgesmeerde Appels hebt gezien, die de schilder zelf voor de tentoonstelling selecteerde, daagt het besef dat ook het heel kleine subliem kan zijn.

Op de tientallen doosjes die de muur bedekken staan tekeningen in allerlei stijlen, meestal gedaan met een fijne zwarte pen, en daartussen tref je steeds een nieuw minuscuul wonder: een raak portret, een paardenkop, een vrouwelijk naakt, een gedetailleerd fragment van een gebouw. In een tekst die bij het kunstwerk hangt legt Ugresic uit hoe ze de doosjes van haar lotgenoot, de in 1991 uit Belgrado gevluchte Bobic, ziet als de `ontroerende en ironische replica van het verloren huis dat wij op de een of andere manier proberen te herbouwen', het huis van de herinnering. Ironisch, dat is één van de tekeningetjes zeker: vier zeer realistische lucifers, waarvan één met verbrande kop. Waarom zo'n bescheiden vondst ook ontroert is eigenlijk in woorden niet uit te leggen.

Van de Schoonheid en de Troost. T/m 16 juli in het Stedelijk Museum, i.s.m. de VPRO. Paulus Potterstr. 13, Amsterdam, dagelijks 11-17u.