Een raspoliticus stapt op

Een raspoliticus, die als weinig anderen de woelige baren van de Turkse politiek wist te trotseren. Dat is de reputatie van Süleyman Demirel die gisteren het presidentsambt overdroeg aan voormalig voorzitter van het Constitutionele Hof Ahmet Necdet Sezer. Demirel (76) heeft zich nog niet uitgelaten over zijn toekomst, maar men gaat er vanuit dat baba (Vadertje) de politieke arena definitief heeft verlaten. De Turkse politiek verliest een van haar markantste figuren.

Demirel beheerste de kunst van het politieke overleven als geen ander. Twee keer werd hij als premier aan de kant gezet door het leger, maar iedere keer kwam hij terug. Om politiek te overleven aarzelde hij niet om zijn opvattingen nu en dan bij te stellen. ,,Gisteren was gisteren, maar vandaag is vandaag'', placht hij zijn koerswijzigingen te rechtvaardigen. De man in de straat volgde hem uiteindelijk altijd. Want de populistische Demirel zei altijd waar het volgens hem op stond en veel Turken konden dat erg waarderen.

Ook zijn afkomst maakte Demirel populair bij een groot publiek. Zijn wieg stond immers niet in een chique wijk in Istanbul, maar in een dorpje in Anatolië. Op zesjarige leeftijd hoedde hij schapen, zo lieten zijn spindoctors op gezette tijden weten. Maar hij liet de schapen al vrij snel aan hun lot over om bouwkunde te gaan studeren in Istanbul. Toen hij een beurs kreeg voor de Verenigde Staten, nam zijn carrière een hoge vlucht. Terug in Turkije kwam hij direct in aanmerking voor hoge functies.

In 1962 trad Demirel toe tot de conservatieve Gerechtigheidspartij, en al twee jaar later werd hij daarvan de voorzitter. In 1965 kwam de partij alleen aan de regering, en werd hij premier. Het waren moeilijke tijden voor Turkije. De kloof tussen links en rechts werd steeds groter, en er braken straatgevechten uit. In 1971 vond het leger het welletjes. Als de regering niet in staat was om een einde te maken aan de ,,anarchie'', zo liet het leger weten, zou het zelf de macht overnemen. Demirel trad onmiddellijk af. Toen hij in 1979 opnieuw premier werd, was er weinig veranderd in Turkije. Links en rechts gingen elkaar nog steeds te lijf, de Turkse economie lag in puin. Daarnaast waren er – tot woede van het leger, dat zichzelf als beschermheer van het seculiere karakter van Turkije beschouwt – steeds meer tekenen dat moslim-extremisten aan de weg begonnen te timmeren. Toen op 6 september 1980, ongeveer anderhalf jaar na de revolutie in Iran, fundamentalisten op een bijeenkomst in Konya opriepen om ook in Turkije islamitische wetgeving in te voeren, greep het leger in: een week later zetten de strijdkrachten de burgerregering aan de kant. Baba leek verslagen, maar zeven jaar later, toen zijn verbod om aan politiek te doen werd opgeheven, kwam hij terug. In 1991 werd Demirel voor de zevende keer premier; twee jaar later was hij president.

Bij zijn ambtsaanvaarding liet Demirel weten het presidentschap op een geheel eigen wijze te zullen gaan vervullen. Natuurlijk is een president neutraal, zei hij, maar dat wil niet zeggen dat hij zich niet met politieke problemen mag bemoeien. Op ten minste twee momenten heeft hij een belangrijke rol gespeeld. Zo overreedde hij in 1997 de toenmalige fundamentalistische premier Erbakan om af te treden nadat de strijdkrachten zich steeds kritischer over hem hadden uitgelaten. En vorig jaar liet hij weten dat Turkije grote problemen met de Europese Unie zou krijgen als het uiteindelijk zou besluiten om de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), Abdullah Öcalan, te executeren. Steeds was hij ook op reis om de Turkse zaak in het buitenland te behartigen. ,,Als ik de telefoon oppak kan ik binnen een half uur met 30 staatshoofden praten en dan zeg ik `je' en `jij' tegen hen'', liet hij – bescheiden als hij is – regelmatig weten.

Demirels grootste triomf als president was misschien wel dat een van zijn grootste opponenten uit het verleden, huidig premier Ecevit, hem als president zo waardeerde dat hij zelfs de grondwet wilde veranderen om hem langer aan te laten blijven. Veel Turken waren echter van mening dat hij genoeg voor het land had gedaan. Tijdens een live interview op televisie liet een aantal studenten hem onomwonden weten dat hij volgens hen bij het verleden hoorde, en niet bij de toekomst. ,,Hij gaf geen antwoord op welke vraag dan ook'', zei een van hen achteraf, ,,maar wat kun je anders verwachten van een politicus die al veertig jaar rondhangt?'' Op 5 april bezegelde het Turkse parlement Demirels lot toen het weigerde om de door Ecevit gevraagde grondwetsherziening te accorderen.