Celstraffen wegens excessen in Atjeh

Een gemengd civiel-militaire rechtbank heeft vanmorgen in Banda Atjeh, de hoofdstad van de Indonesische provincie Atjeh, vonnis gewezen in het eerste proces tegen militairen die zich hebben schuldig gemaakt aan excessen tegen burgers. Alle beklaagden – 24 militairen en een burger – werden veroordeeld tot gevangenisstraffen, variërend van acht jaar en zes maanden tot tien jaar. De advocaten zullen beroep aantekenen tegen het vonnis.

De 25 stonden terecht voor de moord op een Atjehse godsdienstleraar, Teungku Bantaqiyah, en 56 leerlingen, op 23 juli 1999 in het dorp Beutong Ateuh. Een dorpsbewoner – de enige burgerbeklaagde – had het regionale militaire commando getipt dat Bantaqiyah en zijn leerlingen over wapens zouden beschikken en het separatistische verzet in Atjeh zouden steunen. De groep werd daarop in koelen bloede vermoord. Een onafhankelijk onderzoek wees achteraf uit dat de leraar en zijn volgelingen niet over wapens beschikten.

Het proces werd gezien als een lakmoesproef voor de bereidheid van de regering-Wahid om militairen die zich schuldig hebben gemaakt aan rechtsschendingen te bestraffen. De separatistische Beweging Vrij Atjeh (GAM) heeft de laatste jaren garen gesponnen bij het brute legeroptreden in en de economische exploitatie van Atjeh.

Onder de beklaagden – op de ene burger na allen militairen van de eenheid die de moorden pleegden – zijn elf gewone soldaten, negen onderofficieren en vier officieren. De hoogste in rang is een kapitein. De commandant van de moordbrigade, luitenant-kolonel Sudjono, is sinds november voortvluchtig. Naar verluidt is hij geholpen door medeofficieren. Toen hij al te boek stond als verdachte, vroeg en kreeg hij buitengewoon verlof en dook onder. Dertien beklaagden hebben toegegeven dat zij, op last van Sudjono, weerloze scholieren hebben gedood. De overigen verklaarden uit zelfverdediging te hebben geschoten.

Niet-gouvernementele organisaties in Atjeh hebben vanmorgen kritiek geuit op het proces. De ,,ware moordenaars, Sudjono voorop'', zouden de dans zijn ontsprongen. De GAM houdt oud-president Habibie en de gewezen stafchef van de strijdkrachten, generaal b.d. Wiranto, verantwoordelijk voor de moordpartij. Een woordvoerder van de GAM, Ismail Syahputra, reageerde: ,,Er is geen gerechtigheid als Habibie en Wiranto niet voor de rechter komen. Want zij gaven de opdracht om te moorden in Atjeh.''