Bijzondere bijstand voor slachtoffers

Slachtoffers van de ramp in Enschede die in acute financiële nood zijn geraakt kunnen van de gemeente bijzondere bijstand krijgen.

Het kabinet is bereid daarvoor een extra bijdrage beschikbaar te stellen. Dat heeft minister De Vries (Binnenlandse Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer geschreven. De Vries is coördinerend bewindsman voor het rampenbeleid.

Het kabinet gaat na hoe de getroffenen van de ramp financieel tegemoet kunnen worden gekomen, maar is er na overleg met het Verbond van Verzekeraars van overtuigd dat de schade `in beginsel verzekerbaar' is. De schade aan inboedels en opstallen wordt door de gebruikelijke particuliere brandpolissen gedekt. Dit geldt ook voor ruitbreuk in de verdere omgeving, aldus De Vries.

Ook wijst de minister erop dat zogeheten secundaire kosten, bijvoorbeeld de kosten van tijdelijke onderbrenging, elders veelal zijn gedekt, waarbij meestal een vergoeding van tien procent boven de verzekerde som van toepassing is. Ook auto's zijn verzekerd op grond van casco-polissen, bedrijfsschade is gedekt en ziektekostenverzekeringen vergoeden dokters- en ziekenhuiskosten, zo stelt De Vries.

Schade-experts nemen op verzoek van het kabinet in het getroffen gebied de schade op, ongeacht de vraag of betrokkenen verzekerd zijn. De Vries wijst erop dat het Verbond van Verzekeraars een helpdesk heeft ingesteld.

Los van die verzekeraars meent De Vries dat er ook een belangrijke rol is weggelegd voor het particulier initiatief. De bewindsman doelt op de Stichting Nationaal Rampenfonds, die uitkomst kan bieden voor gedupeerden.

De Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen sluit, als de schade verzekerbaar is, een tegemoetkoming uit, zo stelt de minister. Van verzekerbaarheid is volgens hem hier duidelijk sprake en dus is deze wet volgens niet van toepassing. De bewindsman erkent dat gedupeerden niet of niet voldoende verzekerd kunnen zijn. In die gevallen kan sprake zijn van ernstige gevolgen, maar zullen de getroffenen zich toch moeten wenden tot de Stichting Nationaal Rampenfonds.