Akkoord IMF, Indonesië

De regering van Indonesië en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) hebben vandaag een nieuwe Letter of Intent (LoI) getekend. Op basis van deze nieuwe, wat deadlines betreft enigszins bijgestelde, overeenkomst zal het IMF op 1 juni de tweede tranche - 400 miljoen dollar groot - overmaken van het in januari overeengekomen bijstandskrediet.

Dat bedraagt in totaal 5 miljard dollar voor een periode van drie jaar. Uitbetaling van de tweede tranche werd op 1 april voor onbepaalde tijd uitgesteld omdat Indonesië voor een aantal onderdelen van de in januari getekende LoI de overeengekomen deadlines niet had gehaald.

De ondertekening van deze nieuwe overeenkomst was aanvankelijk geagendeerd voor 1 juni, maar is twee weken vervroegd. Op de vraag of deze versnelde procedure verband houdt met de recente koersdaling van de rupiah, gaf Senior Representative Joshua Felman, die het stuk namens het IMF ondertekende, geen rechtstreeks antwoord.

Felman zei dat Indonesië en het Fonds doorgaan met uitvoering van het overeengekomen economische programma en dat ,,er geen sprake is van vertraging''.

Syahril Sabirin, de gouverneur van Bank IndonesiA, de centrale bank, die samen met twee bewindslieden namens Indonesië tekende, toonde zich na afloop hoopvol dat het nieuwe akkoord de jongste koersval van de rupiah tot staan zal brengen. De koers van de rupiah is in een week tijd met 9 procent gedaald.

Analisten wijten deze snelle waardevermindering aan een aantal factoren: de onzekere politieke situatie in Indonesië, de vertraagde uitbetaling van het IMF-krediet en de al enige tijd aangekondigde renteverhoging door de centrale bank van de Verenigde Staten, die gisteren van kracht werd.

President Wahid van Indonesië heeft maandag, na het wekelijkse beraad met economische bewindslieden, Bank IndonesiA en een aantal staatsbanken gevraagd de rupiah te steunen met aankopen. Het bestuur van de centrale bank heeft daarop terughoudend gereageerd. De deviezenvoorraden van Bank Indonesia zijn slechts toereikend voor de dekking van enkele maanden importen.

Bovendien is de centrale bank sinds mei vorig jaar rechtens onafhankelijk van de regering.