Vrede in Sierra Leone

Het vredesakkoord voor Sierra Leone dat op 7 juli vorig jaar in de Togolese hoofdstad Lomé werd gesloten, was een pact met de duivel. De democratisch gekozen president Achmed Tejan Kabbah ging ermee akkoord de macht te delen met Foday Sankoh, de rebellenleider die verantwoordelijk was voor 20.000 tot 50.000 doden, duizenden verminkingen en verkrachtingen, 1,4 tot 2 miljoen ontheemden op een bevolking van 4,7 miljoen mensen. Het Revolutionair Verenigd Front (RUF) dat in de binnenlanden van Sierra Leone jarenlang een ongekend schrikbewind had gevoerd, mocht vier ministers en vier staatssecretarissen leveren voor een overgangsregering. Sankoh werd vice-president en voorzitter van de regeringscommissie voor Bodemschatten. Hij en zijn rebellen kregen amnestie. De RUF mocht tot politieke partij worden omgevormd en meedoen aan verkiezingen die voor begin volgend jaar waren voorzien.

In ruil voor die concessies moesten de rebellen wel hun wapens inleveren. Bij inlevering zouden zij voeding en bescherming krijgen, plus 300 dollar. Minister van Buitenlandse Zaken Sama Banya erkende vorig jaar dat het akkoord voor de bevolking ,,een bittere pil'' was om te slikken. De slachtoffers van de rebellen moesten zich zelf maar redden. De agressors werden voor hun wandaden beloond.

De RUF heeft het vredesakkoord de laatste acht maanden bij herhaling geschonden. Minder dan de helft van de rebellen leverde zijn wapens in. VN-troepen werden gegijzeld, ontwapend of tegengehouden.