Verwarring over risico's en regels

Bestuurders en instanties die betrokken zijn bij de vuurwerkramp zaterdagmiddag in Enschede twisten over de inschatting van de risico's en de naleving van de veiligheidsregels bij het geëxplodeerde bedrijf S.E. Fireworks. Er zijn in de puinhopen geen nieuwe doden gevonden. Het officiële dodencijfer staat op vijftien.

Volgens de regels van rampenbestrijding had de brandweer in Enschede de omgeving direct moeten ontruimen, zegt de adjunct-directeur van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding G. van Staalduinen. ,,Vuurwerk is niet met water te blussen. Verder is er gevaar voor explosie. In deze situatie had een cirkel van 200 à 300 meter in de omtrek ontruimd moeten worden.''

De Enschedese Brandweercommandant A. Groos sluit niet uit dat een of meer opslagloodsen in strijd met de voorschriften openstonden toen de brand werd ontdekt. De bemanning van de brandweerauto die het eerst ter plekke was ontdekte verschillende brandjes buiten op het bedrijfsterrein. Bovendien kwamen er vuurpijlen uit een of meer loodsen, zegt Groos op basis van getuigenverklaringen.

Een jaar geleden schatte de provincie Overijssel in dat een ongeval bij een bedrijf als S.E. Fireworks in Enschede voor omwonenden nauwelijks gevolgen zou hebben. ,,Het te verwachten aantal gewonden onder omwonenden bij een ongeval is nihil. Niettemin is duidelijk dat gezien het speciale karakter van deze opslagen en de risico's voor de brandweer een aanvalsplan in alle gevallen wenselijk is.'' Zo'n aanvalsplan is een verzameling gegevens over het bedrijf, die tot doel heeft om de brandweer vertrouwd te maken met de situatie in geval van een ongeval. De brandweer van Enschede zei gisteravond dat ze niet beschikte over zo'n aanvalsplan voor brand bij S.E. Fireworks.

Het bedrijf heeft in 1997 van de gemeente een vergunning gekregen om professioneel vuurwerk op te slaan in onder meer drie zeecontainers. Verder mochten twaalf `bunkers' en zeven `boxen' worden ingericht voor de opslag van vuurwerk, aldus wethouder J. Helder van Enschede gisteravond. Ondertussen doen geruchten de ronde dat op het terrein niet drie, maar veertien zeecontainers zouden hebben gestaan.

De opslagplaats is volgens Helder voor het laatst in mei 1999 grondig gecontroleerd. Zijn collega M.G. Althof zei zondag dat gemeente en Defensie het bedrijf begin deze maand nog hadden bezocht.

Verder zijn de gemeente en Defensie het niet eens over de vraag wie de risico's van een vuurwerkbedrijf moeten inschatten. De gemeente stelt dat de milieudienst van de landmacht ,,zelfstandig onderzoek verricht naar explosiegevaar, waarbij met name de afstand tussen opslag en andere functies [zoals wonen, red.] een belangrijke afweging is''. De woordvoerder van Defensie beklemtoont dat zij niet de gevaren voor omwonenden analyseert.

Voormalig ombudsman M. Oosting zal de onafhankelijke commissie gaan leiden die de explosies bij S.E. Fireworks zal onderzoeken. Oosting is lid van de Raad van State.

Het openbaar ministerie in Almelo is begonnen aan twee gerechterlijke onderzoeken, één tegen het bedrijf S.E. Fireworks wegens mogelijke overtreding van milieuvoorschriften en één tegen nog onbekende verdachten wegens (schuld aan) opzettelijke brandstichting.

Het aantal doden als gevolg van de ramp in Enschede bedraagt vijftien, onder wie vier brandweerlieden. (Gisteren aan het begin van de middag werd een zestiende dode gemeld, ook door deze krant, maar dat bericht werd later ingetrokken.)VUURWERKRAMP

[Vervolg van pagina ] Vijf hulpverleners zouden in de nacht onafhankelijk van elkaar hulpsignalen onder het puin hebben gehoord. Die meldingen zijn onderzocht, maar er is niets aangetroffen.

Ruim 1.600 mensen hebben gisteren een claim ingediend bij verzekeraars naar aanleiding van de vuurwerkramp. De verwachting is dat dit aantal nog sterk zal toenemen. De Vereniging voor Letselschade Slachtoffers (VLS) onderzoekt wie aansprakelijk gesteld kan worden voor de ontploffing van het vuurwerkdepot. De Tweede Kamer vindt dat de overheid een deel van de schade moet vergoeden.

Volgens een schatting van de Kamer van Koophandel zijn enkele tientallen bedrijven door de explosie met de grond gelijk gemaakt. Daarnaast hebben ongeveer tweehonderd bedrijven ernstige schade opgelopen.

Bij de ontploffing zijn waarschijnlijk ook zo'n vijftig ateliers van kunstenaars verwoest. Zij werkten in twee panden van de stichting Ateliers B.V.V. die door de explosie deels verwoest werden. Enkele kunstenaars verloren daarmee vrijwel hun complete oeuvre.

Voor ruim 200 dakloze huishoudens moest vanmorgen nog vervangende huisvesting worden geregeld. Voor hen wordt in Haaksbergen, Almelo en Oldenzaal woonruimte gezocht. Ongeveer zeventig gedupeerden moesten ook afgelopen nacht doorbrengen in de Diekmanhal.

De buitenring van het afgesloten gebied rondom de opslagplaats van S.E. Fireworks is gistermiddag om drie uur opengegaan voor bewoners. De gemeente hanteert daarvoor de lijst van de eigen administratie. Alleen wie ingeschreven staat in de opengestelde straten mag het gebied in. De politie zal niet te streng controleren. Aanvankelijk is overwogen met pasjes te werken, maar dit bleek te ingewikkeld. In totaal gaat het om ruim 2.000 mensen die kunnen terugkeren. Zij kunnen op zeven plekken het gebied binnen.

H. Smallenbroek, de eigenaar van het pand aan de Tollensstraat in Enschede waar het bedrijf S.E. Fireworks was gevestigd, heeft zich gisteren bij de politie gemeld. Hij brak na de ramp zijn vakantie op Malta af. ,,Ik zal alle medewerking aan de politie verlenen om de exacte toedracht van de ramp te achterhalen'', aldus Smallenbroek tegenover het persbureau ANP. Het vuurwerkbedrijf verkocht hij in 1998 aan drie vennoten, onder wie R. Bakker en W. Pater, en hij zou sinds een jaar niet meer op het complex zijn geweest.