`Verleid mensen tot wonen in stad'

Niet de kwantiteit maar de kwaliteit van woningen moet de komende jaren centraal staan in het volkshuisvestingsbeleid.

De tijd is voorbij dat de overheid als een zorgzame vader louter eenvoudige woningen liet optrekken voor behoeftige mensen. Van een ernstig woningtekort is anno 2000 geen sprake meer. ,,Kwantitatieve schaarste is omgeslagen in een kwaliteitstekort'', zo constateerde staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) gisteren bij de presentatie van zijn Nota Wonen.

Met andere woorden: de mensen hebben allemaal wel een woning maar daarmee nemen ze geen genoegen meer. Ze willen een groter en mooier huis met een tuin erbij, liefst in eigen bezit. Door de aanhoudende gezinsverdunning blijft de vraag naar nieuwe woningen bovendien groot. Daarom moeten er de komende tien jaar ongeveer een miljoen woningen van goede kwaliteit bij komen, waarvan 600.000 in de steden. Zoals steeds, zal een deel hiervan uit sociale huurwoningen blijven bestaan.

Om aan deze verlangens tegemoet te komen wil Remkes de bakens verzetten. ,,Zeggenschap is de eerste centrale boodschap van de nota'', aldus Remkes. ,,Huisvesting mag niet langer een exclusieve zaak zijn van ministers, ambtenaren en woningbouwcorporaties. De burger moet meer te zeggen krijgen over zijn woning, ongeacht of hij huurder of eigenaar is.''

,,Het tweede punt'', vervolgt de staatssecretaris, ,,is kwaliteit, kwaliteit en nog een keer kwaliteit. Niet het aanbod maar de vraag moet bepalend zijn op de woningmarkt. Daarvoor moet veel veranderen. Ik wil de plaats van de consument dan ook versterken in de woonwet.''

Dat alles lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Heeft de overheid immers de laatste jaren de volkshuisvesting niet fors gedecentraliseerd?

,,Dat is waar, maar dat betekent nog niet dat de rijksoverheid geen eigen opvattingen meer zou hebben. We zullen eerst met de gemeenten en de woningbouwcorporaties gaan praten. Daarbij heb ik natuurlijk wel een stok achter de deur. Ik kan de gemeenten een aanwijzing geven en ik kan de woonwet veranderen. Vooral de bepalingen die de woningbouwcorporaties betreffen, kunnen straffer worden geformuleerd. Over een jaar of tien hebben zij een eigen vermogen van zo'n 60 miljard gulden. Hun positie staat de komende tien jaar niet ter discussie, hebben we afgesproken. Maar in ruil daarvoor moeten ze maatschappelijk aanvaardbare prestaties leveren.''

U wil het aandeel eigen woonbezit opstuwen van 51 procent nu tot 65 procent in 2010. Is uw einddoel dat elke volwassen Nederlander zijn eigen huis bezit?

,,Nee, het zou wel heel mooi zijn, maar het is mijn stellige overtuiging dat er altijd mensen zullen zijn die om hun moverende redenen de voorkeur geven aan huren. Dat kan zijn wegens hun baan, een afkeer van rompslomp met een eigen huis of door ontbrekende financiële middelen. De behoefte aan een vitale huursector zal er altijd blijven. Als ik verder ga dan een aandeel van 65 procent, krijg ik al gauw het verwijt dat ik de mensen een huis wil aansmeren. Dat kan niet verwacht worden uit de mond van een liberale staatssecretaris.''

U fulmineert nogal tegen het paternalisme in het huisvestingsbeleid tot nu toe. Maar bent u zelf niet een tikje paternalistisch? U doet er immers alles aan de burger in de stad te houden, terwijl die liever in het groen woont?

,,Dat heeft te maken met een fatsoenlijke ruimtelijke ordening en met het draagvlak van de steden. Tot nu toe vonden velen niet de woonkwaliteit in de steden die ze zochten. Daarom bestelden ze de verhuiswagen om buiten de stad ruimer in het groen te gaan wonen. Maar als dat doorzet, krijg je een onwenselijke segregatie tussen rijk en arm. We moeten samen met de gemeenten die wegtrekkende mensen zien vast te houden. Niet door ze te geleiden maar door ze te verleiden. Dat is wat anders dan paternalisme. Het stelt wel hoge eisen aan de kwaliteit die wordt geboden.''

Is er wel voldoende ruimte voor al die nieuwe woningen? Raakt u niet in botsing met minister Pronk?

,,Het is inderdaad een illusie te denken dat dat allemaal in de bestaande ruimte kan. Ook Pronk erkent dat. De vraag is dus: waar doe je het? Daarbij geldt het adagium: niet alles kan overal. Het zal vooral moeten gebeuren binnen de rode contouren, die Pronk in de Vijfde Nota voor de ruimtelijke ordening wil aangeven. Ik ben optimistisch dat we daar wel uit komen.''

NOTA: www.nrc.nl/DenHaag