Uitgaven voor onderwijs zijn lager dan normen OESO

Nederland geeft 5,1 procent van het bruto binnenlands product (BBP) uit aan onderwijs. Gemiddeld besteden de OESO-landen 6,5 procent van hun BBP aan onderwijs.

Dit blijkt uit het rapport `Education at a glance, 2000' van de Organisatie voor Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), dat gebaseerd is op cijfers uit 1997/1998. De Nederlandse onderwijsuitgaven zijn drietiende procentpunt lager dan twee jaar daarvoor. De welvaartsstijging in Nederland is grotendeels verantwoordelijk voor die relatieve verlaging. De meeste omringende landen halen de norm van 6 procent evenmin als Nederland. Alleen Denemarken handhaaft zich boven de 8 procent.

Toch zijn Nederlanders in algemene zin goed opgeleid. Ook de geletterdheid van de Nederlandse bevolking is hoog vergeleken bij andere landen, aldus de OESO. Nederlandse leerlingen zijn in vergelijking met leeftijdsgenoten uit het buitenland goed in wis- en natuurkunde.

Minister Hermans van Onderwijs relativeert in een brief aan de Tweede Kamer het belang van de OESO-norm. Het gaat er om dat onderwijs meedeelt in de welvaart, schrijft hij. Het OESO-rapport laat het verband tussen uitgaven per leerling en de welvaart zien: welvarende landen investeren per leerling meer in onderwijs.

Nederland geeft in vergelijking met andere West-Europese landen ongeveer hetzelfde uit per basisschoolleerling. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs geeft Nederland minder uit dan andere West-Europese landen, met uitzondering van Groot-Brittannië. De onderwijskosten voor een studenten in het hoger onderwijs zijn daarentegen verhoudingsgewijs hoog. Dat komt onder meer doordat er geen scheiding is gemaakt tussen de kosten van onderwijs en onderzoek aan de universiteiten.

Weinig is er de afgelopen jaren veranderd aan de werkdruk van leraren. Leraren op middelbare scholen geven 900 uur per jaar les, in de buurlanden was dat 750 uur. De meeste leraren liggen qua salaris de eerste vijftien jaar van hun loopbaan achter bij hun buitenlandse collega's. Later lopen de salarissen niet zo veel uiteen. Opvallend is wel dat een Nederlandse leraar in het basisonderwijs aan het einde van zijn loopbaan veel minder verdient dan zijn collega in het voortgezet onderwijs. In het buitenland is dat verschil minder fors.