Raad voor Cultuur streng voor veteranen

In de nieuwe Cultuurnota leidt het nieuw voor oud-principe vooral in de toneelsector tot grote veranderingen.

Met het advies om het Noordhollands Philharmonisch Orkest in Haarlem en het Nederlands Kamerorkest in Amsterdam op te heffen, heropent de Raad voor Cultuur een lang verstomde discussie uit het tijdperk, waarin Elco Brinkman minister van WVC was: 1982-1989. De plannen wilden een radicale stroomlijning van het volgens Haagse politici te grote en te dure orkestenbestel. De samenvoeging van provinciale orkesten strandde goeddeels op onverzettelijke regionale lobby's. Uiteindelijk fuseerden alleen het Noordelijk Filharmonisch Orkest en het Frysk Orkest. Het Gelders Orkest, het Limburgs Symphonie Orkest, het Brabants Orkest en het Noordhollands Philharmonisch Orkest bleven alle zelfstandig, evenals het voormalige Forum-orkest in Enschede, nu Orkest van het Oosten.

Brinkman en de toenmalige Raad voor de Kunst wilden met het vrijkomende geld meer subsidie geven aan kamermuziek, jazz, pop en geïmproviseerde muziek. Ondanks het gebrek aan succes bij de orkestsanering kregen al deze sectoren de afgelopen jaar wel wat meer subsidie. Met de opbrengst van de opheffing van twee orkesten en het kortwieken van de Hoofdstad Operette is er nu zo'n 13 miljoen extra. Daarvan kunnen tal van bestaande en nieuwe kleinschalige gezelschapjes een cadeautje krijgen. Bovendien gaat nog eens 3 miljoen naar de kwaliteitsversterking van drie toporkesten en enkele regionale orkesten.

De Raad spreekt van ,,een serie ingrijpende voorstellen die moeten leiden tot ,,een rechtvaardiger verdeling van muzieksubsidies'' en tot ,,een betere weerspiegeling van het huidige muzikale landschap.'' Verder begint de Raad een discussie over de opheffing van het Radio Symfonie Orkest – een onderdeel van het Muziekcentrum van de Omroep, dat wordt gefinancierd uit de omroepmiddelen. Maar sinds de omroepbijdrage via de fiscus wordt geïnd, heeft de Haagse politiek daarop rechtstreeks greep.

Die efficiënt en sympathiek ogende herschikking gaat met een wisselvallige argumentatie wel ten koste van zeer redelijk tot goed functionerende orkesten. Het Nederlands Kamerorkest doet onder andere prima werk bij de begeleiding van de voorstellingen van de Nederlandse Opera. En het Noordhollands Philharmonisch Orkest, dat zojuist de jonge Micha Hamel benoemde tot chef-dirigent, heeft van alle orkesten in ons land al jarenlang het opmerkelijkste en avontuurlijkste beleid.

De programmering van het Haarlemse orkest is origineel en voorbeeldig. Er klinkt veel nieuwe, eigentijdse en vooral Nederlandse muziek – iets wat Van der Ploegs voorganger Nuis zo propageerde. De Raad beargumenteert de voorgestelde opheffing door te zeggen dat er in de Randstad al erg veel orkesten zijn, dat er voor het Haarlemse beleid te weinig publieke belangstelling is en dat de taken van het orkest moeten worden overgenomen door ,,andere symfonieorkesten.'' Het subsidiëren van het Nederlands Kamerorkest heeft binnen het veranderde muzikale landschap ,,geen prioriteit'' omdat die taak ook kan worden vervuld door het Radio Kamerorkest. En het budget van het Radio Symfonie Orkest, dat ,,wel kwaliteit maar onvoldoende artistiek profiel heeft'' zou volgens de Raad beter kunnen worden besteed aan de verbetering van de andere omroeporkesten.

    • Mark Duursma