Pogorelich klinkt vooral als Pogorelich

Al twintig jaar verdeelt pianist Ivo Pogorelich (1958) met zijn tegendraadse spel het publiek in fans en vijanden. Tussenliggende nuances sluit Pogorelich uit met zijn aanpak en uitstraling. Hij dankt zijn publiek niet, maar gedoogt het met geknepen lippen en een stram hoofdknikje. En zo introvert als Pogorelich oogt, is ook zijn spel. Als onder hypnose vult hij muziek in met een overvloed aan grilligheden, maar door zijn meesterlijke techniek en trefzekerheid, maakt hij het publiek tegelijkertijd deelgenoot van zijn trance.

Gisteravond gaf Ivo Pogorelich in Utrecht een recital met de Pianosonates nrs. 17 en 27 van Beethoven en de Six Moments Musicaux van Rachmaninov, hetzelfde programma dat hij zondagavond speelde in het Amsterdamse Concertgebouw. Het derde deel van Rachmaninovs grootse miniaturen illustreerde zijn artistiek signatuur treffend. Extreme cesuren scheidden contrasterende passages, akkoorden klonken steeds net iets later dan verwacht en melodiek die de componist zelf als `droef' omschreef, ontsnapte hier de vleugel als een opeenstapeling van verontrustende samenklanken.

Bits, breed en bulkend van uitersten belichtte Pogorelich zowel Rachmaninov als Beethoven als een röntgenweergave van de naakte waarheid achter de partituur. In Rachmaninov leidde dat tot momenten van grote muzikale schoonheid en vervoering. In de sonates van Beethoven zou een meer gedoseerd gebruik van muzikale lichteffecten de opbouw van het geheel ten goede zijn gekomen.

Pogorelich kan als weinig anderen kan bogen op de gave der muzikale vertelkunst. Alleen vertelt hij niet slechts het verhaal, maar spint bovendien een wijd vertakt web van zijlijnen. Bij Pogorelich klinkt daardoor elk werk, Beethoven of Rachmaninov, vooral naar Pogorelich – een solide argument voor zowel zijn fans als zijn vijanden.

Ooit gold opname in de Cultuurnota als een soort beloning voor bewezen diensten, slechts weggelegd voor gerenommeerde instellingen. Met het aantreden van Rick van der Ploeg zijn de uitgangspunten voor structurele subsidiëring gewijzigd. Hij verzet zich tegen het idee dat het cultuurbeleid met de vierjaarlijkse subsidieronde `af' zou zijn. Van der Ploeg wil de meerjarige subsidiëring gebruiken om jonge, financieel kwetsbare initiatieven een kans te geven om zich in vrijheid te ontwikkelen. De Raad voor Cultuur, onafhankelijk adviesorgaan van de regering, volgt deze nieuwe benadering. Ook de Raad gelooft in subsidie als middel om doorstroming te stimuleren. Onder de 422 positief beoordeelde instellingen zijn 170 nieuwkomers, veertig tot nog toe gesubsidieerde instellingen vallen buiten de boot.

Vooral in de toneelsector eist het nieuw voor oud-principe flink wat slachtoffers. Oudere gezelschappen worden in harde bewoordingen afgewezen. De Appel ,,vervult geen belangrijke functie meer binnen het Nederlandse theater'', Maatschappij Discordia vervult niet langer ,,de functie van vernieuwend, onderzoekend en inspirerend ensemble'', bij Orkater is sprake van ,,stilstand en het consolideren van de ooit verworven kwaliteiten''. Ze maken plaats voor jonge gezelschappen als De Wetten van Kepler, 't Barre Land en Dood Paard.

Van der Ploeg heeft de Raad voor Cultuur verzocht om nieuwkomers met welwillende blik te bekijken. Soms leidt dat tot gewrochte situaties, vooral als er ook moet worden voldaan aan een ander streven van Van der Ploeg: meer deelname aan cultuur door jongeren en allochtonen. Zo is er Het Witte Vuur, dat `theatrale gebeurtenissen' op dance-parties presenteert. ,,Van de artistieke kwaliteit van het werk dat het gezelschap de afgelopen periode heeft geproduceerd is de Raad weliswaar niet volledig overtuigd, maar de plannen [...] zijn veelbelovend.'' Aanbevolen subsidie per jaar: twee ton. Eenzelfde bedrag adviseert de Raad voor de allochtone productiekern Multi Art Producties, want: ,,Ondanks twijfel over de kwaliteit van de voorstellingen wil de Raad dit initiatief toch de mogelijkheid geven zich te ontwikkelen.'' Bartje op Zuid is een plan van het Rotterdamse Theater Zuidplein voor een podium voor culturele diversiteit, aanbevolen subsidie drie ton per jaar. ,,De subsidieaanvraag van Bartje op Zuid mist op enkele punten een duidelijke onderbouwing van het beleid. Toch is de Raad van oordeel dat het initiatief vanuit intercultureel perspectief zodanig van belang is, dat het een kans moet krijgen zich in de toekomst te ontwikkelen.'' Dergelijke redeneringen laten zich moeilijk rijmen met de verzekering van de Raad dat kwaliteit het primaire criterium was bij de beoordeling, en dat de maatschappelijk getinte criteria van Van der Ploeg pas daarna aan bod kwamen.

De milde beoordeling van nieuwkomers en het strenge oordeel over veteranen doet vermoeden dat de Raad meer beïnvloed is door de politiek dan hij zelf zou willen. ,,We stellen onze eigen prioriteiten'', zei voorzitter Winnie Sorgdrager in februari in deze krant. En toevallig komen die prioriteiten bijna allemaal overeen met die van Van der Ploeg. Met de Raad als adviseur kan Van der Ploeg subsidie gebruiken als instrument voor het cultuurbeleid.

Concert: Ivo Pogorelich (piano). Werken van Beethoven en Rachmaninov. Gehoord: 15/5, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.