Peper vraagt De Vries om onderzoek

Oud-minister A. Peper (Binnenlandse Zaken) heeft zijn opvolger K. de Vries gevraagd een onderzoek te bevorderen naar de wijze waarop het onderzoek van de Rotterdamse gemeenteraad naar het declaratiegedrag van burgemeester en wethouders in de periode 1986-1998 tot stand is gekomen.

Het Rotterdamse onderzoek leidde op 13 maart van dit jaar tot het vroegtijdig aftreden van Peper als minister, vier dagen vóór de officiële publicatie van het onderzoeksrapport.

Volgens de PvdA-fractie in de Tweede Kamer is partijgenoot Peper met zijn brief aan het foute adres. ,,Peper moet zich richten tot de gemeente Rotterdam en als dat niets oplevert tot de commissaris van de koningin'', aldus PvdA-Kamerlid D. Duijkers. Kabinet en Tweede Kamer hebben er volgens haar niets mee te maken.

In een 31 pagina's tellende brief aan De Vries van 11 mei jl. veegt Peper de vloer aan met de werkwijze en het rapport van de Commissie voor het Onderzoek van de Rekening (COR) van de gemeente Rotterdam en KPM Forensic Accountants, die de COR bij het onderzoek assisteerde.

Tegen KPMG heeft Peper inmiddels een klacht ingediend bij de Raad van Tucht voor Registeraccountants.

Een woordvoerder van De Vries bevestigde vanochtend de ontvangst van de brief. De Vries heeft echter nog geen tijd gehad de brief te lezen.

Peper, oud-burgemeester van Rotterdam, betwist uitvoerig de constatering dat de onderzoekers geen stukken hebben kunnen vinden die de functionaliteit en legitimiteit van bepaalde uitgaven kunnen bevestigen. ,,Met voldoende bestuurskundige en bestuursrechtelijke speurzin en de inzet van enige mankracht is een en ander op betrekkelijk korte termijn precies te achterhalen.''

BRIEF PEPERwww.nrc.nl