Peetmoeder

Het Parool had vorige week als bijlage een paar hoofdstukken uit het boek De Godmother van misdaadverslaggever Bart Middelburg. Die peetmoeder van de misdaad was Thea Moear, vroeger een van de leiders van de Bruinsma-groep, die `het grootste en gewelddadigste misdaadsyndicaat dat ooit actief is geweest in Nederland' wordt genoemd.

Was het wel verstandig van de verslaggever om vier hoofdstukken van zijn boek bij de krant cadeau te geven? Zouden zuinige lezers dan niet denken dat ze het boek niet meer hoefden te lezen, omdat ze bijna de helft al uit de krant kenden?

Vragen die van weinig zakelijk inzicht getuigen. Ik ben zelf een zuinige lezer, maar bij mij werkte het net omgekeerd. Na de krant gelezen te hebben kocht ik het boek, wat ik anders niet gedaan zou hebben.

Bij de boekhandel naast me was het uitverkocht en dat verbaasde me niet, want de Bruinsma-groep is deel van de folklore van mijn buurt. Toen die groep na de dood van de leider uit elkaar was gevallen, wist iedereen de panden aan te wijzen die de criminelen hadden aangekocht en de verhalen te vertellen die er mee verbonden waren. Het was altijd een publiek geheim geweest in de buurt, iedereen wist ervan, behalve ik. Achteraf vond ik het wel prettig dat ik er niets van geweten had.

Er was in die tijd een radioprogramma waarin mensen in vijf minuten het uitzicht beschreven dat zij thuis hadden, en daar werd ik ook eens voor gevraagd. Ik besefte meteen dat het uitzicht op het blok aan de achterkant van mijn huis goed voor een paar interessante verhalen zou zijn. Ik moest ook meteen antwoord geven aan de radiomaker en ik zei: ,,Nee, ik doe het niet, bij mij is niets bijzonders te zien.''

Niet mee bemoeien, je weet maar nooit wat een gelazer er van komt, dat was mijn impulsieve reactie geweest. Een erg dappere verslaggever was ik niet, zeker niet in vergelijking met iemand als Bart Middelburg, die wel eens met de dood bedreigd is. Nu ja, dan maar niet dapper. Er zijn ook schrijvers die al bang worden bij de gedachte dat ze door hun vrienden zullen worden uitgelachen, en daar heb ik nooit last van gehad.

Nog later verscheen er in het buurtblaadje een serie enigszins nostalgisch getinte herinneringen aan de criminelen die bij ons gewoond en gewerkt hadden, en daarmee waren ze bijgezet in de buurtfolklore.

Er werd vorige week ergens een criminoloog aangehaald die vond dat de criminelen in zekere zin de pioniers van het moderne zakenleven waren. De volstrekt egoïstische en niets ontziende mentaliteit van de crimineel was volgens die onderzoeker nu algemeen geworden, het was de mentaliteit van de moderne rationele ondernemer.

Als je het zo bekijkt, was die Bruinsma-bende zelfs een voorbeeld van verlicht ondernemerschap, zo ziet het er in ieder geval uit in dat boek. Betrouwbaar en klantvriendelijk. Soms kregen de vaste klanten zomaar geld terug waar ze helemaal niet op gerekend hadden. Goede arbeidsvoorwaarden voor de werknemers en zelfs een spaarloon.

En als je naar de begintijd van de bende kijkt, heb je de neiging om de criminele activiteiten niet zo hoog op te nemen. Wat deden ze eigenlijk voor kwaad? Hasj verkopen, is dat zo erg?

Maar het is bekend dat wie van het smalle pad der deugd ook maar een stap afwijkt rechtstreeks naar de hel gevoerd wordt en peetmoeder Thea Moear maakt in dit boek ook duidelijk dat de hellegang onvermijdelijk was.

Er ging krankzinig veel geld om, dus er werd gestolen. Wat dan? Je kan niet bij de politie gaan klagen en je kan ook niet over je laten lopen, want dan is het eind zoek. Er moeten straffen worden uitgedeeld.

Als je er logisch over nadenkt, is bijna iedere straf onvoldoende. Een kleine dief wordt in zijn been geschoten of hij krijgt slaag. Laat die het er bij zitten? Soms wel, maar je kan er niet op rekenen. De volgende keer neemt die kleine dief misschien een pistool mee of hij zoekt bescherming bij een concurrerende bende, die namens hem repressailes neemt. Escalatie van geweld ligt voor de hand en er valt veel voor te zeggen om dan maar meteen de hoogste straf op te leggen, de doodstraf, want daar draait het tenslotte toch op uit. De logica lijkt te dwingen tot de totale gangsteroorlog.

Het is vergelijkbaar met de strategieën voor de nucleaire oorlogsvoering uit de tijd van de Koude Oorlog. Toen waren er ook altijd logici – Bertrand Russell was de bekendste – die onweerlegbaar aantoonden dat een preventieve aanval op de Sovjet-Unie, met vernietiging van alle mogelijkheden om terug te slaan, de enige rationele gedragslijn voor het Westen was. Zulke logici waren er natuurlijk ook in Moskou.

De totale nucleaire oorlog is ons nog niet overkomen en de totale gangsteroorlog ook niet. Er zijn kennelijk zelfs bij de georganiseerde misdaad remmende krachten die de vernietigende logica verzachten. Het doet je nog eens bedenken hoe huiveringwekkend de politieke theorieën zijn die de calculerende burger tot een moderne held maken die overal vrij baan moet krijgen. De calculaties van de bevrijde mens zouden wel eens heel akelig kunnen uitvallen.

Het is achteraf opmerkelijk hoe terughoudend die Bruinsma-bende soms was. De logisch onvermijdelijke liquidatie van lijfwacht Brilleman werd drie jaar uitgesteld, om de politie niet op het spoor te zetten. Politie en justitie zijn natuurlijk de vijand van de criminelen, maar zo blijkt dat het officiële gezag ook voor hen een nuttige functie vervult. Als het gezag er helemaal niet was, zouden ze elkaar ongeremd moeten uitroeien.

Erg machtig lijkt dat officiële gezag niet, niet in de tijd die in dit boek behandeld wordt en ook nu niet. Je krijgt de indruk dat de moderne bendes minder terughoudend met hun liquidaties zijn en je leest zelden dat er een wordt opgelost. De speurders zullen hun best nog wel doen, maar ze hebben de geest van de tijd niet mee. Straks horen we dat het geen overheidstaak kan zijn om de criminelen tegen elkaar te beschermen, en dat de liquidaties een voorbeeld zijn van het zelfreinigend vermogen van een marktsector.