Koers euro bepaalt toekomst verzorgingsstaat

Achter de inzakkende koers van de euro gaat een strijd op leven en dood tussen deze munt en de Europese verzorgingsstaat schuil. Ofwel de euro zal de verzorgingsstaat te gronde richten of de verzorgingsstaat in Europa richt de euro te gronde. Ondanks de actuele koerszwakte gokt de verstandige belegger op de euro. Het bedroevende koersverloop van de munt – een daling van aanvankelijk 1,18 dollar tot een recent dieptepunt onder 90 dollarcent – komt grotendeels voor rekening van Europa's aarzeling om via structurele hervormingen de economische flexibiliteit te vergroten. Otmar Issing, topeconoom bij de Europese Centrale Bank, schrijft: ,,Duitsland en andere EU-landen zijn aansprakelijk voor de zwakte van de euro, omdat ze hebben verzuimd hun economie flexibeler te maken.'' Maar tussen de noodzaak de verzorgingsstaat te temmen en het vermogen van de euro om dat te doen, gaapt een diepe kloof. Harvard-econoom Martin Feldstein heeft zelfs gesteld: ,,De gezamenlijke munt wordt een politieke hindernis voor de invoering van hervormingen.'' ,,Politici,'' zo schrijft Feldstein, ,,kunnen nu de ECB de schuld geven van de hoge werkloosheid en klagen dat de Bank een machtscentrum is dat zich onttrekt aan nationale controle.''

Nog een ander gevolg lijkt waarschijnlijker: wanneer anti-competitief beleid van een land de euro drukt, dan wordt het veroordeeld als `anti-Europees'. Voor de politieke leiding van Europa is de euro een onwrikbaar gegeven – een experiment dat niet kan en niet mag mislukken. Als kortzichtig nationaal economisch beleid de euro in gevaar brengt, zullen de verantwoordelijken dadelijk onder krachtige politieke tegendruk worden gezet om hun misstappen ongedaan te maken.

De recente fusie van Vodafone en Mannesmann kan als voorbeeld dienen. Toen het Britse Vodafone bekendmaakte het Duitse Mannesmann over te willen nemen, protesteerde Bondskanselier Gerhard Schröder tegen de fusie omdat die in Duitsland tot banenverlies zou leiden. Na dit nieuws daalde de euro in waarde. ECB-topman Wim Duisenberg reageerde briljant en prikte ezeltje Duitsland een `anti-Europees' staartje op door te verkondigen dat de euro in gevaar werd gebracht door Schroeders anti-competitieve optreden. Schroeder, bang om voor anti-Europees te worden uitgemaakt, bond in. Niet alleen door de verzorgingsstaats-gedachte gelijk te stellen aan anti-Europese gezindheid zal de euro hervormingen teweegbrengen, maar ook doordat hij EU-lidstaten dwingt tot onderlinge concurrentie in het aantrekken van mobiel kapitaal. De euro vergroot de mobiliteit van het kapitaal in Europa doordat het koersrisico bij intra-Europese transacties vervalt. Nu ondernemingen zich niet langer door vrees voor nadelige koersbewegingen aan één land gebonden voelen, kunnen zij zich overal in de euro-zone vestigen. En dus kunnen ze met de diverse regeringen in onderhandeling gaan over belastingen, regelgeving en arbeidsvoorwaarden.

Zo zijn de Nederlanders om bedrijven te lokken bereid te onderhandelen over belasting. In België en Denemarken zijn ondernemingsvriendelijke wetten en regels aangenomen. De `race naar de bodem' wat betreft de anti-competitieve maatregelen zal een gelijkopgaande `race naar de top' in Europese groeicijfers te zien geven. Het gevolg kan slechts een sterkere euro zijn.

Europees links heeft dit zien aankomen en doet zijn best om de concurrentie tussen regeringen te neutraliseren door de Europese Commissie ertoe aan te zetten de Europese belastingen, regelgeving en arbeidsnormen op hoge, anti-competitieve niveaus te `harmoniseren'. De vroegere Duitse minister van Financiën Oskar Lafontaine heeft vergeefs getracht om met deze harmonisatietruc Duits kapitaal in Duitsland gevangen te houden. Men zegt dat Brussel zich opmaakt om de Nederlandse competitieve concessies weg te harmoniseren. Bovenop de EU-harmonisering willen sommige Europese politici de `race naar de bodem' ook nog tegengaan door marktactiviteiten binnen de EU aan restricties te binden. Op de recente EU-topconferentie in Lissabon stelde Nicole Fontaine, voorzitter van het Europees Parlement, dat de ,,meedogenloze uitbuiting van de verschillen in sociale en fiscale wetgeving van land tot land'' restricties op bedrijfsovernames rechtvaardigde. Zulke geluiden brengen de euro alleen nog maar verder in het slop.

Niet alle Europese leiders schrijven de zwakte van de euro toe aan structurele factoren. Sommigen menen dat de Amerikaanse dollar zo sterk staat tegenover de euro omdat de VS en Europa zich in verschillende fasen van de economische cyclus bevinden. Als straks de VS gas terugneemt en Europa versnelt, zal de euro daarvan profiteren. Maar hoewel de Europese economie beter draait dan de Japanse, heeft de euro ook ten opzichte van de yen drastisch aan waarde ingeboet.

Andere deskundigen in Europa wijzen op het feit dat de Duitse mark nooit zo hoog heeft gestaan ten opzichte van de dollar als toen Duitsland met structurele problemen kampte die nog ernstiger waren dan nu. Maar de mark is de euro niet. In het verleden gold de Duitse Bundesbank als geloofwaardiger dan de Federal Reserve. De ECB geldt juist als minder geloofwaardig dan de Fed. Vroeger besteedden valutamarkten niet zoveel aandacht aan structurele factoren. Thans is het concurrentievermogen van een economie op mondiaal niveau allesbepalend voor de waarde van een munt op de valutamarkten. En dat geldt des te sterker voor de euro als de munt van het `nieuwe Europa'. Als het `nieuwe Europa' faalt, zal ook de euro dat doen. Beseffen de politieke leiders van Europa eenmaal dat het nalaten van noodzakelijke hervormingen niet alleen de wisselkoers van de euro, maar ook het bestaan van de euro zelf in gevaar brengt, dan zullen die hervormingen er komen en gaat de euro met sprongen omhoog.

Melvin Krauss is senior fellow aan the Hoover Institution van Stanford University; Lee Thomas is senior international portfolio manager bij PIMCO Newport (Californië).

©Project Syndicate

    • Melvin Krauss
    • Lee R. Thomas