Kloof bedreigt Israel

Een halve eeuw geleden was het prille Israel qua sociale gelijkheid nog een voorbeeld. Nu groeit de zorg over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Premier Barak wil dat tegengaan met belastinghervorming

Dieven slaagden er de afgelopen week in vier Jaguars uit de showroom van de importeur in Tel Aviv te stelen. Tot drie van deze superluxe wagens door de politie werden getraceerd konden de dieven zich even rijk wanen als de potentiële kopers. Meer Israeliërs dan ooit kunnen het zich veroorloven voor een Jaguar 400.000 gulden neer te leggen.

De zorg daarover groeit. Op onafhankelijkheidsdag vorige week stond Jossi Sarid, de minister van onderwijs, stil bij de gevaren die de Israelische samenleving bedreigen als gevolg van de steeds wijder wordende kloof tussen rijk en arm. ,,Israel loopt van de ontwikkelende landen op kop wat de sociale ongelijkheid aangaat'', zei hij. ,,Het is moeilijk te geloven en moeilijk te begrijpen maar het is een scherp feit dat in ons vlees snijdt en het is erg pijnlijk. Hoe is dat ons overkomen? Hoe zijn we in sociaal en moreel opzicht zo diep gezonken?'' Sarid wees erop dat Israel 52 jaar geleden in sociale gelijkheid een voorbeeld voor het Westen was.

De regering Barak heeft een paar dagen geleden een belastinghervorming gelanceerd die tot doel heeft tot een betere lastenverdeling te komen. Kapitaal wordt zwaarder belast en arbeid minder. Ook de belastingschaal is zodanig bijgesteld dat de middenklasse, waarop de druk het grootst was, er wat beter afkomt. Voor het eerst maakt de Israeliër kennis met successierechten. Niet bijzonder zwaar overigens want boven een bedrag van een miljoen dollar geldt slecht een tarief van tien procent. Een huis waarvan de marktwaarde minder dan een miljoen dollar is gaat dus zonder successierechten op de erfgenamen over. Voor de multimiljonairs is tien procent erfrecht geen straf. Ook worden voor het eerst op de beurs gemaakte winsten belast. De portefeuillehouder moet er 25 procent van afdragen.

Jarenlange vrijstelling van een aantal belastingen is een van de factoren die heeft bijgedragen tot de vorming van een geldelite. Toch is de minister van financiën Shohat teruggekomen op de in de belastinghervorming opgenomen paragraaf om de rente op bij de banken gedeponeerd buitenlands kapitaal te belasten. Toen de gevolgen van dit besluit tot hem doordrongen wist hij niet hoe snel er op terug te komen.

Want bijna de helft van Israel's reserves in vreemde valuta, in de orde van grootte van 24 miljard dollar, moet worden toegeschreven aan buitenlandse belastingontduikers en waarschijnlijk ook de Russische maffia. Witwassen is voor buitenlanders in Israel geen probleem. Niemand hier vraagt waar het geld vandaan komt en de rekeningen worden met de grootste discretie behandeld. Het heffen van belasting op de rente op deze kapitalen zou wel eens tot een grote kapitaalvlucht kunnen leiden. En daardoor zou de shekel, de Israelische munteenheid, in een vrije val kunnen komen. De dollarreserves zijn immers een garantie dat het land in moeilijke tijden, oorlog bijvoorbeeld, lucht heeft. Zo brachten veiligheidsoverwegingen en economische redenen de minister van financiën er toe razendsnel de poorten van Israel belastingvrij open te houden voor buitenlands kapitaal.

Voor het algemeen vakverbond, de Histadrut, is de voorgestelde belastinghervorming een flop. Economen van dit eens zo machtige instrument in handen van de socialisten hebben berekend dat de kleine man er de dupe van wordt. Het zo hard bevochten voorrecht om een deel van het loon in de vorm van een spaarpot voor beroepsvorming legaal buiten de belasting te houden, wordt door de belastinghervorming ongedaan gemaakt. Ook de belasting van overwerk treft de arbeidersklasse hard. En werkende vrouwen? Die zien tot hun woede dat ze een belastingvoorrecht verliezen en zonder compensatie in een hogere belastingschaal komen. Deze en andere paragrafen in de belastinghervorming hebben de woede van Amir Perets, de voorzitter van het vakverbond opgewekt.

De belastinghervorming wordt door hem uitgelegd als handjeklap met de geldelite en een verdere ondermijning van het reële loon van de werkende man en vrouw. In zijn verontwaardiging over de belastinghervorming heeft hij gewaarschuwd voor een sociale opstand in Israel als de kloof tussen rijk en arm niet snel nauwer wordt gemaakt. Misschien dacht hij aan de zwarten die in Zimbabwe boerderijen van blanken hebben bezet toen hij voorspelde dat de ,,rijken zich niet moeten verbazen als groepen (arbeiders) zich meester maken van hun villa's en de eigenaars er uit gooien, of dat hun dochters niet meer buiten kunnen lopen. Tot het ontploffen van de drukketel hebben we niet veel tijd meer'', zei Perets in een vraaggesprek met een krant. Dergelijke taal is niet eerder in Israel gehoord.

De filosoof professor Yirmiyahu Yuwal benaderde vorige week bij het in ontvangst nemen van de Israel-prijs de sociale problematiek vanuit een andere optiek. Hij benadrukte dat de media in Israel door het kapitaal worden beheerst en naar de pijpen van de heersende geldelite dansen. Hij sprak van een hersenspoeling die van de mensen consumerende robotten maakt en hun onafhankelijk denken door nieuwsmanipulatie aantast. Inderdaad is er in de populaire Israelische bladen opvallend weinig aandacht voor de sociale problematiek. Steeds zijn het weer dezelfde rijken die in al hun glorie met hun boten, in hun villa's, en achter het stuur van sleeën met een sigaar in de mond, in de weekbijlagen worden belicht en bejubeld. Regelmatig verschijnen in deze bladen op zijn Amerikaans lijsten van de rijksten in volgorde van rijkdom. Beverley Hills in Israel lijkt het wel.

,,Israel moet een land van sociale rechtvaardigheid zijn omdat de samenhorigheid wordt getest als soldaten sneuvelen'', zei minister Sarid deze week. De sociale woede wordt ook aangewakkerd door de reeks schandalen aan de top van de machtspiramide. Het begint tot de kleine man door te dringen dat de elite niet alleen rijk is geworden door werk, erfenissen en gigantische prijsstijgingen van land maar ook door allerlei vormen van corruptie en nepotisme.

    • Salomon Bouman