Herenliefde onder samoerais

De nieuwe film van de gebroeders Joel en Ethan Coen is weer een grappige verdraaiing van conventies. Maar de film zal niet de Gouden Palm van het filmfestival Cannes winnen.

Door hun film O brother where art thou? te beginnen met de Engelse vertaling van Andra moi ennepe Mousa... zetten de gebroeders Joel en Ethan Coen de kijker een beetje op het verkeerde been. Want ook al heet de hoofdpersoon (George Clooney) Ulysses en keert hij na lange omzwervingen langs onder meer drie sirenen en een eenogige evangelist terug bij zijn vrouw Penny (Holly Hunter), de Mississippi-musical heeft alleen op een zeer oppervlakkig niveau met de Odyssee te maken.

Misschien met uitzondering van hun Gouden Palmwinnaar Barton Fink zijn de films van de Coen-broertjes het sterkst in het debiteren van sublieme flauwekul, grappige verdraaiingen van genreconventies. Op dat gebied valt er weer veel plezier te beleven aan de grootscheepse reconstructie van clichés over het diepe Zuiden in de Depressiejaren. Bluegrassmuziek en blues zetten de toon voor een pastiche, waarin voor de Afro-Amerikanen slechts een opmerkelijke bijrol is weggelegd. Het premièrepubliek in Cannes ging uit zijn dak bij een spectaculair dansnummer van de Ku Klux Klan, de zang van de sirenen en een als ijle droom verbeelde baptistische doopplechtigheid, maar een nieuwe Palm zit er niet in voor de wel erg dun uitgevallen nieuwe film van de broers.

Ook de Japanse regisseur Nagisa Oshima, die sinds 1986 geen speelfilm meer maakte en vier jaar geleden getroffen werd door een beroerte, stoeit in Gohatto (Taboe) met een bekend filmgenre. De in de jaren zeventig links-radicale hemelbestormer stort zich verrassenderwijs op de jidai-geki, de Japanse kostuumfilm, en citeert in zijn samoeraiverhaal zelfs uit Kenji Mizoguchi's klassieker Ugetsu monogatari (1953).

Het taboe dat Oshima (L'empire des sens) dit keer doorbreekt is de homoseksualiteit van de samoerai. In 1865 wordt een engelachtige jongen aangenomen in een aan strenge regels onderworpen samoerai-militie, die de belangen van de shogun verdedigt. De televisiekomiek, yakuza-ster en filmregisseur Takeshi Kitano speelt een van de weinige ridders die niet verliefd worden op de nauwelijks van een meisje te onderscheiden jonge held en alles in het werk stelt om de gevolgen te beperken.

Uiterlijk is Gohatto een tamelijk klassieke en conventionele samoeraifilm, met relatief veel dialogen. De fatale verwarring die herenliefde in een mannengemeenschap teweeg kan brengen - al eerder door Oshima behandeld in Merry Christmas Mr. Lawrence, in een kamp voor geallieerde krijgsgevangenen – zal zelfs in Japan toch nauwelijks meer verrassend genoemd kunnen worden. Maar het is waar: we hebben nog niet eerder een film kunnen zien over de ongesublimeerde gevoelens van liefde tussen samoerai. Zo wordt in de competitie van Cannes opnieuw een mythe prijsgegeven aan de verbeelding.

    • Hans Beerekamp