`Er sluipt soms een foutje in'

De Centrale Examencommissie Vaststellen Opgaven (Cevo) bepaalt hoe de eindexamens eruit moeten zien. Zij geven het instituut voor toetsontwikkeling (Cito) de opdracht de examens te maken. Daarna worden de examens gedrukt. Alles bij elkaar een klus die twee jaar duurt. (tekst: Sheila Kamerman)

Ed Kremers, programmaleider eindexamens havo/vwo van het Cito:

,,Niet alleen de lesprogramma's in 4 en 5 havo zijn veranderd sinds de invoering van het studiehuis, ook de eindexamens zelf. Op het eerste gezicht lijken ze hetzelfde: drie uur in de gymzaal achter een stuk papier, maar dat is uiterlijke schijn.

De nadruk ligt op vaardigheden, dat zie je in de eindexamens terug. Bij de talen bijvoorbeeld moeten scholieren tijdens het examen ook snel een tekst overzien en relevante informatie eruit halen. Vroeger ging het alleen om een nauwgezette tekstanalyse aan de hand van tientallen vraagjes.

,,Daarnaast moeten leerlingen een standpunt kunnen bepalen en beargumenteren. Bij een onderwerp als ruilverkaveling bij aardrijkskunde, moet de leerling duidelijk kunnen maken dat agrariërs daar anders tegenaan kijken dan milieu-activisten en kunnen beargumenteren waarom.

Ook onderzoeksvaardigheden worden getoetst. Ze kunnen natuurlijk geen onderzoek doen, maar wel een probleemstelling schetsen, een hypothese opstellen en aangeven hoe ze die gaan toetsen.

,,De examens worden gemaakt door drie leraren die lesgeven in een eindexamenklas. Zo'n groepje staat onder leiding van een medewerker van het Cito. Ondanks de zorgvuldigheid sluipt er wel eens een foutje in. Zo stond een keer in een examen dat een bacterie eencellig is. Maar ze kunnen ook meercellig zijn. Die vraag is dus niet meegerekend.''