Een heer op de bres voor de burger

Een aparte commissie gaat de vuurwerkramp onderzoeken. Oud-ombudsman Marten Oosting is de voorzitter.

Marten Oosting (56), die voorzitter wordt van de commissie die de ramp in Enschede gaat onderzoeken, kreeg nationale bekendheid toen hij in 1987 werd benoemd tot Nationale Ombudsman. Hij was na J. Rang de tweede die deze functie bekleedde. Als zodanig behandelde hij klachten van burgers over het optreden van overheidsorganen, veelal klachten waarmee die burgers nergens anders meer terecht konden. De laatste jaren was vooral de Immigratie- en Naturalisatiedienst onderwerp van zijn onderzoek.

Oosting legde vorig najaar zijn functie neer, nadat hij twee volledige termijnen van zes jaar had vervuld. Een derde vond hij te veel: hij wilde geen instituut worden, verklaarde hij bij zijn afscheid. Hij werd vervolgens benoemd tot lid van de Raad van State. Voor zijn periode als ombudsman was hij, opgeleid als socioloog en jurist, hoogleraar bestuursrecht in Groningen en onder meer voorzitter van de Raad voor het Binnenlands Bestuur, een belangrijk adviesorgaan voor de minister van Binnenlandse Zaken.

Hoewel hij uit hoofde van zijn functie soms gepeperde kritiek uitte op het handelen van overheden en bestuurders, werd hij bij zijn afscheid door de laatsten alom geprezen. Hij gold als onkreukbaar en onafhankelijk, bovendien een héér. Tegelijk staat hij bekend als aimabel en gemakkelijk toegankelijk. Al in zijn tijd als hoogleraar in Groningen had hij een reputatie als een `prof' waar je voor de gezelligheid binnenliep. Zelf benadrukte Oosting altijd dat zijn persoon er niet toe deed, maar dat het om het instituut Nationale Ombudsman gaat.

Uitgangspunt bij zijn werk is altijd de legitimiteit van het handelen van de overheid geweest, niet alleen in zijn tijd als ombudsman, maar ook in zijn wetenschappelijke carrière. Ook zijn oratie was daaraan gewijd.