`De vragen zijn elk jaar even moeilijk'

Het Cito maakt en controleert de eindexamens. Gaat dat goed? Anton Béguin promoveerde op een onderzoek naar het Cito.

Kleine geruststelling voor eindexamenkandidaten: de multiple choice vragen zullen dit jaar niet moeilijker zijn dan in voorgaande jaren. Ook niet makkelijker trouwens. Het Cito, dat de examens maakt en beoordeelt, heeft een controlemodel om de moeilijkheidsgraad van meerkeuzevragen te beoordelen. Anton Béguin (31) onderzocht die methode en trok een bemoedigende conclusie: de examens zijn eerlijk. Vorige week promoveerde hij op het onderzoek aan de universteit Twente.

Er zijn mensen die zeggen dat het examen elk jaar makkelijker wordt.

,,Dat is onzin. Ik heb met allerlei geavanceerde modellen de methode van het Cito gecontroleerd. Het Cito moet de controle in een dag doen, ik heb er vier jaar de tijd voor gehad. Mijn conclusie is dat het niet zoveel uitmaakt. Hun methode is goed.''

Wat meet het Cito precies?

,,Ze zetten twee dingen tegen elkaar af. De moeilijkheid van de vragen, en de vaardigheden van de kandidaten. Stel dat Jan in 1999 examen deed en Piet dit jaar. Allebei hebben ze dertig van de vijftig vragen goed. Maar dat betekent niet dat Piet en Jan even slim zijn. Dat hangt er vanaf of de vragen die ze moesten maken even moeilijk waren. Een examen moet eerlijk meten hoe vaardig iemand is, dus moet je zorgen dat de vragen elk jaar even moeilijk zijn.''

En hoe doet het Cito dat?

,,Een club wijze mensen heeft in 1994 voor elk vak een examen gekozen dat precies voldoet aan alle eisen van een examen. Dat zijn de zogenoemde referentie-examens. Elk nieuw examen wordt vergeleken met het referentie-examen. Als de eindexamens achter de rug zijn en ingeleverd, krijgt een aparte groep kandidaten tests voorgelegd waarin bijvoorbeeld 20 vragen staan uit het referentie-examen en 20 uit het nieuwe examen. Het havo-examen wordt vaak voorgelegd aan 5-vwo'ers. Het mavo-examen aan 3 vwo. Je vergelijkt de scores van de vwo'ers op de verschillende examenvragen: zo zie je of de vragen even moeilijk zijn. En als je hun totale score vergelijkt met die van de eindexamenkandidaten, kun je zien hoe vaardig de eindexamenkandidaten zijn.''

En wat gebeurt er als de eindexamenkandidaten veel slechter scoren dan de controlegroep?

,,Als blijkt dat de vragen toch te moeilijk zijn geweest, wordt de norm bijgesteld. De cijfers worden opgekrikt.''

En als de vragen net zo moeilijk zijn als anders, maar de kandidaten een stuk dommer dan alle andere jaren?

,,Dan slagen er minder mensen.''

In 1988 vielen de Olympische Spelen precies in de examentijd. Al die uren voor de televisie, soms middenin de nacht. Misschien hebben die kandidaten wel slechter gescoord en hadden ze het een jaar later beter gedaan. Wordt daarmee in de meetmethode ook rekening gehouden?

,,Misschien waren die kandidaten vaardiger dan ze op het examen lieten zien. Maar als ze te veel televisie hebben gekeken is dat hun probleem, niet dat van de examenmakers. Daar wordt dus geen rekening mee gehouden.''

U hebt alleen gekeken naar multiple choice-vragen. In uw proefschrift houdt u er rekening mee dat iedere kandidaat weleens een antwoord gokt. Is dat erg?

,,Nee, dat is niet erg. Over het algemeen verhoogt gokken de kans om een vraag goed te hebben. Scholieren gokken namelijk meestal met achtergrondinformatie. Ze weten bijvoorbeeld dat twee antwoorden fout zijn, tussen de overgebleven twee moeten ze kiezen.''

Ook als je het goede antwoord niet weet, moet je dus wat invullen?

,,Ja, op het eindexamen wel. Een niet-ingevulde vraag wordt als een fout gerekend. En bij schoolexamens wordt altijd het aantal goede antwoorden geteld. Als je gokt, kun je nog goed gokken.''