Chinezen in Jakarta blijven kwetsbaar

President Wahid heeft de Chinese Indonesiërs na 30 jaar geforceerde assimilatie meer lucht gegeven. Maar de ressentimenten onder `autochtone' landgenoten zijn niet verdwenen, zoals afgelopen weekeinde bleek.

Glodok, de Chinezenwijk van Jakarta, is het middelpunt van de hoofdstedelijke detailhandel. Showrooms voor luxe auto's, winkels propvol elektronica en ambulante straathandel bestaan er naast elkaar. Het is een kleurrijke bazaar, waar de ondernemers met een eigen toko steevast etnische Chinezen zijn en de scharrelaars op het trottoir `autochtone' Indonesiërs. Zij zitten elkaar niet in de weg, maar onder de oppervlakte smeult wat hier eufemistisch `sociale jaloezie' heet. De autoriteiten gaan met deze springstof niet altijd even behoedzaam om.

Afgelopen zaterdag schoot de vlam in de pan. Een politierazzia onder straatventers in illegale videocompactdiscs (VCD's) ontlokte een woedeuitbarsting, die werd afgereageerd op de omringende (Chinese) nering. Enkele duizenden jonge Jakartanen plunderden en vernielden elektronicawinkels, autoshowrooms en een filiaal van McDonald's en verwondden tientallen politiemannen. Onder de inwoners van Glodok brak paniek uit; zij vreesden een herhaling van de furie die twee jaar geleden door `Chinatown' raasde.

De razzia en de daarop volgende rellen vielen samen met de tweede verjaardag van de schietpartij bij de Trisakti Universiteit op 13 mei 1998, toen niet-geïdentificeerde Indonesische militairen vier studenten doodschoten. Die ontketende massale onlusten in Jakarta en andere grote steden, die een week later leidden tot het aftreden van toenmalig president Soeharto. In mei 1998 kwamen alleen al in Jakarta honderden mensen om het leven bij branden in winkelcentra en werden tientallen Chinese vrouwen verkracht.

De onlusten begonnen zaterdagmorgen met een razzia van de politie tegen de talloze niet-Chinese straatventers in illegale VCD's – zwarte kopieën van populaire muziekclips en pornofilms. Die staken daarop uit protest hun kramen en handelswaar in brand. Binnen een uur trokken enkele duizenden relschoppers naar Glodok. Zij bonden de strijd aan met de politie en richtten vernielingen aan in winkels. Een gewezen (Chinese) gangsterbaas uit Glodok verklaarde zaterdag dat de politie de voorgenomen actie had laten uitlekken en dat de straatventers de massale toeloop van relschoppers hadden georganiseerd. Een politieman zei dat hij de `grote baas' van de illegale VCD-verkopers biljetten van 50.000 rupiah (15 gulden) had zien uitdelen.

De eenheid die de razzia had uitgevoerd, bleek niet opgewassen tegen de toegestroomde massa en trok zich terug. Het duurde daarna nog geruime tijd voordat eenheden van de oproerpolitie in Glodok arriveerden. Intussen was de meute aan het plunderen geslagen, onder meer in showrooms van BMW en Toyota. De inventaris – computers, meubilair – werd op straat gegooid en in brand gestoken. Drie politiemannen raakten zwaar gewond door rondvliegende stenen. Het duurde tot het middaguur voor de politie de situatie in Glodok onder controle had. Er werden 11 aanhoudingen verricht, vijf arrestanten worden voor verdere ondervraging vastgehouden.

De voorzitter van het parlement, Akbar Tandjung, betreurde de razzia en noemde het gekozen tijdstip, precies twee jaar na het begin van de `meitragedie' in 1998, ,,hoogst ongelukkig''. De Chinese gemeenschap van Glodok had een vreedzame herdenking voorbereid, maar zag daar na de onlusten vanaf. Een woordvoerder van de hoofdstedelijke politie verklaarde gisteren dat zijn bureau niet op de hoogte was gesteld van de in het nationale politiehoofdkwartier voorbereide razzia. Een socioloog weet het gemak waarmee de straatventers mensen op de been kregen aan het feit dat de politie ernstige rechtsschendingen uit het verleden nog niet heeft onderzocht en zich nu stort op illegale kleinhandel.

    • Dirk Vlasblom