Buitenland onderzoekt eigen vuurwerk

Het buitenland reageert verontrust op de ramp in Enschede. België scherpt de regels aan.

In verschillende Europese landen is geschrokken gereageerd op de vuurwerkexplosie in Enschede afgelopen zaterdag. Zo geldt in België de grootste verbazing de enorme hoeveelheid van zo'n 100 ton vuurwerk die tot ontploffing kwam. Dat is bijna net zoveel als de totale hoeveelheid in de dertien grootste Belgische depots samen, waar volgens officiële gegevens 130 ton vuurwerk ligt opgeslagen. Ofschoon veel Nederlanders tegen Oud en Nieuw vuurwerk in België kopen, omdat verkoop in Nederland pas na Kerst is toegestaan, zijn de opslagplaatsen er kleiner. De autoriteiten in België, waar overigens veel minder vuurwerk wordt afgestoken dan in Nederland, houden een ramp als in Enschede dan ook voor onmogelijk.

De Enschedese ramp is voor de Belgische overheid niettemin aanleiding eigen regelgeving en toezicht nog eens onder de loep te nemen. De federale minister Charles Piqué (Economische Zaken) zei gisteren tijdens een persconferentie dat de juridische situatie in België overzichtelijker is dan in Nederland. ,,Alles wat verband houdt met explosieven wordt in België door één dienst, de administratie Economische Zaken, gecontroleerd.'' Hij zei dat de federale veiligheidswetgeving (uit de jaren vijftig) geen maximumgrens voor vuurwerkopslag kent, maar onderstreepte dat elke aanvraag per geval wordt bekeken. De Vlaamse milieuminister, Vera Dua, kondigde gisteren een verscherping aan van de veiligheidseisen bij milieuvergunningen voor vuurwerkopslag, die binnen zes maanden haar beslag zal krijgen. Buurtbewoners in Deurne, bij Antwerpen, demonstreerden gisteren tegen de aanwezigheid van een vuurwerkopslagplaats, waar 200 kilo zou liggen, in de nabijheid van een basisschool.

In Spanje werd gisteren het plaatsje Rafelcofer, ten zuiden van Valencia, getroffen door een soortgelijke vuurwerkexplosie als in Enschede. Daarbij werden vijf werknemers gedood. Acht anderen raakten gewond, waarvan één zeer ernstig. De bijna vijftig jaar oude fabriek bevindt zich een kleine 900 meter buiten de bebouwde kom van Rafelcofer, daardoor deden zich geen persoonlijke ongelukken voor in het dorp. Niettemin mogen volgens de geldende normen in Spanje vuurfabrieken niet dichter dan 3,5 kilometer van de bebouwing staan. De oorzaak van de explosie is nog niet duidelijk. In Spanje wordt vrij veel vuurwerk geproduceerd, vooral in de regio rond Valencia. Met enige regelmaat doen zich ongelukken voor. De laatste grote explosie dateert van 1989, toen een auto met vuurwerk nabij Alicante ontplofte. Daarbij verloren tien mensen het leven. De voorzitter van de Valenciaanse vuurwerkproducenten onderstreepte gisteren dat explosies ondanks alle veiligheidsmaatregelen niet uit te sluiten zijn.

In het Verenigd Koninkrijk heeft de actiegroep Nationale Campagne voor de Hervorming van het Vuurwerkbeleid de regering opgeroepen de regels aan te scherpen naar aanleiding van de ramp in Enschede. Volgens leden van de actiegroep zijn de regels omtrent het gebruik van vuurwerk in Groot-Brittannië de afgelopen tien jaar versoepeld waardoor het nu mogeljk is dat privépersonen duizenden kilo's springstoffen kunnen opslaan in hun woningen. Maar de Britse vuurwerkindustrie en de Koninkelijke Maatschappij voor de Preventie van Ongelukken zeggen dat de regelingen voor de opslag van vuurwerk al zeer strikt zijn en dat zij erop vertrouwen dat op onder de huidige wetgeving een soortgelijke ramp niet kan gebeuren in het Verenigd Koninkrijk.

De directeur van de Black Cat Fireworks, Martin Guest, verklaarde tegenover de BBC: ,,Zoiets (als in Enschede) kan nooit hier gebeuren. In Enschede was er sprake van een pakhuis met een vergunning om 100 ton vuurwerk op te slaan terwijl het dichtsbijzijnde woonhuis op 50 meter afstand staat. In het VK zouden we zo dicht bij huizen maar 600 kilo mogen bewaren.''

Noel Tobin van de antivuurwerkwerkgroep meent echter dat ,,we gelukkig zijn dat een gelijksoortige ramp zich nog niet heeft voorgedaan in Groot-Brittannië''. Zijn organisatie heeft er al bij de overheid op aangedrongen de regels aan te scherpen maar hij geeft toe dat veranderingen in de vuurwerkmarkt de taak van de regelgevers hebben bemoeilijkt. ,,Voorheen werd vuurwerk in eigen land onder de hoogste veiligheidsnormen gefabriceerd in fabrieken die gewoonlijk buiten de bebouwde kom stonden. Nu wordt 95 procent geïmporteerd en op alle mogelijke plaatsen opgeslagen.'' Volgens hem ligt het probleem bij de afschaffing van de importvergunningen: ,,Sommige zendingen zijn zelfs niet als vuurwerk aangeduid waardoor zij onmogelijk zijn na te trekken.'' Overal in Groot-Brittannië ligt vuurwerk opgeslagen in kleine opslagplaatsen midden in steden.