`Brandweer Enschede had gebied moeten ontruimen'

De omgeving ontruimen, luidt het voorschrift bij brand in vuurwerkdepots. En een vergunning krijgen is een lange procedure.

Is er brand in of bij een opslagplaats voor vuurwerk? ,,Dat is een ontzettend belangrijke vraag, de eerste vraag eigenlijk'', zegt Gerard van Staalduinen, adjunct-directeur van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA).

Op foto's van vlak vóór de explosie in Enschede is te zien dat de deur van een box openstaat. Van Staalduinen: ,,Het vuurwerk is dus bij de brand betrokken. Dan hoor je maatregelen te nemen.'' Die maatregelen staan beschreven in het handboek Bestrijding van ongevallen waarbij ontplofbare stoffen zijn betrokken, opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een `brand in of aan [...] een opslagplaats' wordt als ,,zeer gevaarlijk'' beoordeeld. Het advies is: omgeving ontruimen, afzetten, als er tijd is de bewoners instrueren (dekking, plat op de grond, niet in de buurt van gebouwen of ramen) en ruimte maken voor hulpverlenende diensten.

Deze instructies zijn niet opgevolgd, constateert Van Staalduinen. ,,Vuurwerk is niet met water te blussen. Het kan bovendien detoneren, het is een ongelijke strijd. Dus moet je de omgeving ontruimen.'' Vervolgens is de vraag: hoe groot moet de ontruimde cirkel zijn? Het handboek geeft aanwijzingen, op basis van het soort opgeslagen explosieven, de mogelijkheid dat alles explodeert of slechts een deel en de kans op brand- en fragmentatieschade. ,,In Enschede had de brandweer zo'n 200 à 300 meter rond de brand moeten ontruimen'', aldus Van Staalduinen.

Het lijkt er op dat de brandweer zich niet bewust was van het explosiegevaar. En dit lijkt niet alleen te gelden voor de brandweer in Enschede. Ook andere korpsen zijn niet volledig op de hoogte van alle opslagplaatsen voor vuurwerk waarvoor de gemeente vergunningen heeft verstrekt. ,,De milieudienst op het gemeentehuis heeft daar wel een lijst van, maar wij niet'', aldus een woordvoerder van de Amsterdamse brandweer. Hij pleit voor meer zeggenschap over de veiligheidseisen en de controle op opslagplaatsen van vuurwerk. ,,De brandweer wordt niet in alle gevallen om advies gevraagd en de gemeente kan een advies gewoon in de wind slaan.''

Voordat een opslagplaats in gebruik kan worden genomen, moet een moeilijke en lange procedure worden afgehandeld. Ruim twee jaar geleden besloot de Groningse vuurwerkmaker Henk Bonthuis voor zichzelf te beginnen. ,,Het eerste wat je doet is met de gemeente overleggen over een geschikte locatie'', zegt Bonthuis. Een vergadering met ambtenaren van de afdeling ruimtelijke ordening en milieu. ,,Je neemt je diploma's mee, zodat ze direct zien dat het daarop niet af kan ketsen.'' Onlangs was het zover dat in zijn twee bunkers 20.000 kilo vuurwerk kan worden opgeslagen. ,,Zoveel ligt er niet hoor, dat kost me veel te veel.''

Bonthuis volgde zonder veel problemen een procedure van ongeveer twee jaar: formulieren invullen, besprekingen, ontwerpen laten maken, wijzigingen aanbrengen, weer besprekingen. Bonthuis zegt altijd open te zijn geweest tegenover de instanties: ,,Op dit gebied moet je nooit iets achter de hand houden. Daarvoor ligt zo'n opslag veel te gevoelig.''

Als vuurwerkspecialist heeft Bonthuis een vergunning nodig op grond van de Wet Milieubeheer, ook nog regelmatig de Hinderwet genoemd. ,,Voordat deze aanvraag de deur uitgaat, voer je dus overleg over de locatie. De vraag is bijvoorbeeld of het in het bestemmingsplan past.'' Omdat het hier gaat om explosief materiaal komt de Koninklijke Landmacht, in het bijzonder de milieuafdeling in Den Haag, er aan te pas. ,,Jazeker, die mensen komen bij je kijken, dat gaat heel serieus'', aldus Bonthuis. Als het allemaal in de plannen past, volgt er weer overleg met de milieudienst van de gemeente of de regioraad. Als zij iets niet weten gaan ze te rade bij de specialisten op het gebied van gevaarlijke stoffen in het ministerie in Den Haag. Als het grootschalige opslag betreft kunnen de ambtenaren zelf echter veel informatie halen uit het Handboek Milieuvergunningen dat in tabel 14 bijvoorbeeld een overzicht geeft van de verschillende (gevaren)klassen. Verder worden de wetsartikelen, algemene maatregelen van bestuur, besluiten zoals voor de milieugevaarlijke stoffen, geraadpleegd.

Een voorbereidingsbesluit van B en W wordt aangekondigd via de (openbare) stukken voor de raad, waarbij ook alle onderliggende bescheiden, zoals de aanvraag zelf, ter inzage worden gegeven. ,,Bij mij duurde het ongeveer een jaar voor er toestemming was om met de bouw van een bunker te beginnen'', zegt Bonthuis. Hij krijgt precies voorgeschreven hoe er gebouwd moet worden, welke afmetingen de bunkers moeten hebben, wat de afstanden zijn van opslag tot erfscheiding. Maar ook andere details komen aan de orde, zoals de elektrische schakelaars (vonkvrij), de aanwezigheid van blusmateriaal en sproeiers. In de bijlagen bij de vergunning staat dan weer beschreven welk materiaal mag worden opgeslagen. Hiervoor gelden coderingen die voor ingewijden precies aangeven wat de aard van het vuurwerk is en welke kracht het heeft. Zo behoren vuurpijlen tot de zwaarste categorie omdat ze `wegvliegen' en dat is volgens Bonthuis meer risico dan als het op een vaste plek blijft staan. In het document staat verder dat de brandweercommandant toeziet op de naleving.

Het besluit om de vergunning te verlenen is meestal geen zaak die tot een debat in de gemeenteraad leidt, B en W kunnen het zelfstandig afdoen. Wel moeten de raadsleden ervan in kennis worden gesteld.

Vuurwerkspecialist Bonthuis heeft de milieuvergunning en de bezigheidsvergunning. In het afgelopen jaar is er ,,zes of zeven keer'' inspectie geweest op zijn bedrijf. ,,Ze staan zo maar voor je neus'', zegt hij, ,,maar dat is juist goed''.

    • Yasha Lange
    • Harm van den Berg