Telegraaf mag Limburger kopen

De Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa) heeft vandaag vergunning verleend voor de overname van Dagblad De Limburger door Holding De Telegraaf. Aan de toestemming kleven wel voorwaarden. Zo moeten De Limburger en het Limburgs Dagblad, dat al in handen van De Telegraaf was, als zelfstandige kranten blijven voortbestaan. Om de economische machtspositie op de regionale adverteerdersmarkt op te heffen moeten bovendien de 13 huis-aan-huisbladen van De Limburger worden verkocht.

Het personeel is vandaag geïnformeerd. Hoofdredacteur H. Goessens van het Limburgs Dagblad is blij met de beslissing. ,,Dit is goed voor de pluriformiteit van de pers in Limburg. Redactionele concurrentie verhoogt de journalistieke kwaliteit.''

De Limburger behoorde tot voor kort tot de divisie dagbladen van uitgever VNU. Die besloot in augustus vorig jaar de vijf dagbladen in Brabant, Limburg en Gelderland te verkopen omdat ze niet langer binnen de concernstrategie pasten. Wegener Arcade betaalde 1,8 miljard gulden voor de bladen. De Telegraaf nam daarna voor bijna 500 miljoen gulden Dagblad De Limburger over van Wegener.

Beide Limburgse kranten worden ondergebracht in één holding: de Media Groep Limburg. Het hoofdkantoor van de holding, waarin de stafdiensten worden ondergebracht, komt volgens hoofdredacteur Goessens ,,op een neutrale plek in Limburg''. Binnen die groep gaan beide kranten commercieel samen, redactioneel blijven ze onafhankelijk, zo is de afspraak. De samenwerking moet de winstkansen voor de kranten vergroten. Berekeningen zouden uitwijzen dat in drie jaar tijd tien miljoen gulden voordeel te behalen valt.

Bij de kranten is overwegend positief gereageerd, ondanks de gedwongen verkoop van de huis-aan-huisbladen. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is blij met het behoud van de redactionele onafhankelijkheid van beide bladen. ,,Ons baart wel de voorgenomen combinatie van de functies van hoofdredacteur en directeur zorgen'', aldus I. Konings, plaatsvervangend secretaris van de NVJ. ,,Wij zijn daar in principe geen voorstander van omdat belangen met elkaar in conflict kunnen komen. Wij willen echter eerst de mening van de redacties afwachten.''