Overheidsbeleid en nieuwe economie gaan niet samen

Het stimuleren van de nieuwe economie en dus het aangaan van de concurrentie met de Verenigde Staten is gebaat bij zo min mogelijk regelgeving, zegt Len Even. De overheid kan de razendsnelle ontwikkelingen trouwens toch niet bijhouden.

Minister Jorritsma van Economische Zaken heeft zich de afgelopen maanden terecht sterk gemaakt voor de nieuwe economie. Europa loopt ver achter op de Verenigde Staten. De veiling voor nieuwe GSM-frequenties (zogeheten UMTS, met name geschikt voor mobiele diensten en mobiel internet) die de overheid binnenkort wil houden, gooit behoorlijk roet in het eten. Juist mobiele telefonie is een van de weinige gebieden waar Europa wel vooroploopt ten opzichte van de VS.

Door een hoge prijs te vragen aan de toekomstige aanbieders van die mobiele diensten zal de ontwikkeling vele malen trager gaan. Uit de ontwikkeling in de VS weten we dat laaggeprijsde of gratis diensten juist sterk bijdragen aan een snelle ontwikkeling. Daarom is het opzetten van de veiling, die volgens minister Zalm zeker 20 miljard kan opleveren, een zware rem op het `New Economy'-beleid.

Het is wonderlijk dat de overheid zo inconsequent kan zijn. Nog maar kort geleden stelde minister president Kok voor dat iedereen tegen lagere kosten internet zou moet krijgen. In maart van dit jaar werd tijdens de Eurotop in Lissabon nog gesproken over de wijze waarop Europa de strijd met de VS moet aanbinden in de `New Economy'. Minister Jorritsma heeft alvast een serie maatregelen aangekondigd. Immers: het tempo van ICT en internettoepassingen ligt in de VS op tweemaal het niveau van dat van Europa. De achterstand wordt alleen maar groter en lijkt niet meer in te halen, ondanks bijvoorbeeld de sterke groei van het aantal internetaansluitingen in Nederland.

Eerder al publiceerde Jorritsma samen met premier Kok in deze krant haar gedachtegoed om die achterstand in te lopen: stimulering van ICT- gebruik, een Europese kennismarkt, versterking van vernieuwend ondernemerschap en betere benutting van menselijk kapitaal door investeringen in het onderwijs (onder andere gratis internet). De vraag is echter of deze maatregelen aansluiten bij de diepere oorzaak van de verschillen tussen de VS en Europa. Uit een eveneens recente studie van professor Reynolds, verbonden aan het Amerikaanse Babson College en de London Business School bleek dat met name het cultuur- en mentaliteitsverschil de reden is dat Europa zich minder snel ontwikkelt in de nieuwe economie.

De Europese mentaliteit wordt met name beïnvloed door het consensusmodel, waarbij de overheid een coördinerende en controlerende rol vervult. De stimulerings- en coördinatiemaatregelen die Jorritsma neemt zouden daarom wel eens averechts kunnen werken. Stimulerende regelgeving kan zelfs een verlammend effect hebben.

Het is van belang stil te staan bij het wezenlijke onderscheid tussen de `ondernemende maatschappij' versus de 'distributiemaatschappij' waarmee Nederland kan worden gekarakteriseerd. Dat verschil heeft te maken met de bereidheid van individuen meer of minder risico te nemen, meer of minder morele steun uit de omgeving te ontvangen, en de acceptatie van sociaal economische verschillen. In de VS wordt ondernemen veel hoger gewaardeerd, waarvoor op sociale zekerheid, stabiliteit en gelijkheid wordt ingeleverd. Tegelijkertijd ligt de risicodrempel veel lager: dat geldt bijvoorbeeld met name voor kosten voor telecommunicatie en internet. In Nederland worden de aspecten van sociale zekerheid juist bewust hoog aangeslagen en ligt de financiële risicodrempel ook veel hoger. Het gevolg is dat het ondernemend klimaat daaronder lijdt.

Een overheid die stimulerende maatregelen neemt op het gebied van ICT en internet begeeft zich op glad ijs. Het is bijna onmogelijk om beleid te ontwikkelen gericht op het stimuleren van een industrietak die zo snel verandert en groeit. De innovatie en verandering die ICT en internet met zich meebrengen kan een overheid met gepast beleid niet bijhouden. De investering waar je vandaag geld mee kan verdienen moet morgen zijn afgeschreven. Tegen de tijd dat overheidsmaatregelen effectief zijn, staat de trein al op het volgende station.

Een effectief overheidsbeleid gericht op het ontwikkelen van de `nieuwe economie' bestaat uit het stellen van een kwaliteitsstandaard en het vervolgens maximaal reduceren van allerlei stimulerings- en coördinatiemaatregelen. Tegelijkertijd moet de overheid zich sterk maken voor een duurzame mentaliteitswijziging onder een nieuwe generatie (aanstaande) ondernemers. Bij een dergelijk beleid kan worden gedacht aan de volgende vier speerpunten:

het sterk ondersteunen van het aanbod van venture capital. In de VS is met name de beschikbaarheid en toegankelijkheid vele malen groter, waardoor startende ondernemingen in grotere aantallen en sneller van de grond komen. Het uitbreiden van de fiscaal vriendelijke `tante Agaath regeling' naar startende ondernemingen kan daar bijvoorbeeld aan bijdragen. Dat geeft ongetwijfeld een impuls aan de risicobeoordeling van financiële instellingen en investeerders;

een verdere flexibilisering van arbeid door vooral de mogelijkheid van ontslag verder te versoepelen. In de huidige gespannen arbeidsmarkt, zijn de risico's voor werknemers immers zeer gering. En voorkomen moet worden dat startende ondernemers het aantrekken van personeel als een te hoge risicodrempel ervaren;

een versnelling van de concurrentiebevordering onder aanbieders van technische infrastructuur (kabels, telefonie) ten einde de prijzen op korte termijn aanzienlijk te laten dalen. In de VS kan al lokaal gratis worden gebeld, hetgeen internetgebruik aanzienlijk bevordert. Ook in Engeland wordt dit nu geïntroduceerd. De vraag is daarom of de overheid nog geld moet vragen voor graafrechten en vergunningen voor frequenties voor draadloos verkeer;

een zware investering in nieuwe vormen van onderwijs, waarbij samenwerking en interactie en het leren leren prioriteit krijgen. Het traditionele `schoolse' leermodel in het universitair en hoger beroepsonderwijs is minder geschikt en mist bovendien node de inbreng van echte praktijkervaring van (gast)docenten.

Het zijn allemaal maatregelen die pas op langere termijn effect sorteren. Ze passen bij een terughoudende overheid die zich beperkt tot het scheppen van een gunstig ondernemingsklimaat. Natuurlijk blijven ook aansprekende voorbeelden van succesvolle ondernemers op het gebied van ICT en internet een bron van inspiratie. Hun levensverhaal is niet alleen voor jonge ondernemers, maar ook voor beleidsmakers een belangrijke les.

Len Even is director van Webster University in Leiden.

    • Len Even