Ongewone jazzimprovisaties

Los swingen met een themaatje en keurig afgemeten soleerruimte is in de Europese improvisatie een lang geleden gepasseerd station. Na zich te hebben losgeweekt van de Amerikaanse (blues-, swing- en bebop-)tradities, hebben de improvisatoren een geheel eigen geluid ontwikkeld. Dat vitaliteit en verrassing daarvan de hoofdingrediënten zijn, bleek weer op de tiende editie van Les Trois Jours, het in vier steden (Groningen, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam) gehouden festival voor Europese jazz en improvisatie.

De Franse pianist Benoît Delbecq presenteerde een speciaal voor het festival samengesteld kwintet. Samen met bassist Misha Kool en drummer Christophe Marguet creëerde Delbecq, wiens geprepareerde piano klonk als een marimba, een langzaam aanzwellende wervelwind van ingenieuze ritmepatronen. De luisteraar die als gehypnotiseerd naar binnen werd gezogen, vond in het oog van de storm de klarinettist François Houle en saxofonist Jorrit Dijkstra. De eerste betoonde zich een specialist in dromerige lyriek en verdubbelde zijn zangerige toon soms door een extra klarinet aan de lippen te zetten. Dijkstra, daarentegen, hakte zijn frasen in stukjes om ze met behulp van een aanzienlijke batterij pedalen te vervormen tot sfeervolle soundscapes of cartoonesk gebliep.

Met het aantreden van het Russisch-Indiaas-Senegalese kwartet Vedaki daalde de notendichtheid maar nam de intimiteit toe. De Wolof zang van Mola Sylla werd ingebed in een kabbelende begeleiding op bas, vaasdrums, accordeon en een handvol minder voor de hand liggende instrumenten als mondharp, kongoma en xalam. Het ingetogen samenspel riep een betoverende, bijna contemplatieve sfeer op die deed denken aan het vroegere Penguin Café Orchestra.

Voor energieke geluidsuitbarstingen kon men terecht bij het tweede deel van het festivalprogramma. Zo strooide pianist Fred van Hove, wiens toucher laveerde tussen masseren en slaan, een golvende notentapijt uit voor trombonisten Wolter Wierbos, Konrad Bauer en Jacques Veille, waarop zij reageerden met een opeenstapeling van kolkende melodielijnen. Op momenten van hecht samenspel klonken de drie als een wolk woedende horzels of een horde bronstige olifanten. De grappenmaker van het stel, Veille, testte de muzikale mogelijkheden van de combinatie trombone en plastic koffielepeltje en demonstreerde dat je niet op een trombone hoeft te blazen om er geluid uit te krijgen.

De absolute topper van het festival bleek het Franse François Corneloup Trio. Dit trio met de meest traditionele line-up van alle geprogrammeerde groepen, negeerde de conventionele rolverdeling tussen ondersteunende ritmesectie en solist om te komen tot een gesprek tussen drie gelijkwaardige partners. Het hyper-precieze spel van drummer Eric Echampard vormde de rode draad in de langs verschillende sferen voerende zoektocht van bassist Claude Tschamitchian en baritonsaxofonist François Corneloup. De spanning verslapte hierbij geen moment, waardoor de groep het publiek met gemak een uur lang op het puntje van de stoel hield.

Festival: Les Trois Jours. Gehoord: 12/5 BIMhuis Amsterdam; 14/5 Popular Rotterdam.

    • Edo Dijksterhuis