`Nederlandse film is zieke man van Europa'

Op het filmfestival in Cannes is een rapport gepresenteerd over het bioscoopbezoek in de EU.

Toevallig vloog er net een helikopter voorbij toen staatssecretaris Van der Ploeg zondagmiddag in Cannes een internationaal gezelschap filmprofessionals vroeg even stil te staan bij de slachtoffers van de ramp in Enschede. Ook al droeg hij een smoking in de brandende zon en had de lancering van de internationale producentenopleiding van het Amsterdamse Maurits Binger Filminstituut een feestelijk karakter, Van der Ploeg was naar eigen zeggen `less jolly' dan hij zou willen. Een dag eerder was zijn werkbezoek aan het grootste filmfestival bij uitstek lollig, toen hij een als zeemeermin verklede dame uit de branding mocht halen, ter gelegenheid van de receptie van het Vlissingse Festival by the Sea. Zaterdag publiceerde ook het Straatsburgse European Audiovisual cijfers over het bioscoopbezoek in de vijftien EU-lidstaten, waaruit het Nederlandse filmbedrijf naar voren komt als de zieke man van Europa. Traditioneel heeft Nederland al het laagste bioscoopbezoek per hoofd van de bevolking (ruim 1,1 in 1999), maar de elders overal waarneembare groei blijft ook uit. Omdat 1998 een abnormaal goed jaar was in de hele wereld door het succes van de film Titanic, maakt het rapport een zinvolle vergelijking tussen 1997 en 1999. In de hele EU lag het bioscoopbezoek in 1999 6,2 procent hoger dan in 1997, met uitschieters naar boven in Spanje (25 procent), Griekenland (12 procent) en Luxemburg (11 procent). Alleen in Nederland daalde het bioscoopbezoek, met 1,6 procent van 18,9 miljoen naar 18,6 miljoen. Tevens noemt het rapport de uitzonderingspositie die Nederland inneemt met het aandeel van het bezoek aan films van eigen bodem in het aantal verkochte kaartjes. Alleen in de regio Brussel (0,43 procent) ligt het nationale marktaandeel lager dan in Nederland (5,5 procent), tegen bijvoorbeeld 24 procent in Italië, 28 procent in Denemarken en 30 procent in Frankrijk. Daarentegen gaan de Belgen het vaakst naar films uit `andere landen' (niet Amerikaans en niet nationaal).

Die `andere landen' doen het ook opvallend goed in de competitie van Cannes van dit jaar, waar zeven van de 23 films uit Azië komen. Sommige bronnen voorspellen dat de strijd om de Gouden Palm wel eens zou kunnen gaan tussen drie Scandinavische films. De later in de week vertoonde musical Dancer in the Dark van de Deen Lars von Trier is de gedoodverfde favoriet, maar ook wordt als outsider de Zweedse productie Singer from the Second Floor van Roy Andersson genoemd. De enige tot nu toe vertoonde Scandinavische productie in competitie is in ieder geval sterk. Trolösa (Ontrouw) van de Noorse Liv Ullman, geschreven door haar ex-echtgenoot Ingmar Bergman, is de anatomie van een echtscheiding. Een oude man die Bergman heet (Erland Josephson) roept een personage op in zijn fantasie of herinnering, een vrouw (Lena Endre) die ooit haar man bedroog met diens beste vriend, en ook door hem in de steek gelaten wordt, als ze nog een keer teruggaat naar haar ex. In de beste traditie van bijvoorbeeld Scènes uit een huwelijk graaft Trolösa in de zwarte afgrond van de psyche, en draait het mes steeds dieper in de wond. Wie de oude Bergman-films niet kent, weet niet wat hij meemaakt, maar de liefhebber vraagt zich verheugd af of er misschien toch nog toekomst is voor de oude Europese art film.