Muzikale helletochten, maar teder van toon

De leden van de Belgische groep Dead Man Ray werken vooral in andere bands. Maar als ze bij elkaar komen, prutsen ze aan hun rare klanken tot het mooi is.

Terwijl buiten de zon schijnt en de Amsterdamse terrassen vol zitten, zijn de vijf leden van de Belgische groep Dead Man Ray bij elkaar gekropen in een donker hok in Paradiso. Daar vertellen ze over hun manier van musiceren die leidt tot de prachtige veelkleurige nummers van de nieuwe cd Trap. Volgens de muzikanten is de cd het resultaat van eindeloos rommelen en prutsen, totdat er iets moois ontstaat. ,,En dan worden we ineens heel perfectionistisch. Moet het zo ideaal mogelijk op de plaat komen,'' zegt muzikant/producer Wouter van Belle. ,,Maar onze basis bestaat doorgaans uit rare klanken en geluiden, die voor andere muzikanten nooit interessant genoeg zouden zijn.''

Zanger Daan Stuyven strijkt over zijn behaarde kin en verklaart: ,,Je hebt nu eenmaal dierenartsen die het liefst werken met mooie, vetgemeste koeien, en je hebt ze die liever hun best doen voor platgereden vogeltjes.'' Hij pauzeert even en vervolgt peinzend: ,,En je hebt dierenartsen die eerst een vogeltje platrijden om het vervolgens te kunnen gaan redden. Zulk soort muzikanten zijn wij.''

Dead Man Ray heeft net een tweede cd uitgebracht, treedt regelmatig op en maakt muziek die klinkt als het gevolg van lange zoektochten naar de juiste klank en het juiste instrument. Hun liedjes mogen op het eerste gehoor dan op bekende schema's zijn gebaseerd, voor de invulling is zo te horen afgedaald naar de onderwereld. Daar werd op rioolbuizen getimmerd voor de holle klank en vreemde echo's, er werd gekermd en gekreund, en ellenlang loopjes geoefend op de gitaar, die uiteindelijk voor de nodige verluchtiging gingen zorgen. Daan Stuyven zingt ondertussen opmerkelijk naïef voor dit soort doorwrochte muziek.

Maar ondanks het toegewijd klinkende experiment is Dead Man Ray nauwelijks een echte band te noemen. De muzikanten komen dan wel allemaal uit Antwerpen en wonen min of meer bij elkaar om de hoek, de vijf leden zitten in totaal in zo'n kleine twintig Belgische bands. Daan Stuyven houdt het bij Dead Man Ray en zijn soloplaten (onder de naam Daan), maar gitarist Elko Blijweert speelt tegelijkertijd ook nog in Front 242, Morf, Bad Influence en het jazzkwartet Franco Saint de Bakker. Gitarist Rudy Trouvé (ex-dEUS) moet even nadenken waarbij hij op het moment ook al weer is aangesloten. Dat blijken de groepen Goreslut, Lionel Horrowitz & his Combo, en 110 Vierkante Meter te zijn.

Rudy Trouvé: ,,Zodra we vrij zijn van een van de bands, zijn we al weer met iets anders bezig.'' Elko Blijweert: ,,Af en toe staat een van de groepen centraal, zoals bij plaatopnames. Maar ook die worden uitgesmeerd. Aan Trap hebben we twee jaar gewerkt, steeds een paar weken.'' Wouter van Belle: ,,Optreden als Dead Man Ray doen we nooit in lange tournees. In elk land een paar keer. Meer kan we niet.'' Blijweert: ,,We hebben weinig tijd en willen nu eenmaal veel verschillende dingen doen.''

De muziek van Dead Man Ray ontstaat in de huiskamer. ,,Er is geen traditionele verdeling tussen songschrijven en opnemen. Alles loopt door elkaar,'' zegt Stuyven. Van Belle: ,,We hebben die vrijheid dankzij de computer. Daarmee kan je iets opnemen en het daarna aanvullen met nieuwe ideeen. We componeren al doende. En we kunnen steeds blijven recyclen en verbeteren, allemaal dankzij die computer.''

Het is opvallend dat de nummers op Trap, hoewel allemaal zeer uitgewerkt, onderling sterk verschillen in sfeer en geluid. Een oorzaak daarvan kan liggen in de uiteenlopende achtergrond van de liedjes. Want Trap is het resultaat van drie verschillende projecten. Zo zijn een paar nummers oorspronkelijk gebruikt als soundtrack bij de animatiefilm Transatlantic, zijn andere ooit bedoeld bij een videofilm van Heiner Müllers The Hamlet Machine, en werden weer andere liedjes ooit live gespeeld als begeleiding van een film.

De betreffende film was At The Drop Of The Head, een in 1962 uitgebrachte film van de in de jaren vijftig/zestig gevierde Belgische zanger Bobbejaan Schoepen, de man achter het pretpark Bobbejaanland. In België is het de laatste jaren een populaire combinatie: een film vertonen, met door popgroep live uitgevoerde muziek. Zita Swoon deed het, DJ Low en Starfish Pool. Trouvé: ,,Maar iedereen koos altijd een `klassieker' om te begeleiden. Wij wilden dat nu eens niet en kozen een jaren zestig-flop.'' Stuyven: ,,Bij de slechtste scènes deden we een rookmachine aan ter maskering.'' Van Belle: ,,Maar we hebben niet met de film gespot.'' Trouvé: ,,Integendeel, na 37 jaar heeft die film toch nog een cult-cachet gekregen.'' Stuyven: ,,Bobbejaan Schoepen kende het woord cult niet, maar zijn zonen en dochters hebben het hem uitgelegd. Hij was er erg blij mee.''

De liedjes op Trap zijn varianten op de van oorsprong instrumentale muziekstukken die Dead Man Ray had gemaakt voor de verschillende doelen. Daan Stuyven schreef er achteraf de teksten bij die ondanks de muzikale helletochten teder zijn van toon. En zo is Dead Man Ray steeds niet wat het lijkt: geen echte band, niet echt grimmig en niet uitsluitend experimenteel. Dat blijkt ten slotte uit de woorden van producer Wouter van Belle: ,,We willen de perfecte sound opnemen. Als een eigentijdse Steely Dan.''

Trap van Dead Man Ray is verschenen bij Virgin. De groep is te zien: 17/5 Nighttown Rotterdam;

18/5 Effenaar Eindhoven;

23/5 Ekko Utrecht.