LEVENSWERK KRASSE KNAR VOLBRACHT

Prins Willem-Alexander en een 8-jarig meisje ontstaken zaterdag de vlam op de marathontoren. Daarmee werd het Olympisch Stadion officieel heropend en zag `redder' Piet Kranenberg (82) zijn levenswerk nagenoeg voltooid. Nu wil hij dat de omgeving van het monument zo snel mogelijk wordt afgebouwd.

Volstrekt vreemde mensen sloten Piet Kranenberg zaterdag na de festiviteiten rondom de heropening van het Olympisch Stadion in de armen. Anderen vroegen de beduusde `krasse knar' om een handtekening. ,,Ik vond dat heel roerend. Ik ben toch maar een eerbaar burger. De volgende dag reed ik op mijn fiets door het Amsterdamse Bos en werd ik ook herkend. Ik begin een populair baasje te worden.''

De redder van het Olympisch Stadion stond zaterdagmiddag in het middelpunt van de belangstelling. NOC*NSF bombardeerde Kranenberg tot erelid. En uit handen van IOC-president Samaranch ontving de Amsterdammer een bruin marmeren beeld met inscriptie. ,,Het was de tweede keer dat ik Samaranch een hand schudde. Ik heb een speech gehouden waarin ik refereerde aan onze eerste ontmoeting, op 17 oktober 1986 in Lausanne bij de mislukte poging van Amsterdam om de Olympisch Spelen van '92 binnen te halen. `Toen was het een mooi moment voor u, nu is het mijn finest hour', zei ik.''

De voormalige betonklomp is weer omgevormd tot het stadion dat in 1928 het decor vormde van de Zomerspelen. Daardoor komen steeds meer herinneringen van voor de oorlog naar boven, constateert Kranenberg bij zichzelf. ,,Kijk daar'', wijst hij naar de zuidkant van het stadion. ,,Op die tribune zat ik en daar, in dat doel, kopte Beb Bakhuys met een zweefduik dat legendarische doelpunt in. (Nederland-België op 11 maart 1934, uitslag 9-3, red.). Ik was 16. Ik zat op een christelijke kostschool in Zeist. Met een paar vriendjes nam ik de trein naar Amsterdam. Op zondag moest je wel toestemming vragen om weg te mogen blijven bij de kerkdienst.''

Een door de gemeenteraad aangenomen motie bepaalde in 1985 dat op het terrein van de betonkolos woningen moesten verrijzen. Vanaf dat moment sprongen Piet Kranenberg, Bram Mulder en Otto Roffel, die spottend `De drie musketiers' werden genoemd, in de bres om de historische sporttempel te redden. Ze kregen steun vanuit de bevolking en de uiteindelijke monumentale beschikking van minister d'Ancona voorkwam in 1992 dat de sloophamer zijn werk kon doen.

Een lange strijd, waarin 24 miljoen op tafel kwam voor de renovatie, eindigde zaterdag toen prins Willem-Alexander onder toeziend oog van IOC-president Samaranch het stadion heropende. Demonstraties van atleten en de turnbond KNGV alsmede een optreden van Karin Bloemen omlijstten de plechtige opening. Kranenberg zag daarmee zijn levenswerk volbracht. Eerder redde hij Artis van de ondergang en zorgde hij dat er geld op tafel kwam voor een opknapbeurt van de Westerkerk. ,,Maar dat was kinderwerk vergeleken bij het Olympisch Stadion.''

Hij is trots op het eindresultaat. Het stadion ziet er volgens sommigen nu nog mooier uit dan in 1928. Over de monumentale waarde lopen de meningen uiteen. De sentimenten speelden volgens de criticasters voor het behoud een grotere rol. De vier grote pilonen voor de vlaggemasten, die in ere zijn hersteld nadat ze waren weggewerkt voor bloembakken, vindt Kranenberg het mooiste architectonische hoogstandje. Ze functioneren nu ook als ventilatiekanalen voor de ondergelegen parkeergarage. ,,Het stadion straalt weer geborgenheid uit. Het is verdomd gezellig en intiem.'' Kranenberg roemt vooral architect André van Stigt die de oorspronkelijke schepping van Jan Wils deed herleven. ,,Van Stigt was ontzettend enthousiast. En hij heeft geknokt om binnen de begroting van 24 miljoen te blijven.''

Eén van de belangrijkste kenmerken van de renovatie is de verwijdering van de tweede ring. Die was in 1937 aangebracht zodat het Olympisch Stadion de concurrentiestrijd aankon met De Kuip in Rotterdam. Achter de grijze gewelven kwamen na een opknapbeurt de veelkleurige bakstenen weer tevoorschijn. Ten tijde van de ontmanteling lag Kranenberg nachten wakker. ,,Ik dacht, grote god, als die muur het maar houdt. Er zijn enorm zware betonpalen gesloopt. Maar de invloed op het casco was nul. Aan de constructie van dit stadion mankeert geen donder. Dat bleek ook toen er wanden gepulst werden voor de parkeergarage.''

Een nieuwe geschiedenis kan beginnen, stelt Kranenberg. Maar het gerenoveerde bouwwerk herbergt al zoveel historie. Tastbare bewijzen zijn er genoeg. Relikwieën en curiosa, zoals een oude speer, een massagetafel of de bel voor de laatste ronde die herinnert aan de eveneens gesloopte wielerbaan, worden bestudeerd en als ze van waarde blijken te zijn worden ze tentoongesteld in het Amsterdams Historisch Museum. Een oorkonde die bij de legging van de eerste steen in mei 1927 is ondertekend door prins Hendrik, komt aan de muur te hangen van de bestuurskamer. Het document werd achter een baksteen gevonden in een muur.

De drie beelden van het stadion hebben ieder weer een plek gekregen. Zoals ook de man met de uitgestoken arm. Hij was aanvankelijk ongewenst omdat hij associaties opriep met de Nazi's. Hij lag al in een kist om afgevoerd te worden. Maar daarmee zou baron Van Tuyl van Serooskerken, aan wie het beeld een eerbewijs is, toch ernstig te kort zijn gedaan. Hij bracht de Spelen van 1928 naar Nederland. Toen het evenement werd gehouden was hij echter al overleden. De bronzen atleet werd ondanks alle discussies in ere hersteld en hij brengt de bezoeker nu de sportgroet voor de marathontoren. Kranenberg: ,,Toen vorig jaar het dak van de marathontribune afwaaide, viel er een stuk muur precies op de uitgestoken arm. Deze brak af. Maar ook dat is weer hersteld.''

Zonder het fraaie bouwwerk te bekritiseren rijst de vraag welke functie het nieuwe Olympisch Stadion nog als sportaccommodatie heeft. De tribunecapaciteit is boven de catacomben van zalen, kantoren en horeca-etablissementen teruggebracht naar 22.500 toeschouwers. Of de keurige zitjes ooit allemaal bezet zullen zijn, valt te betwijfelen. ,,Dat is ook niet de bedoeling'', beweert Kranenberg. ,,Deelraad Zuid is akkoord gegaan met de renovatie onder voorwaarde dat het stadion een monument wordt. Bij een evenement dat meer dan 3.000 toeschouwers trekt moet er een logistiek plan worden ingediend. Een popconcert veroorzaakt te veel geluidsoverlast voor de omwonenden. Het Concertgebouworkest, dat de 7de Symfonie van Beethoven speelt, zou weer wel kunnen. Maar zelfs als amateurclub AFC hier wil voetballen, is het antwoord nee. Ik denk dat het stadion een jaar tot anderhalf jaar nodig heeft om op gang te komen.''

Voor de exploitatie zijn evenementen niet echt noodzakelijk. SFB Vastgoed maakt als tegenprestatie voor het verhuren van bedrijfs- en kantoorruimten onder de tribunes elk jaar een miljoen gulden over aan de Stichting Olympisch Stadion. SFB zorgt de komende twintig jaar ook voor het onderhoud. Kranenberg: ,,We zitten op rozen. Elk evenement dat we binnen halen is meegenomen.'' Het stadion heeft de A-status voor atletiekwedstrijden. De clubs Sagitta en AAC, die nu samen opereren onder de naam Phanos, hebben het Olympisch Stadion als thuishaven. Wat betreft voetbal zal er alleen sprake zijn van jeugdwedstrijden.

De herrijzenis van het Olympisch Stadion is niet het laatste kunstje van Kranenberg. Hij wil ook de bouw van huizen rondom het stadion nog in goede banen leiden. ,,Op het Stadionplein worden twaalf tot dertienhonderd woningen geheel gebouwd in de sfeer van Berlage. Daarnaast zullen er ook op de voormalige bijvelden zo'n 850 woningen komen. Als die er zijn, is het hele gebeuren af. Ik houd van werken en kan moeilijk stilzitten. Maar er zal ongetwijfeld een dag komen dat ik zeg: `verrek, ik kan niet meer verder'. Op mijn leeftijd ligt alles op de loer om je uiteindelijk toch onder de grond te krijgen.''