Krachtdadig, toegankelijk en ervaren

Drs. J.H.H. Mans (60), sinds 1994 burgemeester van Enschede, krijgt veel lof voor zijn optreden na de ramp in zijn stad.

Zijn carrière als burgemeester kenmerkt zich door een niet aflatende heisa rond drugs en voetbalsupporters, maar vooral ook door een krachtdadigheid die eerder een Friese dan een Limburgse komaf doet vermoeden. De in Heerlen geboren Jan Mans (PvdA) liet twee maanden na zijn aantreden in Enschede al opmerkelijk fel weten dat er met hem niet viel te sollen. Verkiezingsaffiches van Centrumpartij '86 (`Eigen volk eerst') werden op zijn last resoluut verwijderd: ,,Openbare orde is mijn verantwoordelijkheid en die is hier in het geding.''

De daadkracht die hij zaterdag onmiddellijk na het verstommen van de explosie in de buurt Roombeek aan de dag legde, krijgt lof van alle kanten. Bovendien blijkt `het draaiboek', de gemeentelijke organisatie bij een ramp van ongekende omvang, goed op orde. En dat hij gegeven de wanorde niet meteen antwoord kon geven op de vraag hoe het mogelijk is dat er al meer dan twintig jaar een vuurwerkbedrijf te midden van niets vermoedende wijkbewoners staat, wordt hem vooralsnog met alle begrip vergeven. Op de vele persconferenties na de ontploffing probeert hij gewoon `op alles naar eer en geweten te antwoorden'. In hemdsmouwen maakte Mans dit weekeinde duidelijk heel toegankelijk te zijn of het nu om de majesteit, de premier of journalisten ging. Die toegankelijkheid is gebaseerd op een ruime ervaring als bestuurder.

Na zes jaar burgemeester te zijn geweest van Kerkrade, ook een grensgemeente met drugsproblemen en thuisstad van voetbalclub Roda JC, waar hij werd opgevolgd door PvdA'er Thijs Wöltgens, solliciteerde hij in Enschede, waar FC Twente resideert. Niet alleen omdat die stad (150.000 inwoners) drie keer zo groot is als Kerkrade maar vooral om wat daar gaande was: de voorgenomen fusie met Hengelo en Borne tot Twentestad, dat met 245.000 inwoners de derde stad van Nederland zou worden.

Wat daar zou gaan gebeuren boeide hem op voorhand `enorm'. Een man kortom die in bestuurlijke zin graag ver vooruit kijkt, als tamelijk eigenzinnig te boek staat en daarom niet erg is geneigd voortdurend naar consensus te streven. Zomer '98 maande hij de KNVB een openstaande rekening van 80.000 gulden te betalen voor de politie-inzet bij FC Twente-Ajax, hetgeen hem later het voorzitterschap opleverde van een commissie die de regering adviseerde voetbalclubs bij risicowedstrijden voor politie-inzet te laten betalen.

Wat hem begin '94 nog zo'n uitdaging leek, draaide precies een maand geleden uit op een bittere deceptie toen minister De Vries in de Eerste Kamer bekendmaakte af te zien van Twentestad. Het was één van de geesteskinderen van De Vries' voorganger en beider partijgenoot Peper, op wie Mans bijzonder is gesteld. Met Peper deelt Mans ook de fervente voorkeur voor een gekozen burgemeester, zoals hij twee jaar geleden openlijk liet weten.

Een andere overeenkomst is minder positief. Eind '96 kreeg Mans van de PvdA, CDA, VVD en GroenLinks te horen dat hij te vaak in het buitenland zit, zich te weinig met de plaatselijke politiek bemoeit, geen kaas heeft gegeten van de Twentse volksaard en de weg naar politiek Den Haag niet weet. In Twentes eigen opinieweekblad Roskam werd hij toen afgeschilderd als `marionet van het grootkapitaal'.