`Er móéten hier toch fouten zijn gemaakt'

Op bezoek in het rampgebied zegt koningin Beatrix niet te begrijpen dat zo'n gevaarlijk bedrijf in een woonwijk was gevestigd.

Op de Roomweg in Enschede, naast de Grolschfabriek, ontdekt een politieman van het Rampen Identificatie Team in een auto het verkoolde karkas van een hond.

Een paar meter verder staan koningin Beatrix en premier Kok. Ze kijken naar de puinhopen waar een paar uur eerder de lichamen werden gevonden van twee brandweermannen. ,,Hier liggen vrijwel zeker nog meer doden. We zullen niet alle lichamen terugvinden'', zegt een politieagente die de koningin begeleidt. De koningin schudt haar hoofd. Ze kan maar niet begrijpen, zegt ze een paar keer, hoe het mogelijk was: zo'n gevaarlijk bedrijf in een woonwijk. ,,Hier móéten toch fouten zijn gemaakt?''

Bij de Bijlmerramp, zegt ze, was het anders. Een vliegtuig kan nu eenmaal neerstorten op een woonwijk. Dat is vreselijk, maar het kan. Het vliegtuig had, bedoelt ze, ook net náást de woonwijk kunnen vallen.

Het is zondagochtend, een dag na de explosie in de vuurwerkopslagplaats in de Roomwijk. De politieman die de dode hond ontdekt, vond in deze straat op zaterdagavond het lijk van een man. Hij kon niet zien of de man oud of jong was. Het lichaam was verbrand, de helft van zijn gezicht was weg.

Mannen van het Rampen Identificatie Team zoeken naar lichamen. Ze controleren ingestorte huizen, ze kijken in en onder ieder autowrak. ,,Daar verstoppen mensen zich vaak als ze in paniek zijn.''

Het bezoek van de koningin is strak georganiseerd. Ze loopt door één straat die in puin ligt, daarna bezoekt ze geëvacueerde wijkbewoners. Ze kan niet lang blijven. Ze moet deze zondag nog op bezoek bij haar vader, prins Bernhard, in het ziekenhuis in Utrecht.

Op een persconferentie in het gemeentehuis, na het bezoek aan de rampplek, wil premier Kok niet ingaan op de verbazing van Beatrix over de locatie van de vuurwerkopslagplaats. Hij reageert geïrriteerd op vragen daarover. Het wordt onderzocht, zegt hij. Nu moet alle aandacht zijn gericht op de hulpverlening.

Op de vliegbasis Twenthe van de luchtmacht, buiten Enschede, landen op zaterdagavond, een paar uur na de ramp, traumahelikopters om gewonden te vervoeren. In een afgesloten ruimte liggen lijken van brandweermannen. Hun verbrande lichamen werden een paar uur na de explosie binnengebracht, in zakken. ,,In één van de zakken ging nog een mobiele telefoon af'', vertelt majoor-arts Oscar de Vries.

Er werd, zegt hij, ook een doos gebracht met alleen maar ledematen.

Op de vliegbasis worden lichtgewonden behandeld. De Vries: ,,Lichtgewonden en doden vallen allebei in categorie T4. Ze kunnen wachten.''

In de Diekmanhal, een sporthal in een buitenwijk van de stad, hebben zich zaterdagavond honderden bewoners van Mekkelholt verzameld. Er zitten oude mensen aan lange tafels, ze houden een plastic zak vast en kijken voor zich uit.

Vrouwen van de Stichting Slachtofferhulp proberen met hen te praten. Er zijn veel Turkse gezinnen, ze zitten in groepjes bij elkaar op de grond.

Dominique Davide, een Franse vrouw van zesentwintig, heeft een arm en een hand in het verband en schrammen op haar gezicht. Op haar broek zit een grote bloedvlek. Ze zit alleen aan een tafel in de sporthal.

Ze komt uit een dorp bij Bordeaux, drie jaar geleden trouwde ze met een Nederlandse man. Zij werkte zwart in een restaurant in Enschede, in de keuken. Ze woonden in de straat van de vuurwerkopslagplaats. Haar man was op bezoek bij een vriend, een straat verder. Dominique zat in de woonkamer en tekende paarden, haar hobby. Toen ze de eerste knal hoorde, rende ze naar buiten. ,,De directeur van dat bedrijf stond op straat. Die klootzak riep naar ons: ik ben hier de baas, er is niks aan de hand, er is niemand gewond. Ga maar rustig naar huis.'' Dominique Davide weet niet waar haar man nu is.

Een van de vrouwen van Slachtofferhulp zegt op zaterdagavond: ,,De meesten beseffen nog niet wat er is gebeurd.''

Een dag later is de verbijstering veranderd in woede. De bewoners willen weten waarom die opslagplaats in hun wijk stond, waarom ze nooit waren gewaarschuwd. Ze dachten dat het een opslagplaats was voor oud papier, zeggen ze.

Achter de sporthal staan kasten, bedden en bankstellen. Een plaatselijke hulporganisatie had die spullen ingezameld voor Roemenië.

    • Petra de Koning