Enschede keurde opslag goed

S.E. Fireworks beschikte over alle vergunningen. Maar de regels voor controle zijn chaotisch.

Zoveel staat vast: S.E. Fireworks beschikt over de vereiste vergunning voor de opslag van vuurwerk. Op 21 juli vorig jaar gaf de Bouw- en Milieudienst van de gemeente Enschede ,,een veranderingsvergunning met een tijdelijk karakter en wel voor de duur van drie jaar voor een inrichting voor de opslag van vuurwerk''. Het besluit is namens B en W ondertekend door het hoofd van de milieudienst van de gemeente en gebaseerd op de Wet Milieubeheer. Welke stoffen mogen worden opgeslagen, blijkt niet uit het besluit. Op de eigen website verklaart het evenementenbedrijf dat het zich altijd aan alle regels houdt.

De vergunning voor de vuurwerkmakers vloeit voort uit een vergunning op basis van de oude Hinderwet die in 1978 werd verstrekt aan de vorige eigenaar Harm Smallenbroek. Hij kreeg toen toestemming om aan de Tollensstraat 46, 48 en 50 op te richten ,,en in werking brengen en in werking houden van een inrichting voor de opslag van vuurwerk in bunkers''. In 1997 kreeg Smallenbroek een nieuwe ,,de gehele inrichting omvattende vergunning voor een inrichting voor opslag van vuurwerk''. Burgemeeester Mans verklaarde overigens op een van zijn vele persconferenties gisteren dat hij niet wist dat zich op het terrein een vuurwerkopslag bevond.

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) onderzoekt sinds vanmorgen of de opslag aan de Tollensstraat inderdaad aan alle voorwaarden heeft voldaan. De regelgeving hiervoor is nogal complex, zoals een woordvoerder aangeeft. In het algemeen geldt de `alles overkoepelende' Wet Milieubeheer als de belangrijkste toetssteen. De oude wet Milieugevaarlijke stoffen is hierin opgenomen. Verder speelt het besluit Opslag Vuurwerk een rol in het onderzoek, evenals de regels voor Hoog Explosieve Grondstoffen. Dan zijn er nog de Wet op de explosieven voor civiel gebruik en het besluit Risico Zware Ongevallen. De wet op de `explosieven voor civiel gebruik' is bedoeld voor professionele toepassingen van explosieven, maar niet echt voor vuurwerk. De vraag is dan ook welk zwaar materiaal in de opslagplaatsen voorhanden was. Andere vragen betreffen de inrichting zelf, het materiaal dat voor de beveiliging is gebruikt. Een vergelijking met de Bijlmerramp dringt zich hier voorzichtig op. Na de eerste bestrijding van de gevolgen van de verwoesting die de El Al-Boeing had aangericht, kwam de vraag naar boven wat het toestel precies vervoerde. Die vraag bleef jarenlang grotendeels onbeantwoord; de parlementaire enquête van de Tweede Kamer bracht de noodzakelijke opheldering.

Naast VROM heeft ook het ministerie van Defensie hier een taak, in het bijzonder het bureau van de milieuadviseurs in Den Haag. Het Explosieven Opruimings Commando van de Koninklijke Landmacht (EOCKL) in Culemborg, veel genoemd in de afgelopen dagen, heeft naar eigen zeggen geen enkele rol bij de controle op een dergelijke opslag. ,,Wij zijn er om explosieven op te ruimen, niet om burgerlijke opslagplaatsen na te lopen'', zegt een woordvoerder. Dat is wel weer een taak voor de inspecteurs van VROM, maar vooral ook van de milieupolitie en de ambtenaren van de gemeentelijke milieudienst. Gisteren verklaarde een wethouder dat agenten recent nog een bezoek hadden gebracht aan de opslagplaats.