Enschede

NA EEN RAMP komen de vragen. Altijd. Enschede is daarop geen uitzondering. In een half uur is daar zaterdag een hele wijk vernietigd. Wat om drie uur nog een brandje leek, mondde om half vier uit in een explosie die volgens de tot nu toe bekende gegevens aan 16 mensen het leven heeft gekost, een veelvoud licht tot ernstig verwondde en honderden huizen heeft verwoest. Vooralsnog is slechts één conclusie mogelijk. Een hele gemeenschap is weggevaagd. Dat is al ernstig genoeg.

Maar was dit een `act of God', zoals het in de kleine lettertjes van een verzekeringspolis heet? Of zijn menselijke daden de oorzaak? Feiten zijn niet voorhanden. Het hoe en waarom is derhalve niet onomstotelijk vast te stellen. Vraagtekens zijn er twee etmalen na de ramp des temeer.

Het draait daarbij om de begrippen: `handelen', `procedures en vergunningen' en `verantwoordelijkheden'. Deze trits speelt zich bovendien in drie periodes af: heden, verleden en toekomst. Eerst gaat het uiteraard om de bestrijding van de ramp zelf. Vervolgens moet er voldoende zorg zijn voor de slachtoffers. En intussen dient ook aan de orde te komen waarom het zover kon komen en wie daarop aanspreekbaar is.

EEN RAMP LEIDT altijd en overal tot crisistoestanden. Ook in Enschede. Hoewel iedereen zijn best heeft gedaan en niemand de ogen heeft gesloten voor de omvang van het drama, blijft de vraag of de lokale autoriteiten voldoende waren voorbereid op mogelijk onheil rond de vuurwerkloods in een woonwijk. Wie wist van het bestaan van deze gevaarlijke onderneming? Waren er speciale voorzorgsmaatregelen om eventuele calamiteiten het hoofd te bieden? Het is nog onduidelijk, al geeft het te denken dat er gisteren vooral verwarring was over de vraag of het openbaar bestuur wel of niet wist dat de firma S.E. Fireworks op het industrieterreintje achter de Mekkelholtwijk was gevestigd. Hetzelfde kan gezegd worden van het asbestalarm dat een dag later werd gegeven. Eerst zeiden de autoriteiten dat asbestdeeltjes over de hele stad waren uitgewaaierd, later werd die alarmerende waarschuwing weer ingetrokken.

Over de wijze waarop er voor de slachtoffers is gezorgd, valt evenmin een zinnig woord te zeggen. In de eerste etmalen na een ramp gaan improvisatietalent en organisatievermogen hand in hand. De werkelijke test dient zich later pas aan, wanneer de niet direct betrokken omgeving weer tot de orde van de dag is overgegaan. Juist dan moeten de overheidsinstellingen zich van hun beste kant laten zien. In de Bijlmermeer liet juist dit aspect na het neerstorten van de El Al-Boeing in 1992 te wensen over. Het gevolg was voortdurende onzekerheid bij de bewoners over de oorzaak van hun gezondheidsklachten en uiteindelijk zelfs een parlementaire enquête. Als de autoriteiten niet zouden hebben geleerd van deze enquête, die een jaar geleden niet geheel op waarde is geschat, zou de onduidelijkheid over de vrijgekomen asbest in Enschede tot vergelijkbare resultaten kunnen leiden.

PARALLEL DAARAAN loopt de noodzaak om de geschiedenis uit te spitten. Want het blijft raadselachtig dat het zover kon komen. In een oude industriestad, zoals Enschede, is het onvermijdelijk dat wonen en werken door elkaar heen lopen. Maar juist daarom is het van belang het verleden te onderzoeken. Zijn de vergunningen op ordentelijke wijze verstrekt? Waren de buren van S.E. Fireworks voldoende op de hoogte? Is de tussentijdse controle adequaat geweest? En is de Nederlandse regelgeving wel afdoende? Een Belgische vuurwerkspecialist heeft de laatste kwestie gisteren reeds opgeworpen. Ook als de ondernemers van het bedrijfje zich aan alle richtlijnen hebben gehouden – een strafrechtelijk onderzoek moet dat uitwijzen – is een helder antwoord op deze bestuurlijke vragen geboden. Vlugge conclusies, zoals na de ramp met het Hercules-vliegtuig in 1996, zijn ongewenst.

De regering lijkt zich daarvan bewust. Haar beslissing om voor het ,,onafhankelijke en integrale'' onderzoek buitenlandse expertise in te roepen, wijst er op dat ze alle procedures diepgaand tegen het licht wil houden zodat alle verantwoordelijkheden in de volle openbaarheid kunnen komen. Prestiges mogen niet gespaard worden.

REST DE VRAAG of de ramp in Enschede iets zegt over een algemeen klimaat in Nederland. Het gebruik van vuurwerk heeft de afgelopen decennia een enorme vlucht genomen. Niet alleen bij de jaarwisseling wordt voor miljarden guldens de lucht in gejaagd. De onbenulligste evenementen (het woord alleen al) worden tegenwoordig afgesloten met lichtpijlen en donderslagen. Veiligheid staat daarbij hoog in ieders vaandel. Dat biedt echter geen garanties. In 1991 bleek dat in Culemborg, waar formeel alles in orde was, een vuurwerkfabriek toch ontplofte. En een jaar geleden nog brandde discotheek Roxy in Amsterdam af omdat een rouwplechtigheid voor een kunstenaar zo nodig met vuurwerk moest worden afgerond.

Ongelukken zijn nooit volledig uit te sluiten. Maar het is wel mogelijk de risico's tijdig in kaart te brengen en vervolgens maatregelen te nemen om ze te beperken. Dat is het minste dat van de overheid mag worden verwacht.