`Een eerste harde knal. Het werd donker'

Verslaggever Danny de Vries van RTV-Oost maakte videobeelden van de explosie. Hij bevond zich toevallig in het gebied.

In de bus van Hengelo naar Enschede had Danny de Vries (26), journalist van RTV-Oost, zaterdagochtend met een videocamera opnames gemaakt voor de serie `Lijn Oost'. Iedere dag worden delen van die serie – korte vraaggesprekken met passagiers – uitgezonden door de regionale omroep. ,,Gezellige gesprekjes over waar ze heen gaan, over hun werk'', zegt Danny de Vries. Deze ochtend had hij een vrouw gesproken die zeven maanden zwanger was.

Aan het begin van de middag was hij klaar. De Vries hoorde dat er een brandje was in de buurt van het NS-station waar hij uit de bus was gestapt. Hij belde de redactie in Hengelo en zei dat hij zou kijken of er wat te maken viel. Om tien over half drie stond hij in de Tollenstraat, naast de brandende opslagplaats. Hij belde aan Radio Oost door wat er gebeurde. Honderden mensen stonden te kijken, zei hij. De brand had een huizenblok bereikt.

De Vries: ,,Er begon vuurwerk te knallen. Het zag er mooi uit. Ik filmde. Daarna kwamen de wat grotere knallen. Er braken ruiten. We werden door de politie de straat uitgestuurd. Ik liep naar een huis waar ik in de voortuin ging staan om verder te filmen. De knallen werden harder.

,,Ik had geen idee dat het zo uit de hand zou lopen. Er hing wel iets in de lucht, iets dreigends. Maar als ik had geweten hoe het zou gaan, was ik allang weggeweest. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo'n held.

,,Toen kwam de knal, de eerste harde. Het werd donker, ik zag helemaal niks meer. De ruiten van het huis waar ik voor stond, braken.''

,,Daarna werd het rustig. De zon begon weer te schijnen.''

,,Je blijft filmen natuurlijk. Het is mijn werk. RTV Oost is de rampenzender voor de regio, bij calamiteiten krijgen mensen via ons informatie. Ik dacht: misschien hebben mensen hier iets aan, later.

,,Daarna kwam de definitieve knal. Ik werd het huis ingeslingerd. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik in het huis terechtkwam. Ik dacht: dit is echt een ramp. Wat doe ik hier eigenlijk?

,,Er kwam een brandweerman op me af. Op zijn hoofd zat bloed. Hij wilde mijn mobiele telefoon lenen. Maar die deed het niet. Hij liep weer weg.

,,Iedereen probeerde elkaar te helpen. Iedereen lette op elkaar: hé, jij hebt bloed daar. Hoe gaat het met je? Dat was heel goed.

,,Ik rende weg. Mijn auto stond nog bij de opslagplaats. Pas in de studio drong tot me door wat er was gebeurd. Ik had dood kunnen zijn. Ik heb glas over me heen gekregen, maar ik heb geen schrammetje. Ik belde mijn ouders, vrienden. Iedere keer dat ik een bekende stem hoorde, moest ik huilen.

,,Ik word nu herkend op straat. Vreselijk. In de roes van zaterdagavond ben ik ingegaan op interviewverzoeken. Nu wil ik er eigenlijk niks meer over zeggen. Er zijn mensen dood, gewond. Ik wil geen aandacht voor mezelf, en ik kan er ook niet meer tegen. Ik zag een uitzending van SBS6. Een vrouw en haar dochtertje werden geïnterviewd. Er werd aan dat kleine meisje gevraagd: `Jij bent jouw vader kwijt, hè?' Ik snap ook wel dat journalisten hun werk moeten doen, maar dit vond ik afschuwelijk. De hulpverleners, voor mij zijn dat de helden.''

    • Petra de Koning