Eb en vloed in een peulenschil

,,Ik heb het gebruik van de getijdepeul afgekeken van de vissers'', zegt Antero Montero, de chauffeur van de IUCN. ,,Het is hun natuurlijk horloge. Voor het slapen gaan leggen ze de peul naast hun hoofdkussen. Telkens als ze wakker worden lezen ze op de peul of het water hoog genoeg staat om uit te varen.'' Montero wijst voortdurend naar de rode boon die rond de versnellingspook van zijn fourwheel drive krult. Ik geloof ondertussen mijn oren en ogen niet en denk dat ofwel zijn ofwel mijn Portugees niet zo goed is als wij denken.

Het onderwerp van gesprek is een gekrulde boon van 25 centimeter met een rode en een bruine zijde. Aan de rode kant zijn de afdrukken te zien van vijf tot zes grote zaden (zes centimeter doorsnee). Montero heeft met een mes twee inkepingen gemaakt op de getijdepeul. Bij eb krimpt de peul enkele centimeters, beweert Montero. Bij vloed zet-ie uit.

Montero, chauffeur bij de IUCN (International Union for the Conservation of Nature) gebruikt de getijdepeul bij zijn werk. Het belangrijkste project van deze organisatie is het natuurreservaat op de eilandengroep van de Bijagos, waar zeeschildpadden hun eieren leggen. Montero: ,,De medewerkers die ik van de veerboot haal kunnen me telefonisch niet bereiken. Ze zeggen me daarom vooraf op welke dag ze aankomen. Ik weet verder dat de veerboot met hoog water over een zandbank moet die twee uur varen uit de kust ligt. Ik lees op mijn getijdepeul dus gewoon de vloed af en tel daar twee uur bij op. Ik kom altijd precies op tijd.''

Een dag later rijden we door de Cantanhez. In dit gebied, in het zuiden, is het laatste restant primair regenwoud van Guinee-Bissau. Op een open plek in het bos ligt een grote stapel peulenschillen. Om mee te stoken, volgens Montero. Toch maar enkele meegenomen. Je weet maar nooit. Wanneer ik achter de mangrove zie dat het zeewater zijn laagste punt heeft bereikt ijk ik de peul met een pennenstreepje. Tot mijn niet geringe verbazing is zes uur later de boon zes centimeter uitgeschoven. Er is weliswaar een vertraging van meer dan een half uur, maar daar valt op te anticiperen. Ik krijg een visioen van een bloeiend importbedrijfje in getijdepeulen. In Assen of Assendelft wil beslist iedereen een tropische krul op de schoorsteenmantel die feilloos weergeeft wat de zee verderop allemaal uitspookt.

Nu nog een verklaring voor dit merkwaardige verschijnsel. Plus de wetenschappelijke naam van de boom. De botanicus van de IUCN mompelt iets over acacia, maar weet het niet precies. ,,Ga maar naar het havenbedrijf.'' Die verwijzen weer naar een oude visser, Joao da Silva, maar die zit op zee. Alleen de oude baas van het oesterrestaurant aan een zeearm in Quinhamel, dertig kilometer ten noorden van Bissau, weet de naam. In kriollo, de taal van Guinee-Bissau, heet het volgens hem: pô de marès, wat boom der getijden betekent. De werking van de peul is volgens hem te verklaren uit een combinatie van vochtigheidsgraad en invloed van de maan.

Ik ben intussen helemaal geobsedeerd geraakt door de getijdepeul. Telkens als ik mijn hotelkamer binnenkom vlieg ik naar mijn troetelkind. Een hele reeks pennenstreepjes bevlekt de peul. Het voelt telkens weer als een triomf wanneer-ie adequaat reageert. Het is een furby (een aaibeest dat reageert op stemmen en aanrakingen) voor volwassenen.

De peul gaat mee op reis. Op de hoogvlakte van het buurland Guinee Conakry begint de peul kuren te vertonen. De krul vertoont een spectaculaire inkrimping van meer dan vijf centimeter ineens en zet zich vervolgens volledig op slot. Aan de kust, in de Guinese hoofdstad Conakry, doet de getijdepeul het gelukkig weer.

De invloed van de maan lijkt door de reactie van de peul op de hoogvlakte gefalsificeerd. Wat overblijft is de luchtvochtigheidstheorie. De kust in West-Afrika onderscheidt zich van de (droge) hoogvlakte door een grote variatie in luchtvochtigheid. Het verschil tussen eb en vloed is vijf à zes meter. Grote oppervlakten (het kustgebied bestaat voor 35 procent uit mangrove en kenmerkt zich door vele estuaria) stromen twee keer per dag onder. De felle zon, die op de dertiende breedtegraad meedogenloos brandt, doet de rest. De mangrove, zandbanken en rivierbeddingen zijn kort na de vloed al kurkdroog.

Van professor Jos van der Maesen van het laboratorium voor Plantentaxonomie te Wageningen komt het bevrijdende briefje. ,,Zojuist werden peul en foto's door de postbode gebracht. Zonder twijfel is de peul van Pentaclethra macrophylla Bent.: een boom van ca 8 tot 35 meter, van de Mimosa-onderfamile van de Leguminosen. De boom komt voor in het gebied tussen Senegal en Congo-Kinshasa. De peulen zijn inderdaad sterk onderhevig aan luchtvochtigheid. In het herbarium zijn ze niet meer plat te krijgen. De flora vermeldt verder dat de peulen sterk elastisch zijn.''

Het eb- en vloedverhaal kent Van der Maesen niet. Wel kan hij de gevoeligheid van de boonvezels voor luchtvochtigheid verklaren. ,,Ik ben in West-Afrikaanse bossen meerdere malen opgeschrikt door plotselinge luide knallen. Die knallen komen van de leguminosen waar uw peul ook toe behoort. Het is hun manier om zaden te verspreiden. Door de daling van het vochtgehalte in de peul trekt de peul krom en explodeert. De zaden vliegen daardoor tot vijftig meter van de boom af. Dit komt door zeer sterke vezels in de peul.''

In de Nederlandse situatie is de kromming eenmalig. Waarschijnlijk omdat de luchtvochtigheid hier lager is. In Guinee is die altijd boven de tachtig procent, waardoor de peul blijft werken, denkt Van der Maesen hardop. En inderdaad. De getijdepeul maakt een uitstapje naar Egmond aan Zee. Niets. De peul blijft drie dagen lang volledig bewegingloos op het strand liggen. Weg importbedrijf.

    • Jan Maarten Deurvorst