Ashkenazy nog steeds een der beste pianisten

Zes jaar geleden speelde hij voor het laatst in Nederland, maar Vladimir Ashkenazy, tegenwoordig vooral beroemd als dirigent, behoort nog altijd tot de grootste pianisten van na de oorlog. Voordat hij in de Rotterdamse Doelen begon met zijn unieke uitvoeringen van Schumann, Ravel en Rachmaninov, liet Ashkenazy weten de avond tevoren in Wenen een ongelukje gehad te hebben, waardoor hij licht geblesseerd was geraakt aan zijn rechterhand. Maar daarvan was, zo bleek al direct bij de lieflijke guirlandes van Schumanns Arabeske in C opus 18, niet of nauwelijks iets te horen.

`Zo moet het klinken', denk je als luisteraar, wanneer Ashkenazy met grote voortvarendheid de eerste maten van een compositie inzet, en ogenschijnlijk niet zoveel meer doet dan gewoon spelen wat er stáát. Wars van interpretaties met een hoofdletter, is de Russische pianist er vooral op uit een transparant raam te creëren, waar doorheen het publiek om het even welke compositie in zijn volle glorie ziet opdoemen.

Zijn fenomenale beheersing van de vleugel misbruikt Ashkenazy nooit om zijn ego te etaleren, of om een werk op kunstmatige wijze imposanter te laten klinken dan het `van nature' klinkt. Eenvoud is het sleutelwoord van Ashkenazy's meesterschap, maar om die eenvoud te bereiken maakt hij wel op ingenieuze wijze gebruik van alle denkbare middelen die een musicus ter beschikking staan om de muziek optimaal voor zichzelf te laten spreken. Zijn genuanceerde spel is een wonderlijke combinatie van orkestrale kleurenrijkdom en de uiterst verfijnde weergave van details, melodieus in zijn soepele fraseringen, feilloos van opbouw en timing, en onnavolgbaar 'raak' van expressie.

Klonk Schumanns Arabeske in C aristocratisch en verheven in zijn lieflijke eenvoud, met zijn vitale, 'sturmisch bewegte' interpretatie van Schumanns Kreisleriana benevelde Ashkenazy zijn toehoorders met koortsachtige visoenen, waarin taferelen uit de hel en het paradijs elkaar in razende vaart afwisselen. Ook tijdens zijn weergaloze 'klankimpressies' van Ondine, Le gibet en Scarbo uit Ravels Gaspard de la Nuit, wisselden de morbide en de hemelse momenten elkaar af in hun noodlottige onafscheidelijkheid (zoals Dr. Jekyll en Mr. Hyde één en dezelfde persoon zijn), waarna Ashkenazy zijn indrukwekkende pianorecital besloot met de charmante lyriek en de golvende pathetiek van zes Preludes uit opus 23 en 32 van Rachmaninov.

Concert: Vladimir Ashkenazy (piano). Gehoord: 14/5 De Doelen Rotterdam.

    • Wenneke Savenije