Zinloos rijk

Een Amerikaans internetbedrijf, een clubje van ultrawhizkids, had alle personeelsleden een Porsche beloofd als de koers boven de duizend zou stijgen. Dat gebeurde. Een paar dagen later stond het parkeerterrein vol Porsches. Eergisteren heeft een schilderij van Picasso op een veiling zeventig miljoen gulden opgebracht. Een paar jaar geleden zag en hoorde ik – ook op een veiling – hoe een wandelstok uit de nalatenschap van de Hertog van Windsor voor elfduizend dollar werd verkocht.

Laten we de zaken niet door elkaar halen. Deze Picasso is naar een anonieme bieder gegaan, een liefhebber, hoop ik, die in zijn eentje van bezit en aanblik wil genieten. Geld speelde geen rol; hij wilde het monopolie, hij heeft het, hij zit te genieten zonder te worden beloerd of gehinderd door meegenieters. De man van de wandelstok droeg een tweedjasje en geruite plusfours. Hij zag eruit alsof hij niet zou rusten voor hij alle wandelstokken van de Hertog had. (Een plusfours is een in onbruik geraakte broek voor jongens en heren, een soort pofbroek met riempjes waaraan de pijpen boven de kuiten werden vastgebonden; door het gewone volk drollenvanger genoemd). Ten slotte: de meeste jongens van 25 vinden het leuk om in een eigen Porsche te rijden en te rauzen. Ik spreek er geen kwaad van. Hier gaat het om de gemeenschappelijke noemer: veel geld.

In de Volkskrant las ik een kop waarin sprake was van `zinloos rijken'. Niet eerder had ik deze twee woorden achter elkaar gezien. Ik maak de maker erop attent: leg het copyright vast opdat het u straks niet kan worden betwist. Vergelijk bromfiets en nozem (geclaimd door resp. Henri Knap en Jan Vrijman, maar te laat). Zinloos rijk is een analogie van zinloos geweld, dat is het plegen met geen ander doel dan de geweldpleging zelf, geweld kortweg, ongeacht de gevolgen. Zinloos rijk zijn is het rijk zijn om het rijk zijn, en niets anders. Er is nog een overeenkomst. De pleger van zinloos geweld moedigt zich, al plegend tot meer geweld aan. Hij wordt meegesleept in zijn eigen razernij. De zinloos rijke wordt op overeenkomstige manier het object van zijn eigen heblust. Hij wil, zou Céline hebben gezegd, tien armen hebben om meer zakken vol goud te kunnen omvatten, en aan iedere hand drie wijsvingers en drie duimen om de goudstukken te kunnen tellen. In mijn geheugen doemt een oud plaatje op, van een man die tot zijn borst in het geld staat, terwijl hij met beide handen de goudstukken over zijn hoofd strooit – een mandiën met geld.

Het gaat dus niet over veel geld verdienen, maar over het hebben van zó véél geld dat de bezitter geen doel meer weet waaraan hij het menselijkerwijze kan uitgeven. Eén Porsche kan leuk zijn, voor iemand die 25 is; een reserve voor in de garage: waarom niet als je behoedzaam bent uitgevallen. Een appartement in Manhattan, een villa op Capri, een jachtterrein in Tanganjika en een lear jet om je te laten vervoeren? Het lijkt me langzamerhand zonde van de tijd. Maar waarom niet, in deze vrije markt. Picasso boven de schoorsteen? Och! Maar als je dat allemaal bezit, je hoofd loopt om van het genieten, de teugen kunnen niet voller, alle belastingen zijn betaald, en je hebt nog geen kwart van je kapitaal uitgegeven, terwijl er toch steeds meer bij komt, en je kunt van dit meer niet genoeg krijgen, dan ben je gemuteerd tot een nieuw soort mens. Je hoort tot de zinloos rijken. Ik noem geen namen – ze staan al genoeg in de krant – maar ik zeg alleen dat er van dit soort mensen steeds meer komen. De rijkste vijftig ter wereld hebben evenveel geld als het nationaal inkomen van ik weet niet hoeveel landen. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven.

Het is geen politiek vraagstuk. In het Westen zijn geen revolutionairen meer. Het is esthetisch en psychisch. Alles wat te veel wordt, is lelijk; hoe meer te veel, hoe lelijker. Het psychisch interessante zit in het brein der zinloos rijken, dat wij als oververzadigd beschouwen, maar waarvan zij klaarblijkelijk vinden dat het een oneindig absorbtievermogen heeft. Dat is de mutatie, en voor ons het raadsel. Zo zou ik ook wel eens in de kop van een hond willen kijken. Ook een ontoegankelijke ruimte.

Iets anders, ook van actueel belang. Na de overstroming wordt Nicaragua gekweld door een muggenplaag. De hemel wordt verduisterd, zo zag het er op de televisie uit. Hier hebben we na een zachte, regenachtige winter een zomers voorjaar. 2000 kan een record muggenjaar worden. Gelukkig is het ook voor de spinnen een goede winter geweest. De mug is de vijand van de mens, en het voedsel van de spin. Dit betekent dat, als het over muggen gaat, de spinnen onze beste natuurlijke vrienden zijn. En bovendien op het gebied van bouwkunde, oplettendheid en snelle vastberadenheid, leerzame dieren. Bedenk dus deze zomer dat de spin een vriend is, en niet `griezelig'.