ZEESCHUIM OP HET STRAND IS IN PRINCIPE GOED AFBREEKBAAR

Wie dit weekend naar het strand gaat komt misschien nog zeeschuim tegen. In mei ligt er niet zoveel meer, maar in maart en april kan dit vuilwitte schuim zich soms wel een meter hoog ophopen. Ingmar Janse, die 12 mei promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen, ontdekte dat het mucus, het algenproduct waaruit dit zeeschuim bestaat, in principe snel door bacteriën kan worden afgebroken. Daarbij wordt de afbraaksnelheid niet bepaald door de samenstelling van het schuim, maar door omgevingsfactoren zoals een tekort aan voedingsstoffen voor de bacteriën.

Zeeschuim is afkomstig van de eencellige alg Phaeocystis. Deze scheidt tijdens de voorjaarsbloei enorme hoeveelheden mucopolysacchariden uit, grote macromoleculen, opgebouwd uit ketens van kleine suikers (monosacchariden). Deze in elkaar gerolde ketens houden duizenden algencellen vast waardoor kolonies kunnen ontstaan tot wel een centimeter doorsnede. Tijdens de voorjaarsbloei is goed te zien hoe de zee vol zit met groenbruine bolletjes algenmucus.

Wanneer de algengroei stopt bij gebrek aan voedingsstoffen, zo ongeveer in maart of april, wordt het dode mucus dat niet aanspoelt als schuim op het strand, afgebroken in de zee. Vaak gaat dat zo langzaam, dat het mucus tijd krijgt om naar de bodem of naar de diepzee te zinken. Daar kan dit koolstofrijke materiaal lange tijd intact blijven. Met als gevolg dat de alg Phaeocystis enorme hoeveelheden van het broeikasgas koolstofdioxide uit de atmosfeer kan vastleggen in organisch materiaal. Om hier inzicht in te krijgen, onderzocht Janse waarom bacteriën het mucus soms wel, en soms niet snel afbreken.

Ingmar Janse vond dat vertraging in de afbraak niet ligt aan de samenstelling van het mucus. Het mucus verandert niet tijdens de levenscyclus van de alg, en ook tussen algen op verschillende plaatsen bestaat nauwelijks verschil in mucus. Vervolgens deed Janse in het laboratorium afbraakexperimenten met mucus uit de Noordzee en uit Balsfjord (Noorwegen). Het algenproduct bleek goed afbreekbaar, ook in afwezigheid van zuurstof. Wel nam na enige tijd de afbraaksnelheid af doordat zich afvalproducten ophoopten die de bacteriën remmen, maar het is niet zeker of dat ook in zee gebeurt. Omdat het materiaal dus niet beperkend is voor de afbraak, veronderstelt Janse dat omgevingsfactoren de afbraaksnelheid bepalen, zoals gebrek aan voedingsstoffen voor de bacteriën en de aanwezigheid van de juiste bacteriën. Deze factoren zouden ook kunnen verklaren waarom er sommige jaren nauwelijks zeeschuim is, terwijl het zich andere jaren hoog opstapelt.

    • Marianne Heselmans