ZACHT GRAS 2

In zijn ingezonden reactie (W&O, 29 april) op het artikel `Zacht gras' (W&O, 18 maart) levert dr.ir. Paul Kiepe kritiek op de stelling dat de grassoort Vetiveria zizanioides bij bodembescherming zeer geschikt is. Zijn kritiek richt zich op het eenzijdig aanprijzen van een gewas met `weinig economische waarde' dat hij persoonlijk slechts in teleurstellende staat heeft waargenomen, een beperkte gerichtheid die hij achtereenvolgens gelijkstelt met gemakzucht, vanwege het vermeend ontbreken van een ruimere etnobotanische verkenning, en opdringerigheid jegens de lokale bevolking.

De eigenschappen van Vetiver die het een streepje voor geven op andere gewassen die in `vegetatiestroken' kunnen worden toegepast zijn in het artikel reeds uiteengezet. Door de dichtheid en sterkte van het gewas kan een `vegetatiestrook' tot een enkele rij Vetiver beperkt blijven, een heg dus, met een gangbare breedte tot 1 meter. De beperkte oppervlakte van zo'n heg levert direct economisch voordeel op, vooral waar landbouwgrond schaars is en de kavels klein zijn. Een heg van Vetiver wordt gepoot en komt onder gunstige omstandigheden al in het eerste seizoen tot wasdom. Een volwassen heg vergt weinig onderhoud. Er zijn uiteraard ook gevallen gedocumenteerd waarin de aanplant mislukte. Deze vormen de uitzondering.

Gezien het feit dat vragen en initiatieven aangaande Vetiver merendeels uit de lokale situatie voortkomen, en dat in verslagen regelmatig de vergelijking met andere lokale controlegewassen wordt beschreven is etnobotanische gemakzucht niet aan de orde. Enig enthousiasme wèl: Vetiver is een bijzonder gewas met inmiddels een uitstekende staat van dienst.