Weg van de beurs

Enorme advertentie- campagnes wijzen de beleggers op de aanstaande beursgang van bedrijven. Maar er zijn ook bedrijven die de beurs willen verlaten.

Vroeger was de Amsterdamse aandelenbeurs als een herenclub die amper verloop kent. De meeste clubleden, ondernemingen waarvan de aandelen publiekelijk verhandeld werden, waren al sinds mensenheugenis een beursgenoteerd fonds. Jong bloed meldde zich zelden aan, en als er namen verdwenen dan waren faillissementen of fusies de oorzaak.

Dat is de laatste tijd wel anders. Door de explosieve groei in de informatie- en communicatietechnologie heeft het afgelopen jaar een hausse gezien in bedrijven uit die sector die voor het eerst naar de beurs gingen. En in de coulissen staat nog een kudde ambitieuze ondernemers te wachten tot het beursklimaat verbetert, om dan zo snel mogelijk alsnog een notering aan te vragen.

Tegelijkertijd echter, en dat is misschien nog opmerkelijker, is er ook een toenemend aantal bedrijven dat best van zijn beursnotering af zou willen. Als beleggers een aandeel langdurig erg laag waarderen, en de omzet in het aandeel is erg gering, dan wordt de notering van een lust tot een zware last. Want de directie van zo'n bedrijf moet wel voldoen aan alle verplichtingen ten aanzien van rapportage, maar de voordelen, het versterken van de naamsbekendheid en de mogelijkheid om overnames te kunnen doen via aandelenruil, zijn verdwenen. Soms verdwijnt zo'n bedrijf van de beurs als een concurrent (met een hogere waardering in termen van koers-winstverhouding) een bod doet op alle aandelen. Als de aandeelhouders en masse op zo'n bod in gaan betekent dat het einde van het bestaan als zelfstandig beursfonds. Dit is wat er vorig jaar gebeurde met ondermeer Van Leer, Content en Sphinx, en wat er nu gaande is rond Detron en HBG.

Maar op dit moment zijn er ook twee bedrijven bezig van de beurs te vertrekken zonder dat dit via een fusie of overname gebeurt. De directie van Norit, een bedrijf dat actief is in zuiveringsprocessen, maar vooral bekend is door de zwarte `actieve kool'-pillen die in de vakantiekoffer meegaan, is het helemaal beu dat beleggers de onderneming geen hogere waardering toekennen. De financiële positie is namelijk niet slecht, en de zuiveringsmarkt biedt aantrekkelijke groeiperspectieven, die met nieuw kapitaal beter verwezenlijkt kunnen worden. Dus om nu vóór te zijn dat er een overnamebod komt van een partij waarmee Norit niet in zee wil, hebben directie en commissarissen daarom een participatiemaatschappij, in dit geval de Rabobank-dochter Gilde, verzocht om een bod op de aandelen te doen.

Ook HIM-Furness, eigenaar van een aantal autodealerbedrijven en van distributiecentra, is bezig om zijn eigen notering te beëindigen. Bij dit bedrijf was niet alleen een te lage waardering het probleem, maar ook het feit dat de directie tevens grootaandeelhouder was. De directeur zei het moeilijk te vinden om tegelijkertijd zijn eigen belangen en die van de externe aandeelhouders te dienen. Daarom besloot hij zelf een bod te doen op de aandelen die via de beurs nog in vrije omloop waren. Als dat slaagt verdwijnt ook HIM Furness van de beurs.

Een partij die het laatste jaar druk doende is geweest om het bed van de lokale fondsen (kleinere beursgenoteerde bedrijven) flink op te schudden is een grote belegger in deze markt: het Orange Fund van de Amsterdamse bank Kempen & Co. De beheerders van dit beleggingsfonds, dat uitsluitend in zogeheten `small caps' doet, moesten de afgelopen twee jaar met lede ogen aanzien hoe de waardering van kleine bedrijven ver achterbleef bij de grote AEX-fondsen. Hoofdoorzaak was dat het beleggend publiek sinds de komst van de euro belangen in kleine Nederlandse bedrijven inruilden voor grote Europese namen.

Maar volgens de beleggers van het Orange Fund zijn er ook te veel kleine beursfondsen die niet wilden – of konden – duidelijk maken waar ze hun groei in de komende jaren vandaan dachten te halen. Peter Beijers van het Orange Fund: ,,We hebben er op aangedrongen dat deze bedrijven een heldere strategie zouden uitzetten en die goed naar de beleggers zouden communiceren. Van ondernemingen die dat niet kunnen, mag je je inderdaad afvragen wat ze als zelfstandige naam op de beurs te zoeken hebben.''

Het lijkt dus ironisch dat terwijl het initiatief van Norit in lijn ligt met dat wat het Orange Fund beoogt, ditzelfde fonds, samen met mede-grootaandeelhouder Delta Lloyd, oppositie voert tegen het Gilde-bod. Beijers: ,,Maar dat is alleen een kwestie van die 12 euro die naar onze smaak een te lage prijs is.''

Overigens oogt ook de rol die participatiemaatschappij Gilde in dit geval speelt a-typisch. Normaal gesproken is het zo dat bedrijven met grote groeimogelijkheden, maar zonder het geld om die groei te financieren door participatiemaatschappijen aan risicodragend vermogen (venture capital) worden geholpen. In ruil voor een pakket aandelen in de onderneming, krijgt zo'n bedrijf de kans om in het gewenste tempo door te groeien. Als de onderneming succesvol blijkt, verveelvoudigt de waarde van dat aandelenpakket (de participatie) en in het ideale geval wordt de winst te gelde gemaakt door het belang bij een beursgang te verkopen.

Maar in het geval van Norit doet venture capitalist Gilde dus precies het omgekeerde. Hoe valt daar aan te verdienen? Het idee is eenvoudig. Norit moet op den duur wel degelijk samen met een andere partij verder maar kan zo snel de juiste aansluiting niet vinden. Gilde koopt de onderneming nu de koers laag is (zelfs als er flinke premie wordt betaald), en zal de onderneming zodra die in haar bezit is, ongetwijfeld flink herstructureren en oppoetsen. Vervolgens kan dan in alle rust naar een geschikte koper worden gezocht die natuurlijk meer flink meer zal betalen dan de 12 euro die Gilde op tafel legde. Deze figuur is in Nederland nieuw. Maar in Groot-Brittannië is het een beproefd recept. De kans is zeker niet denkbeeldig dat als Gilde's opzet slaagt, meer beursfondsen hun vertrek van de beurs door een participatiemaatschappij laten financieren.