Versleten zolen

Servië lijdt al negen jaar onder internationale sancties. De bevolking is aan de bedelstaf gebracht, de leiding heeft van de boycot geprofiteerd. Komende week verschijnt een witte lijst van bedrijven waarmee wèl zaken mogen worden gedaan. Maar hoe voorkomt Europa represailles van Miloševic tegen zo'n onderneming?

Hoe probeert een geïsoleerd land de schijn hoog te houden? Door een internationale marathon te organiseren. Om vijf uur 's ochtends worden de dranghekken geplaatst, om zeven uur wordt de geluidsinstallatie getest, om negen uur zegt de presentator: ,,Welkom dames en heren, bij de internationale marathon van Belgrado.'' De aankondigingen buitelen in het Engels, Frans en Duits over het asfalt. Alleen, er is nauwelijks een Engelsman, Fransman of Duitser te bekennen.

De enkeling die wel meeloopt, is lid van een kwijnende communistische partij in zijn land. In Belgrado kan hij rekenenen op een warm onthaal van de presentator. ,,Een groot applaus, dames en heren, voor deze loper uit Groot-Brittannië. Hij is een van onze weinige vrienden in dat land.''

Hoe probeert een ooit kosmopolitische stad de schijn hoog te houden? Met winkels van Benetton, Max Mara, Replay en Revlon. Met boten in de Donau, waarop de mafiose chic zich vermaakt. Op de kade staan hun Mercedessen en Audi's, aan de polsen blinken de gouden horloges, op de tafels rinkelen hun mobiele telefoons.

Negen jaar lang is Servië onder druk van de Verenigde Naties, de Verenigde Staten en de Europese Unie politiek geïsoleerd en economisch geboycot. De zwaarste sancties kwamen ongetwijfeld van de Verenigde Naties, in mei 1992. Resolutie 757 behelsde onder meer een verbod op handel, leningen, samenwerking en commerciële vluchten. Bovendien werden de overzeese bezittingen van de – toenmalige – republiek Joegoslavië bevroren. De sancties moesten het gebrek aan overeenstemming over een militair ingrijpen in de Bosnië-oorlog maskeren.

Sinds die tijd zijn vele embargo's gevolgd. Ze hebben het overgrote deel van de bevolking tot de bedelstaf gebracht. Het regime daarentegen, heeft van de sancties geprofiteerd. De handel in benzine, olie, sigaretten, suiker; alles is in handen van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic en zijn vrienden.

Ze verdienen veel geld met smokkel en (zwarte) handel. Alleen, ze kunnen met dat geld niet naar Amerika of West-Europa. De meesten staan immers op de zwarte lijst van de Europese Unie en krijgen geen visum. Naar een première in Londen of een modeshow in Parijs? Onmogelijk. De Miloševic-clan kan haar geld wegzetten op een bankrekening in Cyprus, waar Joegoslavische banken als paddestoelen uit de grond schieten. Wat moet je nog met zoveel geld? Dan koop je een vierde Mercedes, maar de lol is eraf.

Afknijpen

De zwarte lijst is de enige effectieve boycot, zeggen betrokkenen in Servië. De andere sancties stuiten op weerstand van bijna iedereen, met name van de medestanders van het Westen: diplomaten, onafhankelijke economen van de G17, leiders van de oppositie. Want de sancties treffen de bevolking het hardst. En dat was niet de bedoeling. De sancties, erkent Jan Willem Blankert, ambassaderaad van de Europese Commissie in Belgrado, ,,moesten het regime afknijpen''. Is dat gelukt? Met een fijn glimlachje zegt hij: ,,Ach, ze zitten er nog.''

Het Amerikaans/Europese boycotbeleid roept felle reacties op. ,,Door de sancties zitten de Serviërs in een gevangenis. Hoe kunnen we voor democratie vechten, opgesloten en al'', zegt Vuk Draškovic, leider van de grootste oppositiepartij SPO desgevraagd. ,,Door de sancties doen we tien stappen terug'', weet voorzitter Miroljub Labus van de onafhankelijke economengroep G17. ,,Sancties werken niet, ze dienen louter als morele bevrediging voor het Westen'', aldus een diplomaat.

Vier sancties heeft de Europese Unie aan Servië opgelegd. Er is een zwarte lijst met daarop, zoals Jan Willem Blankert zegt, ,,achthonderd slechte mensen''. Die kunnen niet naar West-Europa reizen. Er is een olie-embargo. Er is een handelsembargo. En er is een luchtembargo. Dat is op 24 februari jongstleden opgeschort. Veel maakt dat niet uit – de mensen die een ticket kunnen betalen, staan meestal op de zwarte lijst. De `gewone' Serviër kan zich geen vliegreis veroorloven.

De opschorting van het luchtembargo is, op aandringen van Nederland en Engeland, gekoppeld aan een aanscherping van het handelsembargo. (Nederland en Engeland zijn hardliners binnen de EU als het gaat om sancties tegen Servië.) Een Europees bedrijf mag volgens het handelsembargo geen producten kopen van personen of ondernemingen die worden gecontroleerd door de regering. Het mag wel verkopen aan zulke ondernemingen. In dat geval breng je geen geld in, maar haal je geld uit het land.

Zo mag het Duitse Mercedes wel auto's verkopen aan de Joegoslavische regering, maar mag zij niet adverteren op het televisiestation Pink TV. Dat is namelijk eigendom van de vrouw van Miloševic, Mirjana Markovic en haar partij JUL. Jan Willem Blankert van de Europese Commissie: ,,Ja, sommige mensen vinden zo'n constructie hypocriet.''

Tot nu toe werd het handelsembargo lukraak toegepast. Daar komt met de aanscherping een einde aan. De witte lijst, met bedrijven waarmee wel zaken mag worden gedaan, is het meest omstreden onderdeel. Aanstaande dinsdag, 15 mei, moet de witte lijst in werking treden.

De meeste diplomaten in Belgrado hebben geen goed woord over voor die lijst. Want hoe controleert Europa of een bedrijf niet door het regime wordt gecontroleerd? En hoe voorkomt Europa represailles van Miloševic tegen een bedrijf? De `witte' bedrijven krijgen ongetwijfeld de financiële politie op bezoek en worden uitgemaakt voor handlangers van het Westen. Dat is een zware beschuldiging in Servië.

Jan Willem Blankert, de enige diplomaat die on the record iets over de sancties wil zeggen: ,,De angst voor represailles is zeker gegrond.'' Over de verdienste van de bedenkers van de witte lijst, twee Nederlanders, wordt dan ook getwist. ,,Een typisch Brussels bedenksel'', zegt de ene diplomaat. ,,Het lijkt wel of ze een twintig jaar oude sanctiewet tegen de Centraal Afrikaanse Republiek uit de kast hebben gehaald'', zegt de andere diplomaat.

Gaat het om de schijn ophouden, dan is de Kneza Michaila kampioen. Aan de bekendste winkelstraat van Belgrado liggen de dure winkels. Maar de schappen zijn nauwelijks gevuld. Waarom zou een Benettonfiliaal in Belgrado een grote voorraad aanhouden? De meeste klanten kijken alleen. Gelukkig zijn de huren laag en is het personeel goedkoop.

Intussen spreiden burgers en boeren tegen de etalages hun koopwaar uit: een handvol zelfgemaakte schilderijen, een stapel radijzen of tien boeken, waaronder Nabokov en Dostojevski. Verderop verkoopt een kind speelgoed, heeft een vrouw tien potjes nagellak in de aanbieding en speelt een bejaarde beroepsviolist de sterren van de hemel om zijn pensioen aan te vullen. In Belgrado is het elke dag vrijmarkt.

Aan het einde van de winkelstraat ligt Kalemegdan. Op de oude verdedigingswerken van Belgrado verkopen bejaarde mannen en vrouwen ijsjes en kanten kleedjes. De vrouwen hebben hun blouses gladgestreken en hun maillots talloze malen versteld. Dat is het verraderlijke in Belgrado – iedereen ziet er keurig uit. Maar wie armoede wil zien, kijkt naar hun schoenen: versleten zolen en gaten in de neuzen.

Zes ochtenden in de week, om een uur of zeven, vormen zich lange rijen voor de staatssupermarkten. Dan arriveert verse melk, olie en suiker, gesubsidieerd door Miloševic. Het is een van zijn manieren om het volk koest te houden. Een liter gesubsidieerde, verse melk kost vijf dinar (een kwartje), een liter lang houdbare melk kost drie keer zoveel. Meneer Ranic heeft achtendertig jaar gewerkt en ging vorig jaar met pensioen. Hij krijgt tweeduizend dinar (circa honderd gulden) per maand, niet slecht voor een gepensioneerde. Het gemiddelde pensioen bedraagt twaalfhonderdvijftig dinar.

Om acht uur komt de melkwagen voorrijden. De kratten worden naar binnen gedragen, de melk wordt aan de deur verkocht. Een liter per persoon. Binnen drie minuten is de voorraad uitverkocht.

Mevrouw Petkovic zegt: ,,Er is ook een tekort omdat veel mensen hamsteren.'' Alle wachtenden kennen het verhaal van de oude vrouw, die onlangs dood in haar woning werd gevonden. Tachtig liter bevroren melk vond haar dochter in de diepvries – voor als er opnieuw een oorlog zou uitbreken. Mevrouw Petkovic heeft geen tijd – ze moet naar de volgende winkel om een tweede liter melk te bemachtigen.

In geval van nood zijn er de gaarkeukens van het Rode Kruis. In het centrum van Belgrado ontvangt vrijwilligster Jasmina Bojic driehonderd klanten per dag. Op de wachtlijst staan vijftig `noodgevallen'. Komt iemand een dag niet opdagen, dan wordt hij afgeschreven. Opgestaan, plaats vergaan. ,,We kunnen de mensen alleen een lunchpakket geven'', zegt Bojic, ,,we hebben geen geld voor avondeten.'' Laatst wilde Jasmina Bojic haar klanten een cake geven, voor Orthodox Pasen. ,,Helaas, dat is niet gelukt.''

Mevrouw Hercog is vijfenzestig jaar en heeft altijd in de gezondheidszorg gewerkt. Van haar pensioen, elfhonderd dinar, betaalt ze de rekeningen voor elektriciteit, water en huur. ,,Gelukkig mag ik gratis eten bij het Rode Kruis.'' Rizzibizzi noemen de medewerkers van het Rode Kruis gekscherend het tussen-de-middag-eten: rijst, doperwten en een flintertje vlees, overgoten met warme drap.

In het wijkcentrum handelen de gepensioneerden ook al. ,,Maak jij mijn fornuis, dan verstel ik jouw kleren'', zegt een vrouw tegen een man. En zijn de kleinkinderen uit hun kleren gegroeid, dan krijgt mevrouw Hercog hun kleren. Die ruilt ze in het wijkcentrum tegen kleding voor zichzelf.

,,Het zijn die sancties die ons kapot maken'', zegt vrijwilligster Jasmina Bojic. Ineens is ze fel. Eergisteren is ze ontslagen, samen met zo'n zeshonderd andere werknemers. ,,De meesten werkten op de afdeling buitenlandse handel, maar ja, er valt niets te handelen.'' Vorige week heeft ze nog een petitie getekend voor het opheffen van de sancties. ,,Geen sancties betekent handel betekent banen'', zo redeneert ze.

Uitgekotst

De sancties hebben niet gebracht waarop het Westen had gehoopt. De bevolking is niet in opstand gekomen tegen president Miloševic. De Joegoslaven, met al hun nationalistische sentimenten, hebben zich juist verder in zichzelf gekeerd. Ze voelen zich uitgekotst door het Westen.

Miloševic doet daar zijn voordeel mee. De EU wilde jullie deze winter in de kou laten zitten, zegt hij, duidend op het olie-embargo, maar ik heb de verwarming aan gekregen. Want alleen de EU-lidstaten mochten geen olie leveren. Rusland verkocht gewoon gas, en volle tankwagens reden dagelijks binnen vanuit de buurlanden Bulgarije en Hongarije.

Het politieke isolement versterkt het de-hele-wereld-is-tegen-ons-gevoel. Alleen de EU-ambassadeurs die tijdens de oorlog in Servië zijn gebleven, resideren nog in Belgrado. De EU stuurt geen nieuwe ambassadeurs, want die moeten hun geloofsbrieven aanbieden aan de Joegoslavische president. ,,En we schudden geen handen met een oorlogsmisdadiger'', aldus een diplomaat.

Het aanwezige diplomatieke volk mag ook geen contacten onderhouden met (hogere) afgevaardigden van het regime. Het houdt zich daarom noodgedwongen bezig met de ruzieënde oppositiepartijen. ,,Handig is dat verbod niet'', meent een andere diplomaat, ,,daardoor kunnen we ook niet praten met de gematigde elementen binnen Miloševic' partij.''

De Verenigde Staten hebben geen officiële vertegenwoordiger in Servië, al zijn er geruchten over onderhandelingen tussen de Amerikaanse en de Joegoslavische regering. Het zou gaan om een lage vertegenwoordiging van de Amerikanen, die wordt ondergebracht bij een andere ambassade. Miloševic zou, met enig gevoel voor humor, hebben voorgesteld de Amerikanen onder te brengen bij de Chinese afvaardiging. De Chinese ambassade werd vorig jaar door de NAVO gebombardeerd.

Wie onderhouden wel contact met Miloševic en de zijnen? Een greep uit de berichten van het staatspersbureau Tanjug, op een willekeurige dag. Miloševic heeft de nieuwe ambassadeurs van Argentinië en Mexico ontvangen, zijn premier is op bezoek in Rusland, de minister van Buitenlandse Zaken verblijft in Ghana en een groep Servische journalisten bezoekt hun collega's in China.

Servië zoekt zijn heil dus vooral bij de voormalige communistische grootmachten Rusland en China en een reeks minder belangrijke landen. Maar aanzien en welvaart haal je niet in Rusland of Ghana. Daarvoor moet je in West-Europa zijn. Zelf kunnen de Serviërs moeilijk wennen aan die nieuwe rolverdeling. Dertig jaar geleden, onder Tito's heerschappij, speelden ze een belangrijke rol als buffer tussen het kapitalistische Westen en het communistische oosten. Nu is Servië de achterbuurt van Europa. Dat steekt.

De sancties zetten een hek om de achterbuurt. Daarom pleiten de (meeste) westerse diplomaten voor de opheffing ervan. Maar waarom gaan die sancties, ondanks alle negatieve adviezen, toch door?

De ene diplomaat zegt: ,,Onze rapporten gaan eerst naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, worden daar aangepast en verschijnen vervolgens verwaterd in Brussel waar over de sancties wordt besloten.'' Een andere diplomaat zegt: ,,Is de Brusselse machine eenmaal in werking gezet, dan is hij eenvoudig niet meer te stoppen.'' Een derde diplomaat wijst op de sturende rol van de Verenigde Staten, die blijven geloven in een streng sanctiebeleid. Minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken), die hoog inzette op de aanscherping van het handelsembargo, is in de ogen van een niet-Nederlandse diplomaat `de slippendrager van de Amerikanen'.

De voorstanders wijzen op de gedeeltelijke opheffing van het olie-embargo, afgelopen winter, voor enkele Servische steden die worden geleid door de oppositie. Dit energy for democracy was `een politiek succes' voor het Westen en de oppositie.

De eerste olieleveranties waren voor de steden Nis en Pirot. ,,We waren zeer gelukkig met de olie'', zegt Nebojsa Rancic van de Democratische Partij in Nis. Hier heeft de partij de macht in handen. ,,Zo hebben we enige tijd de stadsverwarming aan de gang gehouden. Daarnaast heeft de Europese hulp ons geld bespaard.''

Maar het was niet de Europese olie die de Serviërs de winter door heeft geholpen. Er kwam namelijk gas en olie uit niet-EU landen en de smokkel tierde welig. De steden die niet in handen zijn van de oppositie, hadden ook licht en verwarming. ,,Het effect van onze olieleveranties was daardoor niet zo dramatisch'', zegt Blankert onderkoeld. Daarnaast kwam, door allerlei bureaucratische rompslomp, de olie in de andere steden pas in februari aan. En in maart begonnen de temperaturen al weer te stijgen.

Van de vierenhalf miljoen euro voor het energy-for-democracy is nog twee miljoen euro over. Binnen de Europese Unie zoekt men daarom naarstig naar nieuwe projecten in Servië. Er wordt gedacht aan asphalt for democracy of schools for democracy. Ze verlichten de pijn slechts gedeeltelijk.

Alle sancties worden pas opgeheven als de huidige regering is verdwenen, zeggen de Verenigde Staten en de EU-lidstaten. Maar in Servië gelooft niemand die belofte. ,,Eerst bombarderen jullie onze kinderen, onze huizen en onze fabrieken en nu zouden jullie ons willen helpen'', zegt een Servische jonge vrouw. ,,Denken jullie echt dat we gek zijn?''

Sancties werken niet, ze dienen louter als morele bevrediging voor het Westen

Waarom zou een Benettonfiliaal in Belgrado een grote voorraad aanhouden?