`Vermogen Kamers te hoog'

De 21 Kamers van Koophandel in Nederland hebben onredelijk hoge eigen vermogens opgebouwd uit de heffingen en de retributies die bedrijven en instellingen in het verleden hebben afgedragen. Van hun gezamenlijk vermogen van 311 miljoen gulden kan zeker 177 miljoen gulden worden teruggegeven door verlaging van de heffingen. Enig financieel risico lopen de Kamers daarbij niet.

Dat staat in een rapport van Hordijk & Hordijk uit Culemborg. Dit adviesbureau onderzocht vorig jaar voor het ministerie van Economische Zaken (EZ) de hoogte van de heffingen van de Kamers in relatie tot hun vermogenspositie. Staatssecretaris Ybema (EZ), die toezicht houdt op de Kamers, kwalificeert het rapport als ,,nuttig en goed'', aldus een woordvoerder. Besluiten over de vermogenspositie van de Kamers zijn nog niet genomen. ,,We zijn nog in gesprek met de Kamers.''

De Vereniging van Kamers van Koophandel heeft inmiddels een tegenrapport opgesteld. Daaruit blijkt dat het eigen vermogen voor de meeste Kamers helemaal niet te groot is, laat directeur G. Knoop weten. Hij onderstreept dat het om ,,legale'' vermogens gaat, opgebouwd volgens tot 1998 geldende richtlijnen van EZ.

De eigen vermogens van de Kamers zijn volgens Hordijk & Hordijk ,,hoog tot zeer hoog''. Het gaat in totaal om 311 miljoen gulden `hard' eigen vermogen op een balanstotaal van 494 miljoen gulden. Het vermogen zit vooral in onroerend goed, maar ook in banktegoeden en beleggingen.

Het rijkst zijn de Kamers van Rotterdam (eigen vermogen van 51 miljoen gulden), Amsterdam (45 miljoen), Den Haag (39 miljoen) en Veluwe/Twente (34 miljoen). Het werkelijke eigen vermogen ligt volgens de onderzoekers overigens nóg hoger. Samen blijken de Kamers voor 101 miljoen gulden aan voorzieningen te hebben gevormd die ,,naar hun aard en omvang twijfelachtig zijn''. Onder omschrijvingen als `regionale projecten', `automatisering', `ziekteverzuim' en `mogelijk wachtgeld in de toekomst' zijn buitensporige fondsen gevormd. Volgens Hordijk & Hordijk is een belangrijk deel van de 101 miljoen gulden dan ook verkapt eigen vermogen. De grootste voorzieningen kennen de Kamers van Amsterdam (25 miljoen gulden), Den Haag (11 miljoen gulden) en Oost-Gelderland (10 miljoen gulden).

Staatssecretaris Ybema schorste afgelopen maand besluiten van de Kamer van Koophandel voor Zuid-Limburg wegens ontoelaatbare commerciële activiteiten met geld afkomstig van heffingen.

Kamers van Koophandel zijn publiekrechtelijke instanties, bestuurd door de sociale partners in de betreffende regio. De Kamers voeren wettelijke taken uit, zoals het onderhouden van het Handelsregister en het verstrekken van voorlichting. De kosten van de organisatie worden gedekt door het heffen van retributies voor bijvoorbeeld een uittreksel uit het Handelsregister. Met de opbrengst van de retributies kunnen de Kamers een kwart van hun kosten betalen. De rest, 275 miljoen gulden per jaar, halen de Kamers uit heffingen bij bedrijven en instellingen die (verplicht) zijn ingeschreven. De hoogte ervan varieert per Kamer.

Omdat de Kamers door de wettelijke regeling nagenoeg geen financieel risico lopen is er geen reden voor een aanhoudend zeer hoge solvabiliteit, concludeert Hordijk & Hordijk. Het bureau verwijst naar de wettelijke regeling voor Kadasters in Nederland. Die stelt een maximum aan het eigen vermogen per Kadaster. Een teveel mondt uit in tariefsverlaging.

    • Joep Dohmen