Siddering gaat door natie: `En nu, de vijfjaartermijn'

Het is alsof Frankrijk niet wil achterblijven. Terwijl Nederland zich buigt over de kwestie van de door sommigen `republikeins' genoemde, erfelijke monarchie, stellen de Fransen sinds deze week met overgave hun vaak als `monarchaal' gekenschetste Republiek ter discussie. Dat wil zeggen, nieuw is het al dertig jaar met wisselende intensiteit gevoerde debat niet, wel lijkt het in een beslissende fase te zijn beland. Ook de hoogste instantie van de Republiek, de President, dreigt niet meer aan de hier alom weerklinkende roep om vernieuwing, hervorming en modernisering te kunnen ontkomen.

Het `quinquennat', de vijf-jarige ambstermijn van de President is de inzet. Net als zijn voorgangers was ook Chirac, toen hij nog niet in het Élysée zat, ervóór. Niet verwonderlijk, want het overgrote deel van de bevolking (op dit moment zelfs 78 procent) is voorstander. Maar vanaf de dag dat Chirac zijn intrek nam in het presidentiële paleis, in 1995, was hij tegen. Zeven jaar staat er voor het presidentschap, zijn presidentschap, en zeven jaar moest het blijven. Verandering van de termijn zou ,,een vergissing'' zijn, zo zei hij vorig jaar nog. Verdere toelichting achtte hij overbodig. terecht misschien wel. Want iedereen begreep: niemand minder dan Generaal De Gaulle, stichter van de Vijfde Republiek en ontwerper van de sinds 1958 vigerende Grondwet, heeft deze termijn vastgelegd.

Dus is het goed zoals het is.

Desondanks bleef de kwestie boeien en broeien, niet in de laatste plaats vanwege de vermaledijde en door De Gaulle niet-voorziene `cohabitation', het `samenwonen' van een premier en een president van verschillende politieke kleur. Het verschijnsel bestaat sinds de jaren tachtig, sinds het ontstaan van de zwevende, grillige kiezer. Omdat de zittingstermijn van de Assemblée (vijf jaar) en die van de President van de Republiek uiteenlopen en de verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging en het staatshoofd dus nooit samenvallen (in 2002 forceert het toeval voor het eerst een uitzondering), zitten in de top van de Republiek bij herhaling twee politieke rivalen met elkaar opgescheept. Op dit moment al sinds 1997.

Dat bevalt wel en niet. Met name de president - immers niet direct verantwoordelijk voor het regeringsbeleid en bovendien van het andere kamp - kan als de gelegenheid zich voordoet mooi weer en de vermoorde onschuld spelen. De sluwe Mitterrand deed het regelmatig en zijn opvolger Chirac doet het hem na.

Maar woensdag ging er een siddering door de natie. Dagblad Le Monde zelf ondubbelzinnig pleitbezorger - publiceerde onder de kop `En nu, de vijfjaartermijn!' een paginagroot stuk van de hand van oud-president Valéry Giscard d'Estaing, tegenwoordig lid van de Assemblée voor de centrum-rechtse partij UDF. Het is kostelijk proza, geschreven door een geschoold diplomaat die een partijtje haute politique speelt en zijn kritiek en overtuigingen, naar het schijnt moeiteloos, in consideratie, hoffelijkheid en historische feiten verpakt. Precies vijf jaar en twee dagen na het aantreden van Chirac verscheen het stuk: heus, wil Giscard maar zeggen, de president mag van hem zijn termijn uitdienen. Maar daarna moet het afgelopen zijn. De oud-president heeft al een wetsontwerp klaarliggen.

Als bij toeval (maar niet heus) heeft Chirac dezelfde woensdag aan premier Lionel Jospin laten weten ,,na te denken'' over de vijfjaartermijn. Ingewijden zeggen dat de president ,,bij gelegenheid zijn standpunt kenbaar zal maken''. Een en ander betekent, dat Chirac opnieuw voorstander is, maar het juiste moment afwacht om dat hardop te zeggen. Het is zelfs mogelijk, dat hij Giscard gevráágd heeft het stuk te schrijven. Overmacht drijft hem. Over twee jaar, als de presidentsverkiezingen gehouden worden, is hij 69 en die leeftijd kan gemakkelijker tegen hem gebruikt worden ingeval van een mandaat van zeven jaar dan van vijf.

En zijn rivaal Jospin (62)? Die altijd al verklaard voorstander is geweest? Die benadrukte dat nog eens en zei quasi-verheugd ,,iedere medestander'' te verwelkomen. Echt blij zal hij niet zijn. Hij is een gouden verkiezingsthema armer.